Haar Franse patiënten krijgen wel een half uur

Nederlandse huisartsen klagen over bureaucratie en werkdruk. Hoe is dat in Frankrijk? De Nederlandse huisarts Grainne Dolan verruilde Purmerend voor Châtillon-en-Bazois. „Doos verse eitjes mee, dokter?”

De Nederlandse huisarts Grainne Dolan vestigde zich anderhalf jaar geleden in Frankrijk. Foto's Benjamin Girette

De huisbezoeken beginnen met een tochtje door een Franse ansichtkaart. Links het Canal du Nivernais, rechts het plaatselijke kasteel en dan langs de glooiende akkers het boerenland in. „Da’s net iets anders dan patiënten bezoeken in Purmerend”, glimlacht huisarts Grainne Dolan in het Bourgondische heuvelland vanachter het stuur van haar auto. „Er zijn dagen dat ik tachtig kilometer door dit soort landschappen rijd. Niet heel onprettig.”

Nederlandse huisartsen klagen steeds luidruchtiger over toegenomen bureaucratie en bemoeizuchtige verzekeraars. Enkele weken terug kondigde de moegestreden Almelose dokter Edward Kriek in deze krant aan dat hij het Hollandse werk zat was en naar Frankrijk zou uitwijken, waar nog wél tijd was om ouderwets te dokteren. Bovendien kampt Frankrijk met een steeds nijpender artsentekort, vooral op het platteland.

Maar is het in Frankrijk echt zoveel beter? En is het wel zo makkelijk om als Nederlandse arts in een andere taal en een andere cultuur je werk te doen? Juist in de afgelopen weken gingen Franse huisartsen in Parijs en in de andere grote steden de straat op om te demonstreren tegen een nieuwe zorgwet die, ook hier, volgens hun tot meer administratieve rompslomp en bovenmatige invloed van verzekeraars gaat leiden.

Dolan, 55 jaar oud, streek anderhalf jaar terug met haar man neer in Châtillon-en-Bazois, een karakteristiek plattelandsstadje met net geen 1.000 inwoners aan de rand van de Morvan, in het departement Nièvre. Haar man, die in Nederland elektricien was, voegde zich een paar maanden later bij haar. Dolan nam de praktijk in het gemeentelijke gezondheidscentrum over van haar voorganger die, na veertig jaar op deze plek, met pensioen ging. Anders dan Kriek had ze in Nederland nooit een eigen praktijk: ze heeft altijd waargenomen, en dus vooral rond Purmerend. Maar ook zij had genoeg van de voortdurende veranderingen, het vele overleg met medewerkers en, vooral, de werkdruk.

Tien minuten per patiënt

„Er is voor een huisarts in Nederland zo weinig tijd om echt met patiënten bezig te zijn”, zegt ze, manoeuvrerend over plattelandsweggetjes met de breedte van een fietspad. „Komt er iemand met een briefje vol klachten, terwijl je maar tien minuten voor een consult mag uittrekken. Dan moet je ze echt vragen om keuzes te maken.”

Toen ze dat van die tien minuten hier aan haar Franse collega’s vertelde, keken die haar ongelovig aan. „Oudere mensen hebben sowieso al tien minuten nodig om zich uit- en aan te kleden als dat voor een onderzoek nodig is”, zegt ze. En oudere patiënten zijn er nogal veel op het leeglopende Franse platteland. Iedere patiënt krijgt hier een half uur. „Ik draai nog steeds veel uren: vijf dagen per week spreekuur, ook op zaterdag, bezoeken in de middag, dienst op maandagavond en eens in de maand het hele weekend. Maar het is allemaal zoveel gemoedelijker en minder opgejaagd.”

Na een paar kilometer rijden zet Dolan haar auto stil bij het huis van mevrouw Robin. De patiënte heeft geen eigen vervoer en kan vanuit het gehucht tussen de weilanden dus niet zelf naar het spreekuur komen. De bezorger van diepvriesmaaltijden vertrekt net via de achterdeur, ‘madame le docteur’ mag via de voordeur naar binnen.

