Blader heel China door

Martin Parr en het fotografenduo WassinkLundgren brachten talloze Chinese fotoboeken samen in één boek. Dat vertelt hoe China eruitziet en eruitzag. Of hoe het land er volgens de autoriteiten uit zou moeten zien.

Uit: The Chinese. Liu Zheng was 7 jaar bezig om mensen in heel China te fotograferen. (Beijing: Dragon Work Chinese Photo, 2000)

Zo’n vreselijke honger hadden ze, dat ze zelfs boomschors aten. Tijdens de ‘Grote Sprong Voorwaarts’, het Chinese vijfjarenplan dat Mao er vanaf 1958 doordrukte om in rap tempo de economische achterstand in te halen, kwamen tussen de 20 tot 43 miljoen mensen om. Dat er doden zouden vallen, hoorde volgens Mao Zedong nu eenmaal bij het ‘dialectische proces’ waar de Chinezen zich doorheen moesten worstelen. Zoek je nu naar foto’s uit die periode, dan is er niets over deze vreselijke tijd terug te vinden. Wel veel andere beelden over de successen van het communistische regime.

Voor het eerst zijn nu allerlei beeldverhalen bijeengebracht in The Chinese Photobook, een groot overzichtswerk over Chinese fotoboeken, door de Britse fotograaf Martin Parr en het Nederlandse fotografenduo WassinkLundgren.

Het idee ontstond in 2006, toen Ruben Lundgren (1983) en Thijs groot Wassink (1981) de Britse fotograaf tegenkwamen op het fotofestival in Arles. „Parr verzamelt al langer propagandistisch fotomateriaal en was op zoek naar boeken uit China”, vertelt Lundgren die sinds 2007 in Beijing woont. Toen de Britse fotograaf een jaar later bij Lundgren langs ging, bezochten ze samen Panjiayuan, de grote vlooienmarkt van Beijing. „Daar lag vooral veel propagandamateriaal uit de jaren vijftig en zestig. De Chinezen zijn al die fotoboeken over Mao inmiddels spuugzat, maar onder westerse toeristen zijn ze enorm populair.”

Parr wilde in eerste instantie een overzicht samenstellen van sociaal-realistische fotografie uit de beginjaren van het communisme en de Culturele Revolutie. „Dat vond ik niet zo’n goed idee”, zegt Lundgren. „Zo’n boek zou vooral onze westerse vooroordelen over China bevestigen. We besloten breder te kijken.” Het resultaat, na acht jaar speuren, is The Chinese Photobook, een werk dat voor het eerst de rijke Chinese geschiedenis van het fotoboek in kaart brengt.

De boeken bestrijken een periode van begin 1900 tot aan recent werk van Chinese fotografen en kunstenaars. Lundgren verrichte een groot deel van het speurwerk. „Ik heb in China heel wat markten en boekwinkels afgestruind, maar veel hebben we ook online gevonden.” De prijzen lagen tussen de drie en 16.700 euro. „Als ik echt iets kostbaars tegenkwam, overlegde ik eerst met Parr. Als hij het zag zitten, maakte hij het bedrag over”, zegt Lundgren. De duurste aanschaf was Beijing, een fotoboek uit 1959. „Dat is uitgebracht ter viering van het tienjarige bestaan van de Chinese Volksrepubliek. Als visitekaartje van de Communistische Partij: kijk eens wat wij voor elkaar hebben gekregen. Er werden allerlei versies gedrukt die werden verpakt in verschillende dozen: een ‘ordinaire’ variant voor in de bibliotheken en een versie met losse foto’s voor educatieve doeleinden. Ambassadeurs kregen het boek gedrukt op luxepapier in een doos van mooie stof. Daarvan zijn er maar vijfhonderd gedrukt, vandaar dat een gaaf exemplaar heel kostbaar is.”

Een zoetsappig beeld (en niet eerlijk)

The Chinese Photobook is opgedeeld in zeven perioden. „Soms moesten we strenge keuzes maken.” Zo komen veel eigentijdse Chinese fotografen niet in het boek voor. „Sommigen, zoals Liu Bolin, zijn bekend in het buitenland. Ze maken goed werk, maar hun fotoboeken zijn snel in elkaar gezet. Dat zijn eigenlijk catalogi.”

Een aantal boeken kozen ze vanwege hun maatschappelijke relevantie. Lundgren wijst op de klassieker Masters (2000) van Jiang Jian. „Qua vormgeving misschien niet zo sterk, maar het heeft onder fotografen in China veel discussie losgemaakt. De beelden zouden te veel op familiekiekjes lijken, maar Masters is wel het eerste fotoboek waarin gewone mensen in een armoedige omgeving zijn vastgelegd.”

De fotoboeken uit het begin van de twintigste eeuw laten een zoetsappig beeld van China zien. „Na de opiumoorlogen waren de Chinezen straatarm”, zegt Lundgren. „Shanghai werd een dynamisch oord voor buitenlanders. Fransen en Engelsen begonnen China te fotograferen. Maar het beeld dat men naar buiten bracht was niet maatschappelijk geëngageerd, eerder poëtisch en exotisch.”

Lundgren wijst op het boek Peking, The Beautiful uit 1927 van Herbert C. White. „Hier zie je hoe het magische, mysterieuze China wordt afgebeeld. Dat was wat men in het Westen graag wilde zien.”

Lundgren stuitte ook op een paar interessante, antropologische werken, waaronder Familiar Chinese Faces (1910) van de Amerikaanse fotograaf J.C. Carter, en The Walls and Gates of Peking (1924) van de Fins-Zweedse kunsthistoricus Osvald Sirén. „Hij heeft systematisch alle stadspoorten vastgelegd. Dat is bijzonder. Behalve die van de Verboden Stad, zijn er nu geen poorten meer over.”

Bloed? Mislukte propaganda dus

Dan zijn er de zwarte bladzijdes uit de Chinese geschiedenis. „Van de hongersnood is inderdaad geen enkel beeld te vinden”, zegt Lundgren. „Maar in 1958 verspreidde de partij wel het fotoboek The Wuhan Iron and Steel Corporation. Als bewijs dat China in staat was hoogwaardig staal te produceren. Echt propagandamateriaal.”

Het fotoboek Tiananmen Square van ‘Tank Man’-fotograaf Stuart Franklin, over de studentenopstand in 1989, staat ook in het overzicht. En The truth about the Beijing Turmoil, 1989, uit dezelfde gevoelige periode. „Dit werd een paar maanden na de opstand door Beijing Publishing House uitgegeven en vier keer herdrukt. Het staat vol foto’s van bebloede studenten die worden opgepakt. De Chinese overheid wilde zo de demonstranten in kwaad daglicht stellen. Zo komt het niet over. Het is mislukte propaganda.”

In juni zal de Chinese editie uitkomen bij de China Photographic Publishing House (CPPH) „Dat is een gecensureerde versie. Alles tot de Culturele Revolutie was geen probleem. Maar een periode als 1989 en de erotische fotografie, zoals het in eigen beheer uitgegeven My Private Broadway van kunstenaar Lin Zinpeng of Nude van Ren Hang, zijn eruit gehaald.” Was dat geen reden om een Chinese uitgave te weigeren? „Ik ben pragmatisch ingesteld. We vermelden wat er ontbreekt en verwijzen naar de originele uitgave van Aperture. De afweging was: censuur of helemaal geen boek. Ik kies toch voor het eerste.”