De Lijstjeslawine: Esther Gerritsen in 5 boeken

Esther Gerritsen (Foto ANP/KIPPA Koen van Weel)

Met Esther Gerritsen krijgt het Nederlands taalgebied eindelijk weer eens een vrouwelijke auteur van het Boekenweekgeschenk. Maar wat schreef de ‘chroniqueur van de gekte’ allemaal? Een greep uit een abnormaal oeuvre dat gaandeweg normaler wordt.

Bevoorrecht bewustzijn (2000)

scale

Nadat Gerritsen eerst enkele jaren als schrijver van toneel naam maakte, debuteerde ze in 2000 met een verhalenbundel van bescheiden dikte, het bij uitgeverij De Geus (nu nog steeds de vaste uitgever van Gerritsen) verschenen Bevoorrecht bewustzijn. Het werd in eerste instantie niet besproken in NRC Handelsblad, maar kwam pas aan het eind van het boekenseizoen, in augustus 2001, bovendrijven in een rubriek over boeken die bij gebrek aan ruimte (toen al) in het hoogseizoen niet besproken waren. Arnold Heumakers merkte op dat ze “over bijna niets gaan”, die verhalen van Gerritsen. Want wat komt er in aan bod?

“Iemand bezoekt een nieuwjaarsreceptie ten stadhuize of dwaalt door Hoog Catharijne en steelt terloops een trui bij C&A. We zijn getuige van een uit de hand lopend gesprekje aan de ontbijttafel over geroosterd brood. Weer een ander verhaal (`Voor je me gaat slaan’) bestaat uit een korte monoloog, waarin een vrouw op een bizarre manier haar liefde verklaart.”

Maar dat is dan ook niet waarom we ze lezen, schrijft Heumakers:

“Vervreemding is het onuitgesproken sleutelwoord van deze verhalen. Al haar personages hebben er op de een of andere manier last van. Geen van hen valt volledig samen met de wereld of met zichzelf. Telkens vindt er een hapering plaats, die de vanzelfsprekende voortgang der gebeurtenissen onderbreekt en soms duurzaam verstoort. Of de hapering positief of negatief uitpakt, ligt aan het bewustzijn.”

Heumakers signaleert de invloed van andere schrijvers in Gerritsens werk. Beckett, Bove en Borges. Maar waar die laatste in een enkele streken een complete wereld wist neer te zetten, daar schoot Gerritsen nog tekort. “Daarvoor ontbreekt het haar verhalen (die zelden meer dan vier of vijf bladzijden beslaan) nog te zeer aan narratieve substantie, of simpeler gezegd: daarvoor zijn deze verhalen te weinig verhaal en te veel stijloefening.”

Maar:

“Intussen laat zij wél zien dat zij kan schrijven en waarnemen. Bovendien blijkt zij te beschikken over een subtiel gevoel voor humor.” Het debuut “wekt verwachtingen voor de toekomst, op voorwaarde dat de schrijfster haar fantasie de volgende keer wat meer armslag durft te geven.”

Normale dagen (2005)

Schermafbeelding 2015-04-16 om 11.13.30

Gerritsens tweede roman, nadat in 2002 Tussen Een Persoon verscheen, handelt over een tobberig stadsmeisje dat werkt aan een toneelstuk over Timothy McVeigh, de ‘gewone’ Amerikaanse jongen die, overmand door zijn eigen theorieën, in 1995 een bom legde in een overheidsgebouw in Oklahoma City. Dan krijgt ze een telefoontje van haar grootmoeder, door wie ze na de dood van haar ouders is opgevoed maar die ze al drie jaar niet meer heeft gezien. Haar grootvader is stervende en ze wordt terugverwacht in de boerderij in het dorpje aan de Waal, waar haar jeugd in rust en onbeduidendheid voorbijging. Lucie gaat, en ontdekt niet alleen dat het is alsof ze nooit is weggeweest, maar ook dat haar komst geen verandering brengt.

