Stoere kinderen

Inge Steenhuis reisde door Afrika als tekenlerares.

We zouden op schoolreis naar een slavenfort. Voor het eerst, de meeste leerlingen waren nog nooit van hun dorp weggeweest. De bewuste morgen stonden alle 200 kinderen stijf van de spanning, gewassen en gestreken in een kaarsrechte rij voor de schoolbus. Die was gerepareerd, geveegd en geschilderd. Er konden 50 kinderen in. Mister Wilberforce stond in zijn nette pak naast de deur van de bus en wees aan wie er wel en niet mochten. Die wel, die niet. Wie er al in zat werd er soms toch weer uitgehaald en geruild voor een ander. Er zat geen enkel idee of plan achter. De spanning steeg, het was doodstil. Opeens was de bus vol. Hij vertrok luid toeterend. Er stonden nog 150 kinderen buiten die zich langzaam omdraaiden en zonder een kik te geven naar huis liepen. Zeven kilometer terug lopen over die heuvel, zonder dat je iets verkeerd hebt gedaan. Toen ik later aan een collega vroeg of dat wel eerlijk was zei ze: „We prepare them for life.

Misschien zijn ze daarom zo stoer. Geen individuele aanpak, geen pgb’s, geen rugzakjes. Niemand, niks. Voorbereid op het leven.