De tijdbom is bezig af te gaan

Joyce Roodnat

Kunst is mateloos. Ivo van Hove. Juliette Binoche. La Dame Aux Camélias. DordtYart.

Londen en Broadway geven het gul toe: Ivo van Hove is een steengoeie theatermaker. David Bowie wil in zijn balboekje met het muziektheaterstuk Lazarus. New York boekte bij voorbaat al zijn stuk Kings of War (de totale koningshorror via de combinatie van Shakespeares Henry V en Henry VI plus zijn Richard III – ja, dat is die sadist met die bochel). Voor de Ruhr Triennale maakt hij zijn Couperusbewerking Die stille Kraft. En intussen kreeg zijn Britse regie van A View from the Bridge (klassieker van Arthur Miller) vier Olivier Awards (een soort theater-Oscars vernoemd naar Sir Laurence Olivier; bekijk op YouTube zijn To be or not to be en ween).

Die View komt niet naar Nederland, en dat hoeven we niet te pikken. Hij is namelijk van ons, want Ivo van Hove, theatertalent uit Vlaanderen, is uitgegroeid tot een zeer Nederlandse kunstenaar. Geen idee of hij dat wil weten, maar in elk van zijn voorstellingen zie ik hoe hij gepokt en gemazeld is in ons onbevreesde toneelmilieu, waar avantgarde de norm is geworden, met dank aan de Aktie Tomaat in 1969. Toen haalden theaterstudenten, om te beginnen met het gooien van (trouwens niet eens rotte) tomaten, het gevestigde toneel overhoop. Dat is er uiteraard nog altijd, maar een nieuwe traditie was het gevolg: non-conformistisch toneel. Voor ons gewoon, heftig voor de rest van de wereld.

En dat wil ik zo houden, helemaal in een tijd dat zelfs de Raad voor Cultuur in zijn recente advies aan minister Bussemaker pruttelt over ‘maatwerk’. Terwijl goede kunst mateloos is. Iets waarvan je niet weet dat je erop zat te wachten, maar als je het meemaakt, weet je dat dat wel zo was.

Van Hoves internationale Sophocles-regie Antigone is wél in Nederland te zien. Maar een paar uitverkochte keren, gelukkig heb ik een kaartje. De Franse actrice Juliette Binoche vroeg Van Hove om de voorstelling te maken. Zij speelt zelf Antigone.

Juliette Binoche heet hier consequent ‘filmster’. Wat ze niet is. Filmsterren kunnen prachtige acteurs zijn, daar doe ik niks aan af. Maar hun imago is hun kapitaal en ze prefereren de beperking van de herkenbare rol. Binoche mist die eenkennigheid, ze is te fanatiek met haar vak bezig om wereldberoemd te kunnen zijn. Ze speelt in arthousefilms, recent nog in het brekelijke Clouds of Sils Maria (eeuwig wonderkind Olivier Assayas regisseerde) en het megalomane Cosmopolis van David Cronenberg (waarin ze grandioos miauwt: „Life is too contemporary”– wat dat ook moge betekenen). Binoche zoekt het risico van de avantgarde. Dat is wat Ivo Van Hove te bieden heeft en dat grijpt ze met beide handen aan.

Antigone is niet alleen de Thebaanse prinses die tegen de wil van koning Kreon haar broer wil begraven, zij is óók een van de kinderen die Oedipus met zijn eigen moeder kreeg. Die twee fataliteiten combineert Van Hove: hij regisseerde haar als een tijdbom, niet eentje die dreigt te ontploffen maar eentje die we hier en nu af zien gaan. Binoche levert zich daar aan uit, met indrukwekkend resultaat. Zij wel. De andere, minder avontuurlijke acteurs zie je zich vastklauwen aan hun technische perfectie.

Het Nationale Ballet doet La Dame Aux Camélias. Gemaakt in 1978 en superklassiek, met ballerina’s op spitzen en mannen in maillots. Maar pas op. Prima ballerina Igone de Jongh danst hier zoals Maria Callas zong – met een expressie die vóór die traditie gaat staan. Haar partner Marijn Rademaker tilt haar op zijn schouder, as dancers do. En wat doet zij? Ze trekt de tule van haar rok uit zijn gezicht. Dat doorbreekt de magie van de dans, maar het klopt! Hij ziet het even niet meer zo scherp, zo verliefd is hij.

Bij DordtYart – een voormalige scheepswerf aan de rand van Dordrecht waar elk jaar een stuk of tien kunstenaars gelegenheid krijgen om groot en ambachtelijk tekeer te gaan – toont beeldend kunstenaar Frank Havermans een houten toren. Een gevaarte met persoonlijkheid, het doet me denken aan de buitelende ruimteschepen in de poëtische sf-film Interstellar van Christopher Nolan.

Havermans vertelt dat hij hem in Vlissingen bouwde, in de scheepswerf. „Het begon met een deurtje”, zegt hij. Dat was dertig jaar eerder dicht gelast. Havermans liet het open slijpen en kijk! Plotseling verbond het deurtje het drukke stadshart met de werf. Hij confisqueerde het gat van de deur, de toren was de consequentie.

Soms moet je iets openbreken. Niet strategisch of met voorbedachte rade, maar zomaar. Omdat je denkt: even kijken.