Opnieuw strijd om Eksit – al is de poptempel al 34 jaar dicht

Over het fameuze Rotterdamse jongerencentrum (1970-1981) is een historiografische controverse ontbrand door het boek Eksit van journalist Kees Vermeer.

De Sex Pistols op 14 december 1977 tijdens een historisch en volledig uitverkocht optreden in Eksit. Foto Henk van der Kroon FOTO HENK VAN DER KROON

Popcentrum Eksit kende in 1981 een stormachtig einde: rellende bezoekers en politieoptreden. Maar het begin mocht er ook zijn. Een paar jongeren die ‘wat wilden’ gingen aan de slag, werden eruit gewerkt, waarna anderen de zaak overnamen. De „wrijvinkjes”, aldus een van de betrokkenen, hingen samen met de tegencultuur van de jaren zeventig: planning versus spontaniteit, horeca versus hippies, organisatie versus anarchisme.

Vermeer is in zijn boek zeer kort over die begindagen: er staat dat twee groepen bezig waren met plannen voor een jongerencentrum. Huidig ‘pleinproducent’ Theo Hensen is volgens hem „de man met wie Eksit is begonnen”. Hij kreeg de sleutel van het pand aan de Eendrachtsstraat „om daar een jongerencentrum te starten”. In het pand was een in staat van verval verkerend clubhuis gevestigd, ’t Heyt. Onder Hensens leiding, aldus het boek, werd de zaak een druk bezocht jongerencentrum voor popmuziek, theater en film.

Maar Rotterdammer Wim van der Plas (68), sociaal wetenschapper en destijds een van de jongeren die aan de slag gingen, spreekt van „geschiedvervalsing”. In het boek komt hij niet voor. Ja, Hensen heeft Eksit uitgebouwd, zegt hij. Maar initiatiefnemer of bedenker was die niet – dat was, met enkele vrienden, Wim van der Plas zelf. Hij zegt: „Ik was net terug uit India. Ik wilde iets nieuws beginnen voor jongeren.” Een vriend van hem, Theo Hesper, had het idee voor ‘Exit’ en bedacht de naam.

Het groepje rond Van der Plas (68) ging aan de slag. Er moest een einde komen aan „ongunstige ontwikkelingen door het bezoek van beneden 16-jarigen”. Later schreef Van der Plas daarover: „Zuipen en vozen, daar kwam het op neer.” Hijzelf zocht naar geestverruiming. „We waren overtuigd dat de revolutie aanstaande was.” Behalve oral history voert hij documenten aan, zoals notulen van een verbouwingsvergadering. Er zou daarbij „een optimaal demokratiserende procedure” worden gevolgd.

De eerste activiteiten volgden in 1970: een tentoonstelling over het Griekse kolonelsregime, een solidariteitsbijeenkomst voor de Black Panthers. Een concert van psychedelische rockgroep GuruGuru stond gepland.

Het liep mis tussen Van der Plas en de achtergebleven sociaal werker van clubhuis ’t Heyt, die de gang van zaken – rockbandjes die apparatuur naar binnen sjouwden om te oefenen – met argusogen gadesloeg. Hij liet een nieuw slot op de deur zetten. Toen Van der Plas een ruitje insloeg om de Socialistische Jeugd naar binnen te laten voor een vergadering, was de boot aan. Volgens Van der Plas werd hij door snel opgetrommelde „zware jongens” naar buiten gesmeten.

Daarna was het gedaan tussen hem en Exit, al bleef hij er wel bezoeker. Onder leiding van Theo Hensen en de latere Doe Maar-manager Frank van der Meijden groeide het snel uit tot een regionale trekpleister. Bij het 10-jarig jubileum concludeerde Van der Plas in Negatief, een blad van Rotterdamse studenten sociologie: „Theo Hensen heeft nadat anderen het werk hadden gedaan zijn kans schoon gezien en heeft zoals vele anderen Exit gebruikt om er een mooie carrière op te starten.” Van der Plas gebruikt nog steeds de oorspronkelijke spelling ‘Exit’, die na twee jaar werd veranderd in ‘Eksit’, en nog later in ’Eksit?’.

Hensen (68) bevestigt in grote lijnen, en sans rancune, het verhaal over die begindagen van Eksit. „Er waren twee groepen, maar ik was er meteen vanaf het begin bij. Wim van der Plas is op een gegeven moment aan de kant gezet. Hij had heel andere ideeën, wilde bijvoorbeeld geen horeca in de zaal. Wij wilden gewoon een popcentrum. Wim is een begenadigd wetenschapper, maar hij miste realiteitszin.”

Frank van der Meijden (ook 68), die door Van der Plas bij het centrum werd gehaald maar zich bij Hensen voegde, zegt: „Wim was heel boos.” Jaren later botsten de twee in de zaal, toen die na afloop van een concert door de leiding werd ontruimd. Van der Plas verzette zich – zijn groep was en bleef tegen sluitingstijden – en deelde een rake rechtse uit. De twee hebben nu, na het boek, afgesproken binnenkort een glas te drinken.

Vermeer heeft zijn „huiswerk” niet gedaan, vindt van der Plas. Maar de auteur is niet van plan zijn boek, dat inmiddels is herdrukt, aan te passen. „Het is lang geleden allemaal en iedereen heeft zijn eigen herinneringen en oud zeer.”

Van der Plas heeft Eksit inmiddels doorgenomen bij de bibliotheek, niet gekocht – hij kan de titel slecht verdragen. Maar goed, zegt hij: „Ik zie mezelf niet als verliezer. We hebben Exit te water gelaten en ik ben blij dat het schip zo lang heeft gevaren.”