Tot hier gaat de wereld, zoveel is zeker

Omdat hij het niet zo nauw nam met data en andere feiten is Tacitus eigenlijk geen historicus, maar wel een uitstekende schrijver. Het wordt dan ook tijd dat hij doorbreekt als groot literator.

De door Tacitus beschreven Germaanse legerleider Arminius bezorgde de Romeinen in het Teutoburgerwoud een gevoelige nederlaag Uit de game ‘Rome: Total War’

‘Eigenlijk zouden we moeten ophouden Tacitus aan te duiden als historicus’, schrijft Jona Lendering in de inleiding tot In moerassen & donkere wouden, een verzameling van alles wat de Romeinse literator over de Germanen heeft geschreven. Publius Cornelius Tacitus (ca 55-117 nC) nam het niet zo nauw met dateringen, deed geen archiefonderzoek, maalde niet om archeologie, hanteerde onwetenschappelijke verklaringsmodellen, modelleerde zijn Historiae (110 nC) en Annales (120 nC) naar de Ilias en andere klassieke fictie, en verloor zich in antieke etnografische clichés. Zo werden de ‘Germanen’ (de soms ook Keltische stammen aan de andere kant van de Rijn) bij hem niet alleen afschrikwekkende barbaren maar ook rolmodellen voor de verwekelijkte en corrupte Romeinse aristocratie.

Tacitus was dus in de eerste plaats schrijver, en daarom mag hij zich gelukkig prijzen met een vertaler als Vincent Hunink, die veel gevoel heeft voor het ‘experimentele’ proza van de meester. Hij is net als Tacitus zuinig met voegwoorden en bijwoorden en ook lidwoorden zijn schaars. Waardoor het tempo hoog blijft en de lezer keer op keer verrast wordt door constructies als deze, over de stam der Harii: ‘Grimmig volk. Hun woeste aard wordt nog versterkt door hun keuze van middelen en tijdstippen. Zwarte schilden, beschilderde lijven, en voor gevechten kiezen ze de donkerste nachten. Een griezelig, schimmig spokenleger dat paniek zaait, geen vijand kan die vreemde, bijna helse aanblik verdragen.’

Deze zinnen komen uit de Germania, of zoals het bij Hunink heet ‘Dossier Germanië’, een van de vier boeken waarin Tacitus de noble savages uit de noordelijke wouden en moerassen opvoerde als spiegel voor zijn decadente tijdgenoten. Samen met het verslag van de Bataafse Opstand uit de Historiën (die net als de Germania eerder door Hunink vertaald werden) vormt deze retorische oefening het leeuwendeel van In moerassen & donkere wouden. Uit Het leven van Agricola (98 n.Chr.) zijn er twee korte fragmenten over de krijgsverrichtingen van Germanen in Romeinse dienst in Brittannia, en uit de Annalen drie flinke hoofdstukken over achtereenvolgens de muiterij aan de Rijn na de dood van keizer Augustus (14 n.Chr.), de Rijn-expedities van generaal Germanicus en hun nasleep (14-19) en de opstand van de Friezen (28).

Teutoburgerwoud

Spannende, en voor ons Nederlanders relevante avonturen – al was het alleen maar omdat ze zich voor een groot deel afspelen binnen of nabij onze huidige grenzen. De Romeinse limes zou uiteindelijk ‘Nederland’ in tweeën delen, maar voor het zover was stroomde er heel wat water door de Rijn. Augustus wilde de Elbe (en de Donau) als rijksgrens en zag die ambitie gefnuikt door het verlies van drie van zijn legioenen in het Teutoburgerwoud (9 n.Chr.), een gebeurtenis die helaas niet direct door Tacitus is beschreven. Zijn opvolger Tiberius stuurde eerst zijn neef Germanicus om orde op zaken in Neder-Germanië te stellen en besloot toen om van de Rijn de grens te maken, onder het profetische motto ‘die stammen kan men overlaten aan hun onderlinge twisten’.

Maar de belangrijkste reden om de Germanenverhalen van Tacitus te lezen is niet de grote politiek, maar het sprekende detail; en de stijl natuurlijk. Lees hoe de noordelijkste Germanen, de Finnen, beschreven worden met ‘Niets duchten zij van mensen, niets van goden.’ Leef mee met de muitende legioenen in Keulen die tot inkeer komen wanneer Germanicus besluit om zijn vrouw en zijn kinderen – onder wie de soldatenmascotte en latere keizer Caligula – te evacueren. Geniet van de (indirecte) redes van de Germaanse leider Arminius. Huiver bij een verrassingsaanval op een Romeins legerkamp: ‘Bloedbad wordt aanvankelijk bevorderd door krijgslist: kappen van tentlijnen. Soldaten raken onder hun eigen tenten bedolven, worden afgeslacht.’ En bewonder het in memoriam voor de gezworen vijand Arminius: ‘Bevrijder van Germanië, deze man, zonder meer. […] Wisselvallig op het slagveld, in oorlog ongeslagen. Zevenendertig geworden, waarvan twaalf jaar aan de macht.’

Tacitus is bovendien een meester van de oneliner. ‘Tot hier gaat de wereld, zoveel is zeker’ schrijft hij wanneer hij in zijn beschrijving van Germanië is aangekomen bij de Baltische Zee. ‘Strengheid was riskant, soepelheid onverantwoord’ luidt het dilemma van de generaals bij de grote muiterij. ‘Voorliefdes van de Romeinen? Kortstondig en tragisch’ merkt Tacitus op wanneer het gaat om populaire leiders. En over de tijdelijke commandant van het Zestiende Legioen in de strijd tegen de Bataven zegt hij: ‘Aanvoerder is Claudius Sanctus, met één oog uitgestoken, een vreselijk gezicht, en verstandelijk was hij nog zwaarder gehandicapt.’

Commentaar

Het is allemaal kernachtig en met veel respect voor het oorspronkelijke Latijn vertaald door Hunink, die de verschillende fragmenten bovendien inleidt met uitstekend historisch commentaar. Voor degenen die de afgelopen jaren zijn eerdere vertalingen van de Germania en de Historiae hebben aangeschaft, zijn de doublures van In moerassen & donkere wouden misschien een tegenvaller. Maar het moet gezegd: ze winnen aan kracht in een thematische context. En de 65 bladzijden Annales-vertaling wekken hoge verwachtingen voor het grote werk dat Hunink de komende jaren moet verzetten: de integrale vertaling van de Annales, die van Tacitus ook in het Nederlands een literaire grootheid zal maken.