Pieter Steinz was niet over Normale dagen te spreken. Hij vergeleek het onder andere vanwege het kind-ouderconflict met Gerard Reves De avonden, waarin de jonge Frits van Egters tien donkere decemberdagen met zijn ouders doorbrengt. Maar waar De avonden “onweerstaanbaar grappig” is, daar was Normale dagen dat volgens Steinz niet bepaald:

“Gerritsen is geen humoriste; sterker nog, wat ze Lucie laat denken is van een dodelijke ernst, die nauwelijks doorbroken wordt door de laconieke manier waarop ze de confrontaties tussen Lucie en haar grootmoeder beschrijft. Lucie is net als de andere hoofdpersonen uit de boeken van Gerritsen (…) een cerebraal type, iemand die in haar gedachten opgesloten zit.”

Het leverde volgens Steinz te vaak “bloedeloze passages” op. En hij zegt dat er lelijke zinnen in het boek staan.

“Maar ook die hoeven een geslaagde roman niet in de weg te staan wanneer het proza of de plot op een of andere manier sprankelt – hetgeen niet het geval is.”

Superduif (2010)

9789044519808_mi_tb_1

De roman over een dertienjarig meisje, Bonnie, dat zich opgesloten voelt in het huis van haar beschermende ouders en bij tijd en wijle verandert in een mensgrote duif werd door Elsbeth Etty als een “beklemmende tragedie” bestempeld. En ze gaf daarnaast een typering van de “in zichzelf opgesloten personages” van Gerritsen, door te zeggen dat ze ”zoals zoveel hypergevoelige of tot depressie geneigde mensen, niet tegen verandering kunnen”.

Bij Bonnie is dat niet veel anders. Zij huilt en gilt iedere dag bij het wakker worden. Tot ze haar vlieggave ontdekt en deze inzet om andere mensen in nood te redden. Etty:

“Een vriendin, in alle opzichten een normaal, aangepast en populair meisje, adviseert Bonnie haar verborgen duivenbestaan openbaar te maken. Net als de ouders van Kafka’s Gregor Samsa zijn die van Bonnie echter fel tegen een ‘coming out’, want zodra je naar buiten komt met je gekte is die gekte een feit. Ontkennen en laten overwaaien, lijkt hun het beste.”

Etty besluit:

“Hoewel Superduif een nogal eendimensionaal verhaal is, waarin de puberale woordkeuze soms een storende factor is, is de nuchtere, althans weinig poëtische, verteltrant effectief. Het is geen geringe prestatie om een psychose van binnenuit te beschrijven en de lezer daarin mee te sleuren. Stilistisch is ze geen hoogvlieger, om haar humor staat ze niet bekend, maar wat Gerritsen hier met bescheiden middelen weet op te roepen is meer dan huiveringwekkend. Om doodsbang van te worden.”

Superduif belandde op de shortlist van de Libris Literatuurprijs.

Dorst (2012)

9789044525182_mi_tb_1

Twee jaar na Superduif verscheen Dorst, een Claustrofobische roman die ook al de shortlist van de Libris Literatuurlijst haalde, en waarvan de motor wordt gevormd door de koele band tussen moeder Elisabeth en dochter Coco. De Amsterdamse Elisabeth is stervende, Coco trekt bij haar in om voor haar te zorgen.

Coco’s beweegredenen hiervoor blijken egoïstischer van aard dan je aanvankelijk denkt, terwijl Elisabeth ondanks haar slechte toestand nog steeds een kille moeder blijft. Als duidelijk wordt dat Elisabeth de kleine Coco als kind hele dagen opsloot in haar kamer, luidt het koele verweer: “‘Ze vond het zelf niet erg.”

Het viel Arjen Fortuin vooral op dat Gerritsen met Dorst een steeds “normalere” schrijver begon te worden.

