‘Koran is geen montagehandleiding à la Ikea’

In postuum verschenen essay rekent vermoorde cartoonist Charb af met „zwendelaars van islamofobie”.

Stéphane ‘Charb’ Charbonnier, met een editie van Charlie Hebdo in 2012. Foto AFP

Twee dagen voor de broers Saïd en Chérif Kouachi de burelen van het satirische blad Charlie Hebdo binnendrongen om, in hun woorden, de profeet te ‘wreken’, legde hoofdredacteur Charb de laatste hand aan een tekst waarin hij zich verdedigde tegen zijn critici in de politiek, de wereld van de religie en bij andere media.

Postuum is het boekje gisteren verschenen onder de titel Open brief aan de zwendelaars van de islamofobie die racisten in de kaart spelen. De essentie van het 88 pagina’s tellende pamflet: het verwijt van ‘islamofobie’ tegen het blad dat sporadisch tekeningen afdrukte van de profeet Mohammed of prenten waarin jihadisten werden bespot is niet alleen onterecht, maar zelfs „gevaarlijk” omdat haat jegens een religie iets anders is dan racisme, aldus Charb, de nom de plume van de bij de aanslag op 7 januari vermoorde Stéphane Charbonnier. Hij stelt voor het woord islamofobie te vervangen door ‘moslimfobie’.

Velen „die strijden tegen islamofobie doen dat in werkelijkheid niet om moslims als individuen te verdedigen, maar om de religie van de profeet Mohammed te verdedigen”, schrijft hij in het boekje dat deze week als ‘testament’ werd voorgepubliceerd in het linkse weekblad L’Obs. Met andere woorden: kritiek op een geloof (blasfemie), in Frankrijk wettig toegestaan en door de revolutie van staatswege historisch zelfs jarenlang aangemoedigd, moet niet worden verward met racisme of met het wegzetten van een bevolkingsgroep. En trouwens heeft hij als atheïst niet ook rechten? „Geen enkele discriminatie is meer of minder erg dan een andere.”

De tekst is gemaakt voor „als je denkt dat ‘islam’ de naam van een volk is” of „als je denkt dat we kunnen lachen om alles behalve wat heilig is voor jou”, schrijft Charb, die sinds 1992 bij Charlie Hebdo tekende, in een poëtisch voorwoord. Maar ook voor „als je denkt dat in de koran staat dat het verboden is Mohammed te tekenen” of „als je denkt dat het karikaturiseren van een jihadist in een rare positie een belediging van de islam is”.

Die woorden mogen na januari profetisch klinken, maar het blad en zijn makers lagen natuurlijk al langer onder vuur. „Op een dag zal ik voor de grap alle dreigbrieven die ik bij Charlie Hebdo heb ontvangen van katholieke fascisten en van moslimfascisten publiceren”, schrijft hij. In 2011 werd het redactiekantoor in brand gestoken nadat opnieuw mensen aanstoot hadden genomen aan prenten van de profeet.

Maar volgens Charb moet je „wel heel naïef” zijn als je geloofsteksten letterlijk neemt en toepast als ware het „een montagehandleiding van een boekenkast van Ikea”. Zij die de tekenaars van Charlie Hebdo „iedere keer van islamofobie beschuldigen als ze een persoon tekenen met een baard (...) tonen hun steun aan de zogenoemde radicale islam”.