De weg naar David Bowie

Toneelregisseur Ivo van Hove heeft succes in Engeland en Amerika. Dat zijn werk van hoge kwaliteit is, verklaart veel, maar niet alles. Zeven belangrijke factoren.

Ivo Van Hove. Foto HH foto Ivo van der Bent/ Hollandse Hoogte

Ontegenzeggelijk beleeft regisseur Ivo van Hove (57) een artistieke piek, in binnen- en buitenland. Na een dipje een jaar of vier geleden, heeft hij bij Toneelgroep Amsterdam nu elk seizoen wel een hit. Zijn gezelschap is wereldwijd gewild, zijn Britse productie A View from the Bridge won deze week drie Olivier Awards, en er is een samenwerking met David Bowie op komst.

In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is Van Hove zeer gewild en sinds zijn West End-debuut is hij bovendien geliefd bij een breed publiek. De kwaliteit van zijn voorstellingen speelt daarbij uiteraard een grote rol, maar kwaliteit alléén kan als verklaring niet volstaan. Zeven cruciale factoren dragen bij aan zijn zegetocht.

1 Vormvernieuwing. Van Hove begon zijn theatercarrière in de jaren tachtig in het Vlaamse performancecircuit, met installatie-achtige voorstellingen die aanschurkten tegen de beeldende kunst. Dat abstracte, sculpturale denken is gebleven: ruimte en beeld bepalen nog altijd verregaand zijn werk, ook al regisseert hij tegenwoordig vaak klassiek teksttoneel.

In Nederland werkt Van Hove in een klimaat waar vormvernieuwing en regisseursvisie boven eerbied voor auteur en stuk staan. De dominante toneelcultuur in Engeland en Amerika is veel traditioneler, daar onderstreept de regie vaak nog letterlijk de toneeltekst. Dat Van Hove Millers A View from the Bridge in Londen ensceneerde in een lege ruimte zonder enig attribuut, is daar verrassend en nieuw.

2 Jan Versweyveld. Wie Van Hove zegt, zegt Versweyveld. Van Hove’s levenspartner en vaste scenograaf is verantwoordelijk voor die kenmerkende stijl: strak, sober, gestileerd, esthetisch. Ze werken samen sinds 1981 en hun producties zijn Gesamtkunstwerken; het is nauwelijks meer te zeggen waar regie eindigt en scenografie begint. Versweyveld is innovatief in zijn ruimtegebruik en zijn scenografieën blinken uit in technische snufjes; vooral kenmerkend is het gebruik van video. Samen zijn Van Hove en Versweyveld een getraind, efficiënt en slagvaardig team, met een unieke, herkenbare signatuur.

3 Subsidie. Van punktoneel in Vlaamse kraakpanden tot uitverkochte zalen op West End: in de ruim dertig jaar dat hij regisseert, heeft Van Hove de tijd en de ruimte gehad zijn stijl te vormen en vervolmaken. Dat is te danken aan de overheidsfinanciering van kunsttoneel. De spectaculaire techniek waar het duo Van Hove/Versweyveld wereldwijd succes mee oogst, plus hun uiterst professionele technische staf, had zonder overheidsgeld nooit op dit niveau kunnen worden ontwikkeld. De wereldtop van het kunsttoneel bereik je niet zonder subsidie. Punt.

4 Eerbied voor de bron. Zijn ensceneringen mogen kaal en basaal zijn; leidend is wel Van Hove’s liefde voor een stuk. Naast mozaïekproducties als Romeinse Tragedies en vertoneelde filmscripts (Antonioni, Cassavetes), kiest hij vaak klassiek repertoire. Dat laat hij intact, de tekst wordt niet ingrijpend bewerkt, het verhaal krijgt van a tot z de ruimte.

In Nederland kan dat soms alweer conventioneel lijken. En in Duitsland, waar intellectuele anarchie heerst op het podium, heeft Van Hove veel minder succes. Maar voor de Britse triomf lijkt juist dit aspect van levensbelang; brutalere toneelvernieuwers worden daar met pek en veren het land uitgejaagd.

Een belangrijke verklaring voor zijn publiekssucces is daarbij: emotie. Binnen een onmiskenbaar artistiek concept schuwt Van Hove het sentiment niet. Publiek wordt verrast, zeker, maar ook ‘gewoon’ geraakt. Dat maakt zijn werk, voor kunsttoneel, relatief breed toegankelijk.

5 Arbeidsethos. Van Hove is een workaholic. Neem alleen al dit kalenderjaar, daarin maakte Van Hove in Luxemburg Antigone met Juliette Binoche (januari), begeleidde in Londen de herneming van A View op West End (februari) en regisseerde in Brazilië Song from far away (maart). Daar komt straks Kings of War bij, een groot opgezet Shakespeariaans koningsdrama dat te zien is op de Wiener Festwochen en het Holland Festival (juni), Couperus’ De stille kracht op de Ruhrtriennale (september) en Lazarus met David Bowie in New York (december). Ter vergelijking: de meeste collega’s maken twee à drie grote producties per jaar.

6 Strategie. Toneelgroep Amsterdam voert een welbewust en doortastend buitenlandbeleid, dat ook voor Van Hove deuren heeft geopend. Actieve acquisitie en deals met internationale gastregisseurs bijvoorbeeld – zij een productie hier, hij een productie daar, leidden tot grotere zichtbaarheid in het buitenland.

7 Acteurs. Wat is een regisseur zonder sterke spelers? Van Hove heeft geluk met zijn acteurs, en/of een goede hand in hun casting. Toneelgroep Amsterdam is qua acteurs de Champions League, met als handelsmerk: ingetogen, naturel spel met doeltreffende emotionele accenten. Maar met Mark Strong had Van Hove bij A View in Londen óók een exceptioneel krachtige hoofdrolspeler. Natuurlijk zijn die sterke spelers deel van de bekoring.

En wis ook zeker de ‘star power’ niet uit. In Nederland heeft hij Halina Reijn, Ramsey Nasr, Gijs Scholten van Aschat en Hans Kesting, allemaal ook bekend van film en tv. De aanwezigheid van filmacteur Strong zal een deel van het succes van A View verklaren. En wat te denken van de aantrekkingskracht van Juliette Binoche in Antigone? Avond aan avond uitverkocht.

Zo brengt het ene succes onvermijdelijk het volgende voort. En dat vreemdsoortige vliegwieleffect leidt uiteindelijk naar David Bowie.