“Werd je in boeken als Tussen een persoon (2002) en De kleine miezerige God (2008) doorlopend door de auteur het bos in gestuurd, nu blijft Gerritsen haar best doen om haar lezers niet alleen geestig te ontregelen, maar ook om haar personages onder te brengen in een behapbaar verhaal – zoals het relaas van een stervende moeder en haar dochter.”

Dat is een vaststelling, geen kritiek, want Fortuin is te spreken over Dorst. Hij schrijft over “het volslagen gebrek aan sentimentaliteit – zowel bij de personages als de auteur – “ dat ervoor zorgt “dat deze roman over een stervende vrouw nergens larmoyant wordt. Zoals Gerritsen toch al aangenaam uit de buurt blijft van alle voor de hand liggen verlangens en ontwikkelingen die het gros van de romans zo volslagen voorspelbaar maakt.”

Ondanks dat een van de pijlers al vroeg onder de roman wegdonders, is het slot weer erg sterk:

“Maar op een subtiele manier wordt de afstand tussen Coco en haar moeder dan juist verkleind. Niet dat ze elkaar plotseling in de armen vallen, tot bekentenissen komen of de laatste belangrijke woorden tot elkaar richten – integendeel. Gerritsen toont vooral heel mooi hoe de twee verbonden zijn in de manier waarop ze zich isoleren.”

Roxy (2014)

9789044533408_mi_tb_1

De meest recente roman van Gerritsen schopte het opnieuw tot de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Gerritsen zal tot 11 mei moeten afwachten of ze prijs dit jaar wèl wint.

De roman gaat over een 27-jarige vrouw, de Roxy uit de titel, die ‘dubbel verlaten’ wordt door haar man Arthur: niet alleen verongelukt hij, hij ging ook vreemd met een andere vrouw. Roxy blijft achter met een driejarig dochtertje. De roman is ogenschijnlijk een rouwverhaal, waarin Roxy een dubbelhartige verhouding met de werkelijkheid heeft. Een trend in het werk van Gerritsen, zo schreef Arjen Fortuin:

“Een tikje wereldvreemd zijn de vrouwen in Gerritsens boeken meestal – en ze zijn niet zo goed met conventies. Dat geldt ook voor Roxy, maar omdat de conventie in haar geval diep en ernstig verdriet voorschrijft, geeft haar afwijking het boek iets lichts.”

Niet alleen de rouw komt in Roxy aan bod, ook een gefnuikt schrijverschap:

“Tien jaar geleden heeft Roxy een succesvol, maar oppervlakkig boek geschreven over haar ouders, nu levert het allemaal nog maar weinig op. Dat amper uitgewerkte schrijverschap van de weinig reflexieve Roxy is een van de schaarse zwakke kanten van de roman. Door de omstandigheden gedwongen wordt de weduwe uit haar hok gejaagd en daar waar je zou verwachten dat ze radeloos wordt, blijkt ze verrassend besluitvaardig. Slechts een klein deel van haar beslissingen is verstandig, maar het zijn in elk geval besluiten.”

Roxy is daardoor in wezen geen rouwverhaal, maar een “bevrijdingsverhaal”:

“Tien jaar eerder werd Roxy door Arthur bevrijd van haar ouders, nu moet ze zichzelf zien te bevrijden, al ontdekt ze in de loop van haar reis pas waar haar gevangenschap nu precies uit bestaat – en waaruit niet. Zo is het boek ook geschreven: met een buitengewoon goed humeur, in een hoog tempo, geestig, vlot, dicht op de huid van de hoofdpersoon en met een onmiskenbare drang naar de volgende gebeurtenis, de wereld ín. Zo goed op dreef was Gerritsen nog niet eerder: ze lijkt zelf ook wel bevrijd te zijn. Roxy is een boek waarin de complexiteit van de wereld, van liefde, verdriet en wat daar zoal voor doorgaat, op verrassend ongecompliceerde wijze wordt getoond.”