Google is niet het Grote Kwaad, maar hoe ver reikt zijn macht?

Een onderneming waarvan de naam een werkwoord wordt, weet één ding zeker: haar dienst of product is zo populair dat die massaal gebruikt wordt. En dat maakt de betrokken onderneming een machtige partij. Google, de Amerikaanse zoekmachine, is zo’n onderneming. Wie in Nederland iets zoekt op het wereldwijde web gaat googelen. Negen van de tien Europeanen gebruikt Google. In de Verenigde Staten ligt het marktaandeel beduidend lager, maar nog steeds hoog. Rond 75 procent.

Google is een wereldpartij dankzij de combinatie van technologie, zakelijk vernuft, idealisme en permanente ambitie. Een onderneming die naar de beurs ging met een missie onder het motto: Don’t be evil. Doe geen kwaad. Inmiddels is Google in talloze andere bedrijfstakken actief, zoals de zelfsturende auto.

Europese landen kunnen er alleen maar met jaloezie naar kijken. Altijd weer die Amerikanen... De meeste partijen die vooroplopen in de internettoepassingen voor consumenten, zijn vanuit Silicon Valley doorgestoten tot de positie van mondiale marktleiders, en soms nog dominant ook. Microsoft. Amazon. Facebook. Twitter. Uber.

Het is ook daarom niet verwonderlijk dat het besluit van de Europese Commissie om een onderzoek in te stellen naar de verdenking van marktmisbruik door Google meteen een politieke reactie opriep. De Amerikaanse president Obama zelf suggereerde dat commerciële Europese belangen hier een rol spelen. Dat is niet onmogelijk. Zoals het ook niet onmogelijk is dat de Amerikaanse president de belangen van Google in het oog houdt. Het bedrijf en zijn medewerkers zijn immers belangrijke investeerders en geldschieters van politieke campagnes.

Het is van belang om vast te stellen dat de Europese Commissie Google niet onderzoekt vanwege diens hoge marktaandeel op zich, maar om mogelijk misbruik daarvan op twee specifieke onderdelen. Een onderneming die een geweldig product heeft ontwikkeld dat (bijna) iedereen wil gebruiken, moet immers niet onderzocht worden omdat men zijn klanten en daarmee de samenleving een dienst bewijst.

Zijn er aanwijzingen voor misbruik van diezelfde marktpositie, dan moet dat bekeken worden. En bij afdoende bewijs ook bestraft. Dat heeft de Europese Commissie eerder gedaan bij Microsoft. Dat doet de Commissie ook bij grote Europese fusies.

Het onderzoek kan jaren duren en in de tussentijd kan alles veranderen. Economische machtsposities zijn zelden op langere termijn houdbaar. In de internetwereld die leeft bij vernieuwing en ontwrichting werkt de volgende starter al aan de volgende doorbraak.