Jeugdopera over Anne Frank en Zef ontroert

„Dat iets waarvoor ik zo bang was, zo zacht kan zijn”, zingt bariton Benjamin de Wilde als Zef Bunga, die zojuist is vermoord. Aan het eind van de jeugdopera Anne en Zef van het Nederlands Philharmonisch Orkest wordt hetzelfde zinnetje gezongen door sopraan Lilian Farahani als Anne Frank. Vanuit het hiernamaals is de dood zacht. Ook voor deze twee gruwelijk aan hun eind gekomen vijftienjarigen. De ene wereldberoemd, de ander een anonieme onbekende. Beiden zaten twee jaar opgesloten en werden uiteindelijk slachtoffer van een door mensen bedacht systeem van moord: Anne Frank omwille van de Holocaust, Zef Bunga omwille van bloedwraak. Anne en Zef werd vijf jaar geleden als toneelstuk geschreven door Ad de Bont. Nu bewerkte hij zijn tekst over de eeuwige verbinding tussen vrijheid, eindigheid en liefde tot een libretto. Met de hartverwarmende muziek van Monique Krüs levert dat wederom een diepontroerende voorstelling op. De Wilde krijgt binnen de zware thematiek de lachers op zijn hand met een bijna musical-achtige vertelling over zijn ouders die het oneens zijn over bloedwraak. Farahani dringt zowel met haar zang- als spreekstem recht in de harten van de toeschouwers. Samen ontroeren ze in hun lotsverbondenheid en ontluikende verliefdheid.

Hier en daar zijn de dubbelrollen die het tweetal speelt onhelder en er wordt veel verteld in de vijfenveertig minuten durende opera. Iets meer instrumentale adem had het hoog-informatieve libretto wellicht nog indringender kunnen maken, de muziek is er meeslepend genoeg voor.