Schokkend: eeuw tastbare geschiedenis

Het leven aan de top van verticale stad Rotterdam.

In de ontvangsthal staan twee bustes van streng kijkende heren, los van de sokkels waar hun namen op staan: Kraan en Dusseldorf, de oprichters van de fabriek. Gerard wisselde de bustes ooit om voor de grap. Of ze nu op de juiste plek staan weet hij niet zeker.

Het voelt ongeveer als het ontdekken van een tombe van een Egyptische farao; door de ingangspoort stappen van de graanverwerkingsfabriek aan de Maashaven: overal zijn schatten. Een houten receptie uit de jaren zestig, een glas-in-loodkunstwerk uit 1940, twee mozaïeken uit de jaren twintig, een statige hal met glazen koepel als dak. Het is nogal schokkend dat dit a: bestaat (in zo’n perfecte staat), b: bestaat zonder dat iemand je daar ooit over had verteld. In een stad waarin het vaak ontbreekt aan tastbare geschiedenis, is de hoofdvestiging van Meneba een plek waar je honderd jaar geschiedenis kunt horen, zien en voelen.

Meneba: de Meelfabrieken der Nederlandsche Bakkerij. In 1915 opgericht door Nederlandse bakkers, geëxplodeerd in de jaren tachtig, daarna overgenomen door verschillende buitenlandse bedrijven en investeringsmaatschappijen, drie jaar geleden bijna failliet, doch in 2015 nog steeds op de been, inmiddels met een voorzichtige stijgende lijn. Jaarlijks wordt er zo’n 600.000 ton graan aangevoerd, verwerkt en geëxporteerd. Door zo’n 150 man personeel. Deze zomer bestaan ze honderd jaar.

Gerard Verkerke (61), sinds vier jaar directeur, is al veertig jaar in dienst. Tijdens de rondleiding begroet hij al het personeel dat hij tegenkomt, sommigen werken er net zo lang als hij. Het gebouw bestaat uit drie afdelingen: rechts de tarwesilo’s, honderden, van acht etages hoog. In het middenstuk wordt er gemalen en gezeefd. Links is voor het meel. Op de bovenste etage wordt het door ronkende machines in zakken gespoten en via een glijbaan naar de opslag beneden gestuurd.

Op het dak zie je de Tarwewijk en, aan de overkant van de Maashaven, Katen- drecht. Een man klaagde daar ooit over geluidsoverlast, vertelt Gerard. En zij, deze enorme fabriek vol ronkende machines en hard staal en beton, besloten naar hem te luisteren. Tegenwoordig zijn ze vrienden. Mooi is dat.