Twee dagen minzaam cyberclichés met elkaar delen

De Global Conference on Cyberspace in Den Haag was vooral voor vrijblijvend overleg. Harde afspraken maakten landen niet.

De ene na de andere metafoor was te horen tijdens de openingssessie van de Global Conference on Cyberspace (GCCS) in Den Haag. „Internet is een dorpsplein”, zei premier Mark Rutte. „Vol met kansen, maar er lopen ook zakkenrollers rond.”

Nee: „Internet is een weg”, zei Vint Cerf, een van de grondleggers van internet en tegenwoordig werkzaam bij Google. „Er rijden allerlei voertuigen rond, maar de lading verschilt onderling behoorlijk.”

Baas Fadi Chehadé van domeinnaambeheerder ICANN hield het op de rivier de Nijl. „Je kunt hem wel kanaliseren, maar nooit de hele loop veranderen.”

Op de tweedaagse conferentie over internet in Den Haag, kwamen zo’n 1.800 vertegenwoordigers van bedrijven, politiek, maatschappelijke organisaties en opsporingsdiensten samen om te discussiëren over onlinevrijheid, cyberveiligheid en de economische mogelijkheden van internet. Er waren veel ministers van buitenlandse zaken uit de hele wereld, maar behalve Rutte geen regeringsleiders. Ook waren er vrijwel geen bestuursvoorzitters van belangrijke internetbedrijven.

De openbare sessies – achter gesloten deuren vonden ook vergaderingen tussen ministers plaats – waren een gelegenheid om bekende standpunten nog maar eens uit te spreken. Clichés als ‘multi-stakeholder-aanpak’ en ‘kansen en risico’s balanceren’ werden veel gebezigd in de debatten.

Zelfs de vertegenwoordiger van de Chinese regering, een onderminister, sprak uit dat ze voor een veilig, open en vrij internet is. Woordvolgorde doet ertoe op dit soort diplomatieke bijeenkomsten, blijkt. China heeft strenge internetcensuurwetten.

Vrijwel de enige afspraak die gisteren officieel werd bezegeld was het oprichten van een internationaal informatiebureau voor internetveiligheid. Daarbij zijn overheden van over de hele wereld betrokken en internetbedrijven als Microsoft. Dit Global Forum on Cyber Expertise komt over enkele maanden in Den Haag en moet fungeren als bureau voor het delen van informatie tussen verschillende landen en bedrijven. In eerste instantie krijgt het ‘een beperkte bezetting’.

Podium voor overleg

Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) en Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger voor buitenlands beleid van de EU, benadrukten dat het informatiebureau kennis gaat delen met landen die op dat gebied een achterstand hebben, om te voorkomen dat dat vrijplaatsen voor internetcriminelen blijven. Een soort digitale ontwikkelingshulp op het gebied van cybercrime dus.

Het gaat om urgent zaken als terrorisme, aanvallen op bedrijven en banken, overheden die elkaar digitaal bespioneren. Maar de internationale gemeenschap slaagt er al jaren niet in om harde afspraken te maken over hoe dat te voorkomen. En dat lukte ook niet in Den Haag. Koenders had voorafgaand aan de conferentie de verwachtingen al getemperd: hij voorspelde dat er geen verdragen zouden worden gesloten. De conferentie diende vooral als podium voor internationaal overleg dat op termijn tot harde afspraken moet leiden over het voorkomen van internetcriminaliteit en –spionage.

Zo werd de GCCS bij uitstek een showmoment voor de Nederlandse regering, die eerder deze maand al aankondigde dat ze van internetvrijheid een speerpunt wil maken van haar buitenlandse beleid, ook tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie in 2016. Rutte wees de aanwezige ministers in zijn toespraak daarnaast op het Nederlandse kandidaatschap voor een zetel in de VN-Veiligheidsraad in 2017.

Applaus, geen afspraken

Exemplarisch voor de GCCS was een programmaonderdeel waarbij sprekers ingingen op een fictief scenario van een cyberaanval op een bank. Deelnemers waren onder anderen minister van Justitie en Veiligheid Ard van der Steur (VVD), bestuursvoorzitter Eelco Blok van telecombedrijf KPN en directeur Rob Wainwright van het onderzoeks- en samenwerkingsverband van politie in Europa, Europol. Zij spraken alledrie hun zorgen uit over cybercrime, en alledrie vinden ze dat de enige oplossing voor dit soort misdrijven is om goed samen te werken tussen bedrijven, overheden en opsporingsdiensten. „Het zou belachelijk zijn om hiervoor alleen naar de politie te kijken”, zei Van der Steur. Blok viel hem bij: „Het is bij dit soort aanvallen belangrijk dat alle partijen zo snel mogelijk hun verantwoordelijkheid nemen.” Maar er werd niets nieuws op dit terrein aangekondigd.

De opvallendste toespraak kwam gisteren van de Nigeriaanse Nnenna Nwakanma, van de World Wide Web Foundation, een organisatie die internetvrijheid promoot. Zij eiste dat iedereen toegang heeft tot internet, internet moet vrij zijn, altijd. Ze herhaalde haar slogan drie keer terwijl ze het publiek opzweepte. „All of the people! All of the Internet! All of the time!”

De zaal vol ministers klapte enthousiast. Maar voor afspraken was het kennelijk nog te vroeg.