Gastvrij onthaal bij Franse bistro op de Kaap

Wat zijn de nieuwe, beste restaurants van Rotterdam? De Buik van Rotterdam, een online culinair initiatief, brengt wekelijks in kaart wat de stad te bieden heeft.

Katendrecht is zo’n Rotterdamse wijk waar gentrificatie haar heilzaam werk verricht. Toen de haven nog deel uitmaakte van de stad, was de Kaap berucht om zijn kroegen en zijn hoeren en zijn passagierende (heerlijk woord) zeelui. Het Rotterdam van de oppassende burgers lag ver weg: die kwamen hooguit deze kant op voor de eendenvoetjes bij de Chinees in de Atjehstraat – en misschien nog wel meer in de Atjehstraat.

De hoeren werden verjaagd en de paar zeelui die tegenwoordig nodig zijn om een schip op koers te houden, houden Nederland ter hoogte van de Maasvlakte voor gezien. Op Katendrecht vestigden zich artistieke types, zelfbouwers en jonge gezinnen. Er kwam een brug naar de Wilhelminapier die Katendrecht bij de stad trok. Er kwam een theater, een restaurant, nog een restaurant, een café, een ijssalon, nog een restaurant en nog een restaurant. Het Deliplein werd een hotspot waarvoor Rotterdammers van boven de rivier graag de Erasmusbrug trotseren.

Zo ook wij. Bistrot Du Bac moest het worden, vonden we, we hadden er goede berichten over gehoord en met het voorjaar in de lucht hadden we zin in iets Frans. Nu mijn iPhone ook Nederlands spreekt, informeerde ik naar de openingstijden van Du Bac, maar Siri maakte er ‘duwbak’ van, wat ik op de een of andere manier wel weer vond passen bij Katendrecht. Er was op zaterdagavond alleen plek in de eerste shift, van zes tot half negen, bleek toen ik het nummer had gevonden.

Dat van het voorjaar viel die avond nogal tegen, het was voor mijn gevoel meer weer voor een jonge borrel. Die ze niet hadden. Wel wodka (€ 7,50), ook niet Frans zou je zeggen, maar gastvrouw Magdalena komt oorspronkelijk uit Polen – dat kan verklaren. Haar man Remco van de Lagemaat bestiert de keuken. Maar voor het overige is alles aan Du Bac zo Frans als maar zijn kan. Metrotegeltjes, café Richard, confit de canard.

Laat dát nu een van mijn lievelingsgerechten zijn! Bij bloedworst heb ik daarentegen altijd mijn twijfels, maar over je twijfels moet je je wel eens heen zetten. Het voorgerecht kwam in een blinipannetje met appel, veldsla en calvadosjus. De worst was bijna zoet.

Mijn vrouw had de terrine van ganzenlever besteld die werd geserveerd met kweepeer, slahart en brioche. Te koud, vond ze de ganzenlever. Ze dronk er een glas sauternes bij.

Mijn halve flesje Château Bel-Air (€ 28,50) deed het goed bij de bloedworst en de gekonfijte eendenbout. Dat bleken er trouwens twee te zijn, voor mij net te veel, maar dat lag misschien ook door de heerlijke frietjes die erbij hoorden. Het eendenvlees viel, zoals het hoort, van het bot. De kleine tarbot van mijn vrouw kwam met bruine boter en kappertjes, ook wat je noemt een klassiek Frans bistrogerecht.

De desserts op de kaart vielen in dezelfde categorie: crème brûlée en crème caramel. En kaas natuurlijk. Het adres voor de beste crème brûlée menen wij te kennen, het werd dus de caramel.

Dat we daarna de koffie afsloegen, maar toch een madeleine te proeven kregen, zegt iets over de hier ervaren gastvrijheid die in Frankrijk zelf soms minder vanzelfsprekend is. Toen we de deur achter ons sloten, waren we jaloers op de mensen die tijdens de tweede shift aan ons tafeltje mochten zitten.

Driegangenmenu: € 31,50. Voor sommige gerechten geldt een toeslag.