DeLUXE vooraf

Voor u ligt een collector’s item. Beatrix Ruf, directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam en gastredacteur van deze DeLUXE, maakte van dit tijdschrift een museum op papier. Op 22 pagina’s richtte ze een tentoonstelling in die volgens kunstcriticus Hans den Hartog Jager gerust gezien mag worden als een beginselverklaring van de eind vorig jaar aangetreden directeur. Een opmaat voor wat bezoekers de komende tijd van het Stedelijk Museum kunnen verwachten.

Haar tentoonstelling Burble vindt u in het hart van dit nummer. Er is werk te zien van veertien toonaangevende, internationale kunstenaars (onder wie Richard Prince en Walid Raad). U kunt de uitneembare catalogus met uitleg van de tentoongestelde werken bij de hand houden als u door de tentoonstelling bladert. Of u kunt via nrc.nl/audiotour de gesproken versie beluisteren. Maar u kunt ook in gezelschap van uw eigen gedachten door de pagina’s dwalen. ‘Give Poetry a Try’, is het motto van de Zweedse kunstenaar/performer Karl Holmqvist, die op verzoek van Ruf onder meer tekende voor de cover.

De bezoekers van dit museum, die een liefde voor taal delen, vertellen over kunst als inspiratiebron: rapper Typhoon bijvoorbeeld, schreef het nummer ‘Glenn 1984’ van zijn album Lobi da Basi nadat hij het gelijknamige schilderij van Jean-Michel Basquiat had gezien, de eerste wereldberoemde zwarte beeldend kunstenaar.

Een museum heeft natuurlijk een museumrestaurant. In het gedroomde restaurant van Ruf kookt haar excentrieke vriend Fergus Henderson van restaurant St. John in Londen. Hij doet al decennia wat pas sinds een paar jaar in Nederland navolging vindt: een beest van kop tot staart in gerechten verwerken. Al staat hij de laatste tijd steeds minder vaak zelf achter het fornuis: „Messen en parkinson gaan niet goed samen”, vertelt hij.

Ruf bemoeide zich ook met het assortiment van de ‘museumwinkel’. De parfumselectie op pagina 50 is haar persoonlijke keuze. Een van de machtigste personen in de kunstwereld (volgens het tijdschrift ArtReview) omhult zich graag met Tabac Blond van Caron. Die geur vindt ze overigens opwindender dan de haar toegedichte status. „Ik ben nieuwsgierig en ik ken de juiste mensen”, relativeert ze.

Mag ik u van harte welkom heten in het papieren museum van Beatrix Ruf.

Hoofdredacteur