Ik wil helemaal geen Nederlander zijn

Internet bracht de hele wereld met elkaar in contact. Maar nog altijd zijn er grenzen – en die remmen de vooruitgang, vindt Chiem Balduk. Hij pleit voor natieloosheid.

Foto Yves Herman / Reuters

Vijf maanden lang heb ik een basiscursus Italiaans gevolgd. Niet omdat ik een pastaliefhebber ben of een Italiaanse minnares aan de haak heb geslagen. Nee, ik studeerde de taal omdat ik ooit iets met het land te maken zou kunnen krijgen. Op het moment heb ik dat niet – mijn contacten reiken niet verder dan de Nederlandse grenzen. Ik was dan ook dolblij toen een Italiaanse toerist aan mij de weg naar ‘Il duomo d’Utrecht’ vroeg. Na een korte routebeschrijving in hakkelig Italiaans sprong het gesprek over op het Engels. De man bedankte mij en zei tot slot grollend: „I won’t hurt the monument like you did with the Barcaccia fountain in Rome!” – verwijzend naar de Feyenoord-hooligans die de fontein in Rome beschadigden.

Ik lachte erom en bood zelfs een verontschuldiging aan. Toch voelde ik me er rot over. Maar waarom moet ik me verontschuldigen voor excessen van mensen die in hetzelfde land als ik wonen? Zo draai ik op voor de stupide acties van mensen met wie ik ongewild in een gemeenschap zit. Op die manier moet ik, in navolging van de bijna verplichte publieke afwijzingen van Islamitische Staat door moslims, afstand nemen van iedere hooligan, Zwarte Piet of corrupte politicus in Nederland. #NotInMyName is na elke criminele daad trending topic, maar not in my name.

Grenzen zijn onnatuurlijk

Dat vind ik ontzettend ouderwets en achterhaald. Internet bracht de hele wereldbevolking met elkaar in contact, multinationals creëerden één wereldmarkt en mondiale politieke instituties als de EU en het Internationaal Strafhof namen politiek-juridisch werk uit handen van lokale overheden. Waarom bestaat er dan nog wel de natiestaat met kunstmatige, afgebakende grenzen en een opgelegd gemeenschapsgevoel?

In de wereld die ik voor ogen heb, zijn alle grenzen opgeheven. Ieder individu moet zelf het recht hebben te bepalen tot welke gemeenschappen hij zich verhoudt. Wanneer ik als zzp’er klussen aanneem wil ik niet geremd worden door verschillende regeltjes per land.

Grenzen zijn een uitvinding van de laatste eeuwen. Ze zijn onnatuurlijk. Als geboren Achterhoeker kan ik een Nedersaksisch sprekende Duitser beter verstaan dan een Zeeuw, maar met die Zeeuw deel ik een volkslied en een koning. Daarnaast bestaat er zonder natie geen groter geheel of macht waar men trots op hoeft te zijn of voor hoeft te strijden – dat zorgt alleen maar voor problemen. Grenzen hebben racisme tot gevolg. Er bestaat altijd ‘wij’ en ‘de anderen’: een Griek is lui en een Pool steelt mijn baan.

Die vooroordelen verdwijnen niet door simpelweg alle grenzen op te heffen: een Chinees blijft eenvoudig te onderscheiden van een Zambiaan. Maar wie Darwin’s The Origin of Species uit de e-library haalt, zal ontdekken dat dat achterhaalde rassenonderscheid langzaamaan verdwijnen zal.

Vaker internationale liefdes

Nu er door migratie, internationaal toerisme en handel vaker internationale liefdes ontstaan, worden etnische verschillen langzaam weggenomen. Wanneer dit op grote schaal en generaties lang plaatsvindt, groeien de mensen naar elkaar toe. Op etnisch gebied wordt er dus langzaam één wereldburger gecreëerd, net als dat op cultureel gebied nu al gebeurt. De enige reden om een natie nog in stand te houden is historisch van aard, maar die zal zeer zwak zijn zolang migratie en handel intensiveren.

Dat wegvallen van de natie zal leiden tot een meer egoïstische houding: een individu doet geen dingen waar niets bij te winnen valt en in een seculiere samenleving levert naastenliefde ook geen ticket naar de hemel meer op. Solidariteit naar de zwakkeren van de samenleving en de wil om bijvoorbeeld via belastingen uitkeringen te financieren naar mensen met wie je je niet verbonden voelt, zal sterk afnemen.

Voordat men kan ‘denationaliseren’, moet voor zulke kwesties dus een oplossing gevonden worden. De verzorgingsstaat volledig overhevelen naar transnationale zorgverzekeraars kan een oplossing zijn. Bestuur, garanties en controle kunnen op Europees en, later, mondiaal niveau geregeld worden. De discussie rondom TTIP leert ons dat internationalisering niet alleen ten behoeve van de multinationals moet plaatsvinden. Democratie en controle zijn essentieel om de burger te beschermen.

Grenzen remmen de vooruitgang

Een ander tegenargument is dat stateloosheid tot anarchie leidt. Maar bekijk een lijst met recente burgeroorlogen en je zult zien dat de oorzaak van dergelijke conflicten vaak bij de natiestaat liggen. Neem Oekraïne of de diverse islamitische oorlogen. Centraal gezag op basis van één volk is zó twintigste eeuw. Zolang er instituten zijn die het internationaal recht handhaven, zal de mens niet kannibaliseren.

Nationaliteit is niet meer van deze tijd, hoe rustgevend en eenvoudig die hokjes eeuwenlang zijn geweest. Het wordt tijd om na te denken hoe we een werkelijke ‘global village’ kunnen vormen. Grenzen zijn alleen goed in het remmen van vooruitgang, we moeten daaroverheen durven kijken.

Ik zal het waarschijnlijk niet meer meemaken, maar als ik samen met mijn Italiaanse drie halfbloedjes opvoed, terwijl wij als freelancers in een gehuurde bakfiets door een Aziatische metropool crossen, wil ik op zijn minst ‘world citizen’ in mijn paspoort hebben staan.

En Feyenoord? Dáár wil ik niets meer over horen.