Fransen willen met recept de deur uit

Mevrouw heeft last van artrose, haar rug en handen doen pijn. Ze wijst waar het allemaal mis is. „Hout halen voor de kachel is het lastigst”, zegt ze. „Maar zelfs als ik een kopje koffie in de magnetron zet heb ik pijn, dokter”, legt ze uit. „En de medicijnen, die doen niets?” vraagt Dolan. „Nee, dokter, helemaal niets!”

Geduldig legt de patiënt uit wat er aan schort, maar haar streek-Frans is soms moeilijk te verstaan. Zelf spreekt Dolan wat ze „houtje-touwtje-Frans” noemt. „Soms is het moeilijk om subtiliteiten over te brengen, bijvoorbeeld als je wil zeggen dat doorbehandelen bij heel oude en zieke mensen weinig zin heeft”, zegt ze. „Maar al zou me dat wel lukken, dan is het de vraag of zoiets geaccepteerd wordt. Hier behandelt men in het algemeen veel langer door dan in Nederland. Dat is een groot cultureel verschil.” En patiënten willen waar voor hun geld. „Ze gaan niet zonder minstens één nieuw recept de deur uit.”

Maar met de tanige mevrouw Robin gaat het verder prima. Ze is 78 jaar oud en „een van mijn jongere patiënten”, glimlacht Dolan. Terwijl ze een receptje voor nieuwe pillen uitschrijft, pakt de alleenstaande dame haar chequeboek en betaalt 33 euro voor het consult en nog 3 euro 80 voor de kilometers. „Zal ik u ook weer een doosje verse eitjes meegeven, dokter?”

Fransen zijn gewend te betalen als ze bij de dokter komen. Ze kunnen de kosten declareren bij hun verzekering. Maar een nieuwe wet van de regerende socialisten van president François Hollande, waarmee de Assemblée Nationale deze week instemde, beëindigt de eigen bijdrage en verplicht Franse artsen vanaf 2017 om rechtstreeks te declareren bij de verzekering, de zogenoemde ‘tiers payant’ (derdenbetaling). De regering wil hiermee de medische zorg toegankelijker maken, maar ook deze week gingen weer honderden artsen met spandoeken de straat op om hiertegen te protesteren.

„Het wordt een totale ramp”, zegt dokter Daniel Despois, met wie Dolan haar praktijk in het gemeentelijk Maison de santé deelt. „Je ziet in landen waar patiënten niet ter plekke betalen dat het doktersbezoek met 20 procent omhoog gaat. We hebben hele goede zorg in Frankrijk. Dit is een aanslag op de kwaliteit”, zegt hij.

Nu al veelheid aan formulieren invullen

De voorzitter van de departementale Ordre des médecins, waar artsen in de Nièvre zich moeten inschrijven, Thierry Lemoine, vreest in het bijzonder de administratie. „Er zijn meer dan 600 particuliere zorgverzekeringen in Frankrijk en patiënten wisselen soms ieder jaar van verzekering. Als je met al die maatschappijen als dorpsdokter contact moet gaan onderhouden, dan blijf je bezig”, zegt hij. „Artsen willen mensen beter maken, niet papieren invullen.”

De secretaresse van Dolan (tevens vrouw van de plaatselijke apotheker) toont, terug in de praktijk, de veelheid aan pastelkleurige formulieren die artsen nu al moeten invullen voor het ziekenfonds en de mutuelles, de particuliere verzekeringen. Het onderscheid tussen ziektes en bedrijfsongevallen is in Frankrijk strikter, zegt Dolan. „Als een patiënt op zijn werk een hartaanval krijgt, dan is dat een accident de travail, een bedrijfsongeval. Dan moet de bedrijfsverzekering betalen. Waanzin natuurlijk, en een hoop administratie bovendien”, zegt ze.

„Uiteindelijk gaat het hier natuurlijk dezelfde kant op als in Nederland”, zegt Grainne Dolan. Maar spijt van haar overstap heeft ze niet. Na het ochtendspreekuur (gemiddeld zo’n acht patiënten) en het bezoek aan mevrouw Robin staat er deze doordeweekse woensdag niets meer in de agenda. „Dat is uitzonderlijk hoor”, zegt ze verontschuldigend. „Maar ik ga thuis van het mooie weer genieten.” Met het doosje verse eieren op de achterbank, rijdt ze het Franse land weer in.