De emoties van een zachte stoïcijn

Nico Frijda (1927-2015)

Psycholoog

Vorige week overleed Nico Frijda, een man met gevoel voor emoties. Vriend en oud-promovendus Abram de Swaan gedenkt hem.

Nico Frijda in 2007 voor een portret van zijn vader Herman Frijda. Foto Vincent Mentzel

Nico Frijda (1 mei 1927 – 11 april 2015) was iemand die altijd weer iets wilde weten en meestal was dat iets waarvan de meeste mensen dachten dat ze het al wisten. Dat bleek dan meestal niet zo te zijn. De eerste vraag die hij heeft aangepakt, in zijn proefschrift Het begrijpen van gelaatsexpressies (1956), luidde: hoe kunnen mensen uit iemands gelaatsuitdrukkingen diens emoties afleiden. Dat zie je toch zo! Nee, dat zie je niet zo aan iemand af.

„De oplossing van het probleem is echter verrassend eenvoudig”, besloot de promovendus parmantig. Mensen gebruiken hun voorkennis over de persoon en over de situatie om te begrijpen wat het gezicht wil uitdrukken. Zonder zulke bijkomende informatie kun je alleen maar zien of iemand zich voor de situatie en voor de ander openstelt of juist afsluit.

Nadat alzo de jonge geleerde een duizendjarig probleem had opgelost, bleef hij zich de rest van zijn wetenschappelijk (en particulier) leven bezig houden met het gevoelsleven van mensen en meer en meer ook van andere dieren. In 1986 verscheen zijn standaardwerk The Emotions, in 1988 in vertaling als De Emoties.

Dat boek had al een ongewoon ruim bereik: het was een inventaris van de inzichten die neurofysiologisch en gedragspsychologisch onderzoek tot dan toe had opgeleverd en het plaatste die in een nieuwe ordening. De onderwerpkeuze was van meet af aan al eigenzinnig; er was in die jaren tamelijk weinig wetenschappelijke belangstelling voor het gevoelsleven.

Nog ongewoner was de combinatie van de meest recente fysiologische bevindingen en uitkomsten van psychologische experimenten met filosofische tradities, met psychoanalytische opvattingen en met een grote sensitiviteit voor de inbreng van dichters, romanciers en beeldend kunstenaars. Dat allemaal wist Frijda in een steeds steviger kader te plaatsen.

Die theorievorming bereikte een hoogtepunt in het volgende hoofdwerk, met de trotse titel The Laws of Emotion (2007), vertaald als De Wetten der Emoties. Daarin werkt Frijda zijn grondgedachte verder uit: emoties worden opgeroepen door een ‘belang’ dat de persoon in een gegeven situatie heeft en die emoties zijn niet grillig of onredelijk, maar functioneel, in evolutionair perspectief en in de context van de actuele situatie waarin iemand verkeert.

Die theorie heeft bij Frijda niets drammerigs, hij deint mee met de tegenwerpingen in een denkbeeldige discussie en biedt telkens weer een treffend voorbeeld uit de literatuur of de alledaagse ervaring. Hij weet onmiskenbaar waarover hij het heeft als hij over jaloezie, of wraaklust, rouw, of vreugde schrijft. Belangrijker, je begrijpt als lezer maar al te goed waar het om gaat en herkent jezelf maar al te vaak. Wist je het eigenlijk niet allemaal al? Deels. Maar je meende ook van alles te weten wat opeens ongeldig blijkt en daar helpt Frijda je dan begripvol van af.

Nico Frijda was eigenlijk altijd bezig met een vraag die hoognodig beantwoord moest worden, over mieren of mensen, over wanen of wensen, min of meer ongeacht de omgeving van het moment. Die vraag werd dan pardoes voorgelegd aan wie maar op zijn pad kwam: ‘Wat ik me afvraag…’ Anders dan de meeste geleerden luisterde hij dan ook nog aandachtig naar het antwoord van zijn gespreksgenoot.

Eén zo’n vraag heeft mijn intellectuele levensloop een ingrijpende wending gegeven. De telefoon ging. Het was Nico die wilde weten hoe het komt dat mensen, meestal groepsgewijs, zulke heftige en hardnekkige emoties hebben over andere mensengroepen, vaak ver weg, vaak grotendeels onbekend. Hij dacht dat ik daar als socioloog vast wel iets verstandigs over kon zeggen. Dat bleek niet zo te zijn, maar in de volgende twintig jaar heb ik dat tenminste geprobeerd.

Nico was een wakker mens, ondernemend, opgeruimd van aard en heel toegankelijk. Bij de vorige Maagdenhuisbezetting kwam hij elke avond in het café waar de harde kern zich even aan het verfrissen was en confronteerde die schel met de contradicties in het onwrikbaar pakket van eisen. Dat werd op hoge prijs gesteld.

Geen mens kan levenslang met de emoties bezig zijn als hij niet zijn eigen emoties levenslang heeft moeten verwerken. Nico Frijda verloor tijdens de nazibezetting zijn broer Leo, die gefusilleerd werd wegens gewapend verzet. Hijzelf zat ondergedoken, werd opgepakt en in Leeuwarden gevangen gezet. Hij kon met een vals persoonsbewijs zijn Joodse afkomst verbergen en werd dus niet gedeporteerd.

De brieven die hij daar schreef zijn gebundeld in Post uit Friesland (1984). In die gevangenis kwam hij onverwacht zijn vader tegen. Hij moest doen alsof hij hem niet kende, en zijn vader, die het begreep, keek pal aan hem voorbij. Hij heeft zijn vader nooit meer gezien; die werd vergast.

Nico’s vader was hoogleraar economie geweest aan de Universiteit van Amsterdam. Heel zijn volwassen leven was Nico Frijda verbonden aan de UvA, als hoogleraar sinds 1965 (en als bijzonder hoogleraar na zijn pensioen) Hij bleef ook altijd in Amsterdam wonen. Tijdens zijn eerste huwelijk, met Nelly Frijda, werden Merlijn, Michael en Miranda geboren en in een volgend huwelijk, met Roos Kroon, David. In zijn laatste levensjaar ging Nico wat achteruit. Een onverwachte, snelle ziekte heeft hem behoed voor een heel bedreigend en veel trager verval.

Wie nu zijn nuchtere en soms gelaten beschouwingen over de menselijke emoties leest, herkent een man die van zichzelf verlangt dat hij de werkelijkheid onvervaard beziet, met alle besef van onmacht en verlies van dien, een zachte stoïcijn. Dus was hij tegen de mensen die hem na stonden zorgzaam, belangstellend, vaak heel grappig en haast altijd vol goede moed. Hij heeft de mensenwetenschap en de mensen veel nagelaten.