Matroos

Daar lig je dan. In het stralende zonnetje onder een wit, bebloed laken op een verlaten kade. Ik kon je in eerste instantie niet eens vinden op dat immense haventerrein. Een paar havenwerkers op vorkheftrucks wisten niets van een dodelijk ongeluk in de Merwehaven. Ze reden een loods in en weer uit en ik moest zwaaien om hun aandacht te trekken. Langs de kade verderop lag alleen dat ene, grote binnenvaartschip. De luiken stonden open en het schip leek verlaten. Zeeschepen voeren voorbij alsof er niks aan de hand was. Helemaal op de punt van de kade stond een politiebusje, met daarnaast dat witte laken dat af en toe opwaaide.

Ik zag je donkergroene broek en je zwarte werkschoenen en kon aan de contouren zien dat je slank was en niet al te groot. Volgens de agent kon ik ook maar beter niet verder kijken want was het ‘een zootje’ daar onder dat laken. Het mobiele team van de traumahelikopter had nog geprobeerd je te reanimeren door je borstkas open te maken, zodat je longen de ruimte kregen. De agent van de zeehavenpolitie, al jaren belast met ‘waterlijken’ zoals dat heet in jargon, vertelde me dat je niet eens in het water terecht gekomen was. Dat je tijdens het aanleggen van het binnenvaartschip gestruikeld moest zijn en zo tussen wal en schip terecht was gekomen. Bekneld en geplet door dat reusachtige, stalen schip. Toegesnelde medewerkers van het Havenbedrijf, die toevallig in de buurt waren, hadden nog geprobeerd je te bevrijden.

De politieman was er ook stil van. Gelukkig hoefde hij dat telefoontje niet zelf te plegen naar je vrouw en kinderen in Roemenië. Hij nodigde me uit om in het busje plaats te nemen, naast hem op de achterbank, uit de koude voorjaarswind. We kletsten wat, zachtjes en ingetogen, en haalden herinneringen op aan eerdere ontmoetingen. Die waren nooit vrolijk geweest. Ook toen moesten we de tijd zien te doden terwijl zijn collega’s – vaak tevergeefs – zochten naar een drenkeling.

Intussen lag jij al ruim een uur zo in het zonnetje te wachten op de lijkschouwer en lijkwagen. En pas als jouw gezin op de hoogte was gebracht, mocht ik het nieuws doorbellen aan de redactie. Het zouden vijf zinnen worden in een nieuwsbericht. We lieten je in de tussentijd geen seconde alleen, maar tuurden vanuit het warme politiebusje stilletjes naar de glinsteringen in de Nieuwe Maas.