De mobiele mens: flexibel, creatief en onbetrouwbaar

De smartphone verandert ons leven, maar hoe? Met alle sociale kringen altijd onder handbereik, springen we voortdurend van rol naar rol.

Illustratie Roland Blokhuizen illustratie Roland Blokhuizen

Herken je dat verwarrende gevoel wanneer je, strak in pak op kantoor, een telefoontje krijgt van die wilde vriend met wie je in de band zit? ‘Ja, ja, vanavond’, zeg je zacht en afgemeten, terwijl je nóóit zo praat, ook niet tegen je collega’s. Die ongemakkelijkheid, zegt Michiel de Lange van de Universiteit Utrecht, die is typisch voor mobiele telefoons.

Haal je eerste mobieltje nog eens voor de geest: die lompe rubberen knopjes, het priegelschermpje. Maar ook: die adembenemende ervaring dat nu iedereen, altijd, overal onder handbereik is. Een draagbaar wormgat, een shortcut door ruimte en tijd. Zo’n bizarre technologie, dat moet ons wel veranderen. Maar hoe?

Cultureel antropoloog Michiel de Lange is docent en onderzoeker Nieuwe Media Studies. Voor zijn proefschrift bestudeerde hij de invloed van mobiele telefoons op onze identiteit. De mobiele telefoon en smartphone, zegt hij, dwingt ons om te goochelen met de rollen die we spelen. Zat je eerst nog een uur in de trein tussen de rol van brave kantoorklerk naar de rol van wilde gitarist, met de telefoon is die overgang abrupt geworden. „Daar worden we ongemakkelijk van. En we beseffen daardoor ook steeds meer dat we rollenspelers zíjn.”

Van het dorp naar de stad

Hij vergelijkt het krijgen van een mobieltje met de trek van het platteland naar de stad. „In het kleine dorp hadden mensen een beperkt aantal rollen die ze konden vervullen. Iedereen kende je, je had duidelijke grenzen. Wie je bent was stabiel, eenduidig.”

In de grote stad kan opeens veel meer. „Overdag ben je een keurige bankier, ’s nachts hang je ondersteboven in een SM-café.” De stedeling kan veel meer experimenteren en zijn eigen leven vormgeven dan de dorpeling. Zijn identiteit wordt, zegt De Lange, „speels”.

Dat effect heeft de mobiele telefoon ook op z’n gebruiker. De mens met een smartphone in z’n hand heeft altijd al zijn sociale kringen onder handbereik. Hij springt van rol naar rol. Hij kan in het wilde weg gesprekjes aanknopen, nieuwe contacten leggen, afspraken maken en weer wijzigen of afzeggen. Hij is flexibel en creatief, hij improviseert.

Dat heeft ook nadelen. De mobiele telefoon maakt mensen een beetje onbetrouwbaar. „Vroeger was de afspraak: je bent op plaats A op tijdstip B. En dan was je er.” Nu zoom je met berichtjes en belletjes in tot je elkaar treft. Waar en wanneer je elkaar vindt is heel anders dan afgesproken.

Maakt dat wat uit? De Lange: „Ja, hoe kijk je naar jezelf? Ben je een betrouwbaar, coherent individu dat zichzelf aan iets committeert? Of ben je ad hoc, fluïde, instabiel?”

Altijd thuis, nooit thuis

De Lange ziet het vaak genoeg: internationale studenten die tijdens zijn colleges met vrienden in het thuisland zitten te chatten. Geweldig dat het kan. „Maar zijn ze hard bezig met hier een sociale kring op te bouwen? Dat ongemakkelijke mixen is niet zo nodig als je met vrienden thuis kunt chatten.”

De smartphone hakt de wereld in kleine cirkeltjes, waartussen de gebruikers bewegen. Maar het gebied tussen die cirkeltjes raakt leger. „Als je in de trein chat met vrienden of een filmpje kijkt, sluit je kleine, alledaagse sociale interacties uit.” Misschien, denkt De Lange, verleer je daardoor wel hoe je in de publieke ruimte met verschillende mensen moet omgaan. Je vraagt nooit meer een vreemde de weg, je kijk op Google Maps of een andere slimme navigatie-app.

En die wijst je, zegt De Lange, verdacht vaak naar een horecagelegenheid of winkel. De apps op onze smartphone spreken ons zelden aan als burger, familielid of ambachtsman, zegt De Lange. De bouwers van de technologie zien ons vaak maar op één manier: als betalende consument. En is dat je enige rol?