Nog nooit de zee gezien en dan leren varen

Als je later op een olietanker wil werken moet je eerst maar eens de zee leren kennen. Daarom brengen 24 eerstejaarsstudenten uit olieland Kazachstan ruim veertig dagen op zeilschip de Eendracht door. De meeste kennen de zee alleen van foto’s en moeten nu ineens de Atlantische Oceaan doorkruisen.

24 studenten uit Kazachstan lopen stage in Nederlandse wateren voor een carrière op zee. foto’s Jessica de Korte

Margulan Dairshenov hangt op het voordek over de reling en staart naar de skyline van Den Haag. „Ik heb nog nooit zo’n grote stad aan zee gezien”, zegt de achttienjarige Kazach verwonderd. „Heel bijzonder. Iedere keer als we een haven binnenkomen, voel ik voldoening in mijn hart.” De Maassluise stuurman Ruben van Namen noemde Scheveningen zojuist nog ‘spuuglelijk’. Margulan ziet enkel schoonheid.

24 studenten uit Kazachstan zijn al bijna zes weken aan boord van zeilschip de Eendracht. Hun ogen vallen soms bijna dicht van de vermoeidheid. Op een schip werk je dag en nacht, zonder weekend, vier uur op en acht uur af.

„Ik kende de zee alleen van foto’s, maar ik wil de wereld ontdekken”, vertelt Margulan. „Het water is anders dan in onze meren. Bij het zwemmen krijg je zout op je lippen en kun je je ogen niet openhouden.”

Onderweg zag de jongen een 300 meter lange tanker. Hij was direct ‘verliefd’. Dáár wil hij later op varen. En dat is precies wat zijn regering wil, want die traint sinds drie jaar bemanning voor de olietankers op de Kaspische Zee. Aan een universiteit in Almaty, 2.500 kilometer van de kust, waar oliemaatschappijen aan meebetalen. De STC-Group, een onderwijsinstelling voor scheepvaart met hoofdkantoor in Rotterdam, brengt een dosis ervaring en kennis.

„Fire, fire!” Zhanara Saparbayeva en Sultan Sakyp klimmen in een brandwerend pak en zetten in een uiterst traag tempo hun zuurstofmaskers op. Als de telefoon tevoorschijn komt voor een selfie en video wordt bootsvrouw Floortje Keers een beetje kribbig. „Daar is het nu te laat voor. Kom op, er is brand, aan de slag!”

De zoveelste oefening is gaande. Drie ‘mannen’ (blauwe zakken) raken van boord, een machine heeft een noodreparatie nodig; iedere keer blijven de stemmen rustig en zacht. Een lachje kan er nauwelijks vanaf. ‘Miss Floortje’, aan wal werkzaam als brandweervrouw, ziet graag meer improvisatie. „De Kazachen zijn heel theoretisch en doen precies wat ze hebben geleerd. Dat werkt niet.”

In het Franse Boulogne droegen de meiden nog strakke stretchjeans om hun slanke benen, met daaronder gympies. Terug op zee komen de zeiljacks, robuuste zwarte schoenen met antislipzolen, mutsen en sjaals tevoorschijn. Een gure wind trekt over het schip en zorgt voor een winterse gevoelstemperatuur. Onder de vochtige handschoenen voelen de vingers aan als ijslolly’s, die aan lijnen moeten trekken en het roer recht houden. Echte bikkels vind je op zee.

Inmiddels zijn we als familie

Een meisje komt bij de dokter een scopoderm pleistertje voor achter het oor vragen. „In het begin was ik zó zeeziek”, zegt de 16-jarige Gaziza Konyssova, die tussen neus en lippen door haar gouden Aziatische karatemedaille noemt. „Onze groep heeft onderweg een hoop moeilijkheden moeten overwinnen. Midden in de nacht wakker worden voor de wacht en heel ver van huis zijn, zonder enige communicatie. Inmiddels zijn we als een familie, verdrietig door het komende afscheid.”

Op de Eendracht geeft de telefoon nul streepjes bereik aan, ze zijn afgesloten van de rest van de wereld. Vanzelfsprekend ontstaan er ergernissen aan boord. Bij de Nederlandse bemanningsleden – dertien vrijwilligers en een STC-docent – zijn die overduidelijk te zien, bij de Kazachen niet. De jongeren geven in het openbaar nooit iemand de schuld.

Dat is een tikje anders bij de twee prille Kazachse docenten, met een verleden bij de marine en kustwacht. „Jullie zitten alleen maar te spelen,” roept één van hen gefrustreerd, als een groep geen antwoord weet op de vragen van de kapitein. „Ik ben zwaar teleurgesteld in jullie!” Alco Weeke, de STC-docent, probeert de gemoederen te bedaren. „Fouten maken mag. De kapitein en ik spelen een spel.” Later verklaart hij: „Dit betekent voor hem gezichtsverlies.”

Het communistische gedachtegoed zit diep. Op de foto’s die de achttienjarige Margulan van zijn land toont, staan besneeuwde bergen, groene valleien en steppes, maar ook statige gebouwen, standbeelden en fonteinen uit de tijd van de Sovjet-Unie. „Op de middelbare school vertelden leraren ons precies wat we moesten doen.”

Door de oliemaatschappij betaald

Als enkele bemanningsleden ’s morgens rustig aan de thee zitten, gaan de zeilen ineens omlaag. Volgens de kapitein wordt er te veel van de route afgeweken, dus wil hij op de motor verder. „Wie komt helpen?” vraagt de bootsman.

Werken op een schip kan hectisch zijn, met een continu veranderend schema. Soms heerst er ook ultieme rust op het dek; ’s nachts onder de hemel van duizenden sterren of met de lichtjes van IJmuiden in een pikzwart schilderij. Om 6.00 uur verschijnt een oranje gloed boven de zee en vormt een meeuw het enige stipje aan de hemel.

„Als schipper zie je zoveel geweldige zonsopgangen”, zegt Margulan zwijmelend. „Ze zijn iedere keer anders.” De jonge student weet dat hij het goed heeft bekeken. Dankzij de oliemaatschappen en andere sponsors wordt alles voor hem betaald – zijn opleiding, accommodatie en zeilpak. Hij is straks zo goed als zeker van een baan.

De jongen met de nieuwsgierige blik is slim. Alle jongeren blinken uit in wiskunde en Engels en doorstonden een strenge selectie. Een Kazach komt hier niet zomaar. Al krijgt de zoon van de docent misschien een streepje voor, ook hij is in ieder geval aan boord.

Na Captains Dinner, het afscheidsdiner, geven de schuchtere studenten zich geheel over aan de Kazachse en Amerikaanse ritmes. Al roepend en sierlijk dansend komen ze uit hun schulp. „Wij vinden het doodeng onszelf zo bloot te geven”, merkt een bemanningslid vanaf de zijlijn op. „Kazachen zijn dan wel bang om slecht te presteren, ze zijn heel blij met wie ze zijn.”