Ja, ook je beste vriend normaal laten erven

Pas eindelijk eens de erfbelasting aan. Vrienden moeten als echtgenoten worden behandeld, schrijft Boris van der Ham.

Illustratie Pavel Constantin

Nederland liep lange tijd voorop in de sociale en juridische erkenning van ‘alternatieve’ relaties. Maar inmiddels is onze samenleving alweer zoveel diverser geworden, dat de wet flink achterloopt op de praktijk. Hechte vriendschappen, donorouders, pleegkinderen en vele soorten alleenstaanden – ons wetboek en het erfrecht zijn er niet genoeg op ingesteld. Hoog tijd dus voor een fundamentele modernisering.

Allereerst moet er aandacht komen voor de singles. Van de 7,5 miljoen huishoudens in Nederland voert grofweg drie miljoen mensen een eenpersoonshuishouden. De groep alleenwonenden is divers. De een heeft een relatie, maar woont niet samen. De ander is alleen komen te staan na de dood van een partner of na een relatiebreuk. Anderen zijn nog, of opnieuw, op zoek, en weer anderen verkiezen het vrijgezellenbestaan bewust.

Hoewel ze in de statistieken als ‘alleenstaanden’ worden omschreven, zijn ze in de praktijk vaak helemaal niet ‘alleen’. Ze delen hun leven met familie, maar ook met buren, vrienden en vriendengroep.

Vriendschapsbanden zijn dikwijls duurzamer dan romantische liefdesrelaties en zijn mensen zeer dierbaar. Notarissen zien in dat licht een enorme toename van de zogenaamde ‘levenstestamenten’. Zowel oude als jongere alleenstaanden kunnen hierin het beheer over hun vermogen regelen, maar leggen ook het medisch handelen bij ziekte vast. Bij gebrek aan familie of gezin – of als iemand belangrijke beslissingen liever aan een vriend dan aan familie toevertrouwt – biedt dit levenstestament grote voordelen.

Het groeiende belang van vriendschappelijke relaties dringt schoorvoetend door tot de overheid. Tot nu toe kon alleen kortdurend zorgverlof op worden genomen voor gezins- en familieleden, maar vanaf 1 juli 2015 wordt die mogelijkheid ook geboden aan bijvoorbeeld een buurvrouw of vriend.

Die ontwikkeling in het zorgverlof is mooi, maar het is tekenend dat de warme erkenning van vriendschap ophoudt als de fiscus om de hoek komt kijken. Een echtgenoot of (geregistreerd) partner krijgt als erfgenaam een vrijstelling van 600.000 euro. Maar wil je je beste vriend laten erven dan moet hij het allerhoogste tarief aan erfbelasting betalen.

In dit soort gevallen wordt wel eens gesuggereerd om desnoods maar een samenlevingscontract, geregistreerd partnerschap of huwelijk aan te gaan. Maar dat doet feitelijk geen recht aan de situatie: er wordt immers niet samengewoond en men is ook geen ‘partner’ van elkaar. Bovendien kunnen deze verbintenissen slechts tussen twee mensen worden gesloten, terwijl je meerdere vriendschappen kunt hebben.

Ook in familiaire relaties schiet de wet tekort. Zo kunnen meerdere samenwonende broers en zussen lastig iets voor elkaar op papier zetten over het gezamenlijk bewoonde huis, omdat ze alleen in koppels een contract met elkaar mogen aangaan; bij een donorvader is het probleem dat hij formeel geen ouder is, maar dat er in de praktijk steeds vaker toch een sociale vader-kindrelatie is.

Het kind wordt voor de erfbelasting echter aangeslagen als een vreemde; bij een pleegkind moet de pleegouder minimaal vijf jaar voor een kind hebben gezorgd, onder de leeftijd van eenentwintig, om het als ‘eigen’ kind te mogen laten erven. Maar wat als de band tussen pleegouder en kind zich buiten deze jaareisen ontwikkelt?

In al deze gevallen is de principiële vraag gerechtvaardigd met welk recht de overheid zoveel eisen stelt. Mensen moeten zelf kunnen bepalen welke relaties hen dierbaar zijn en dat ook kunnen uitdrukken in hun nalatenschap. Om de grote waaier aan sociale verbanden recht te doen is het daarom van belang dat de erfbelasting op dit punt wordt aangepast. De fiscus moet het in ieder geval mogelijk maken dat een individu in het testament meerdere relaties kan aanwijzen die voor het ‘gezinstarief’ mogen erven.

Maar mensen willen niet alleen erven, ze willen ook voor elkaar zorgen. Daarom is het ook tijd dat het burgerlijk wetboek hier meer mogelijkheden gaat bieden. Naast het huwelijk, het geregistreerd partnerschap, en het samenlevingscontract, moet de wet een nieuwe mogelijkheid bieden: de geregistreerde verbintenis.

Daarin kunnen mensen wederzijdse rechten, plichten en zorg vastleggen tussen henzelf en (meerdere) vrienden en buren. Deze constructie is ook de sleutel tot het oplossen van de knelpunten in alternatieve familiaire verbanden.

Op dit moment broedt de staatscommissie ‘Herijking ouderschap’ op de vraagstukken rondom modern ouderschap. Tegelijkertijd zal er de komende maanden druk worden gesproken over de hervorming van het belastingstelsel. Beide discussies bieden een uitstekende gelegenheid om zowel de erfbelasting als het burgerlijk wetboek aan te passen.

De samenleving heeft behoefte aan erkenning van de diversiteit aan verbintenissen: cultureel en sociaal, juridisch en fiscaal.