Justitie wil verdachten snel de cel in hebben

Het Openbaar Ministerie vreest dat Willem Scholten en Joep van den Nieuwenhuyzen, de hoofdverdachten in de omvangrijke fraude- en omkopingszaak rond het Rotterdamse Havenbedrijf, zullen vluchten als zij worden veroordeeld. Daarom eiste justitie gisteren in het hoger beroep in het zogenoemde Havenschandaal behalve onvoorwaardelijke gevangenisstraffen ook onmiddellijke „gevangenneming” indien het gerechtshof de strafeisen geheel of gedeeltelijk overneemt. Het OM heeft vijf jaar celstraf geëist voor Van den Nieuwenhuyzen en tweeënhalf jaar voor Scholten.

Beiden hebben „geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland”, zei officier van justitie Koos Plooij aan het eind van zijn requisitoir. Van den Nieuwenhuyzen woont officieel in China, Scholten in Frankrijk.

Justitie verdenkt zakenman Van den Nieuwenhuyzen van omkoping van toenmalig directeur Scholten van het Havenbedrijf Rotterdam, met 1,2 miljoen euro en het ter beschikking stellen van een appartement. In ruil daarvoor zou Scholten, buiten commissarissen en gemeenteraad om, voor ruim 180 miljoen euro aan garanties hebben afgegeven op bankleningen voor het RDM-concern van Van den Nieuwenhuyzen. Die garanties hielpen overigens niet, want RDM en aanverwante bedrijven gingen in 2004 failliet. Daarna kwamen de vermeende misdrijven aan het licht. In eerste aanleg werd Van den Nieuwenhuyzen tot 2,5 cel veroordeeld, Scholten tot een jaar celstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. De omkoping werd in zijn geval maar gedeeltelijk bewezen verklaard.