Kinderombudsman kritisch over jeugdzorg na decentralisatie

Kinderombudsman Marc Dullaert.

De jeugdzorg is “één grote proeftuin” geworden na de decentralisatie naar gemeenten van begin dit jaar. Dat schrijft Kinderombudsman Marc Dullaert in een vandaag verschenen rapport.

Kinderen en ouders weten niet goed bij wie ze met een vraag over jeugdhulp moeten aankloppen. Weliswaar hebben veel gemeenten daarvoor zogenoemde wijkteams opgetuigd, maar die bevinden zich veelal in de opstartfase. Hulpverleners in die teams weten lang niet altijd wat hun taken en verantwoordelijkheden precies zijn, schrijft Dullaert. Ook ontberen de teams soms de “noodzakelijke deskundigheid”, bijvoorbeeld voor het herkennen van signalen van kindermishandeling. De werkdruk in de wijkteams is bovendien hoog: er ontstaan al wachtlijsten. De Kinderombudsman vreest dat kinderen die acuut hulp nodig hebben “niet tijdig in beeld zijn”.

Duallert: ‘eigen kracht’ te veel een “mantra”

Dullaert is ook kritisch over de grote nadruk op ‘zelfredzaamheid’ die met de decentralisatie van de jeugdzorg gepaard gaat. Hulpverleners moeten, zo mogelijk, een beroep doen op de ‘eigen kracht’ van gezinnen om problemen op te lossen. Maar volgens de Kinderombudsman dreigt ‘eigen kracht’ te veel een “mantra” te worden: wijkteams blijven er soms nodeloos lang op hameren. In sommige situaties, schrijft hij, moet domweg vlug worden ingegrepen “omwille van de veiligheid van het kind”.

Dullaert heeft geen signalen ontvangen over kinderen die in ernstige nood verkeren en geen hulp hebben gekregen, voegt hij toe. Voor zijn rapport enquêteerde hij 236 ouders en 105 kinderen in vijftien gemeenten verspreid over het land. In vijf andere gemeenten analyseerde hij het lokale jeugdzorgsysteem en voerde hij gesprekken met kinderen, ouders, ambtenaren en zorgverleners.

Staatssecretaris Van Rijn: er kan nog veel verbeterd worden

De kritiek van de Kinderombudsman richt zich louter op de zorg voor kinderen die vóór 2015 nog geen jeugdzorg ontvingen. Voor kinderen die vorig jaar al wél in zorg waren, is de ‘zorgcontinuïteit’ verankerd in de wet: zij hebben dus recht op voortzetting van hun behandeling. Die kinderen, en hun ouders, zijn zeer tevreden over de jeugdzorg.

Staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) ervaart die tevredenheid als een “groot compliment” aan zorgverleners en gemeenten, zegt hij in een reactie. Hij deelt de conclusie van de Kinderombudsman ‘dat er nog veel verbeterd moet worden’ aan de toegang tot de jeugdzorg. “We blijven met alle betrokkenen hard doorwerken aan de verbetering van de jeugdhulp.”