Lokale VVD’ers: wél bed en brood

Prominente lokale VVD’ers verschillen van mening met hun partij. Zij helpen illegalen wél en blijven dat doen. Alleen al voor de openbare orde.

Uitgeprocedeerde asielzoekers gisteren in een gekraakt kantoorpand in Amsterdam-West. Ze werden eerder uit de Vluchtgarage gezet. Foto Olaf Kraak/ANP

Ze kunnen hoog of laag springen op het Binnenhof, maar het probleem van uitgeprocedeerde asielzoekers in een uitzichtloze situatie zal niet vanzelf verdwijnen, zegt burgemeester Jozias van Aartsen (VVD) van Den Haag. En de „uiterst sobere bed-bad-en-brood-opvang” waar in zijn stad momenteel zo’n 120 mensen gebruik van maken, dus ook niet. De VVD’er beziet met enige ergernis het politieke gekrakeel over de kwestie. „In plaats van er nuchter en rationeel naar te kijken, is het teruggebracht tot een coalitievraagstuk over wie de strijd van de vermeende publieke opinie wint”, zegt Van Aartsen.

De Haagse burgemeester ziet een „groot humanitair probleem” van mensen die „op terechte gronden zeggen: ik kan niet terug naar Irak, ik wil niet terug naar Syrië”. En een probleem voor de veiligheid in de stad. „Niemand wil dat illegalen over straat zwerven of panden kraken.”

Van Aartsen is niet de enige lokale VVD-bestuurder die het oneens is met zijn partijtop over de kwestie bed-bad-en-brood, zo blijkt uit een rondgang langs de twintig grootste gemeenten. De meeste liberale burgemeesters en wethouders vinden dat uitgeprocedeerde asielzoekers wél recht hebben op een dak boven hun hoofd, ook als ze niet terug kunnen of willen naar hun land van herkomst. VVD’ers in de landelijke politiek willen illegalen alleen opvangen als dat leidt tot hun vertrek. De kwestie heeft de verhoudingen in de coalitie deze week op scherp gezet: vanmiddag zou er in Den Haag opnieuw overleg zijn tussen VVD en PvdA om tot een oplossing te komen.

‘Recht op waardevol bestaan’

Met Van Aartsen vinden veel bestuurders dat het Rijk niet alleen verantwoordelijk is voor het behandelen van asielverzoeken en de eventuele uitzetting, maar ook voor hun opvang – in ieder geval financieel. Van Aartsen: „In plaats daarvan wordt de gemeente ermee opgezadeld.”

Ook de Utrechtse VVD-burgemeester Jan van Zanen is principieel voorstander van illegalenopvang. Zijn gemeente heeft een kleine 200 slaapplaatsen. Ook verschaft de gemeente juridische bijstand aan afgewezen asielzoekers die opnieuw een verblijfsstatus willen aanvragen. Volgens een woordvoerder vindt Van Zanen als voorzitter van het college van B en W dat illegalen „het recht hebben een waardevol bestaan op te bouwen”.

Fred de Graaf, interim-burgemeester van Enschede, biedt ook bed, bad en brood aan in zijn stad. Momenteel aan vier illegalen. De burgemeester en senator benadrukt „de humanitaire kant van de zaak”. „Natuurlijk moeten we vasthouden aan de regel dat uitgeprocedeerde asielzoekers terug moeten, maar we zien dat dat soms niet lukt. Dan kun je niet zeggen: je redt je maar. Als ze in Den Haag zeggen dat we geen hulp meer moeten bieden, is het probleem van die mensen niet opgelost. Ik ga er vanuit dat wij die opvang dus gewoon blijven bieden.”

De Amersfoortse VVD-wethouder Hans Buitelaar is ook voor illegalenopvang. Zijn gemeente ondersteunt asielzoekers „op minimale basis”, onder meer met slaapplaatsen „Als lokale overheid kun je deze mensen niet aan hun lot overlaten. Ze zíjn er nu eenmaal. Mensen met kinderen op zomaar op straat gooien, dat doe je als samenleving niet.”

In Haarlemmermeer is bed-bad-en-brood nog niet nodig gebleken. Maar VVD-burgemeester Theo Weterings is er wél principieel voorstander van, laat hij via zijn woordvoerder weten.

Een verenigingsstandpunt

In Almere is het aantal opvangplaatsen onlangs uitgebreid van 6 naar 12. Volgens VVD-burgemeester Annemarie Jorritsma is dat „omdat het moet van de rechter”. „Verder wachten we rustig af wat het kabinet gaat besluiten”. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waarvan Jorritsma voorzitter is, vindt wel dat „iedereen in Nederland recht heeft op bed, bad en brood”. Dat is niet haar mening als burgemeester, zegt Jorritsma, maar „een verenigingsstandpunt”.

In steden waar de VVD niet in het college zit, en fracties dus hun handen vrij hebben om tegen bed–bad–en brood te pleiten, zijn de meningen verdeeld. Boaz Adank, fractievoorzitter in Breda, wil vasthouden aan het principe dat wie geen asiel krijgt, Nederland moet verlaten. „Dan moet je niet tóch een vangnet gaan creëren”. De Tilburgse VVD-fractievoorzitter Roel Lauwerier noemt de opvang „een verkeerd signaal”. Ferry van den Broek, VVD-fractievoorzitter in Eindhoven, stemde juist in met opvang.

In Den Haag waren problemen met zo’n 70 rondtrekkende illegalen. Die kwamen in het nieuws en dát had een aanzuigende werking. Maar sinds Van Aartsen besloot die op te vangen, zijn er nog maar 17 over. Een aantal kreeg met hulp alsnog een verblijfstatus en een paar hebben „ingezien dat het beter was om terug te gaan naar hun eigen land”, zegt Van Aartsen.