Column

Fietsen is stressen geworden

Nog maar zo kort geleden was fietsen ontspannend. Genoeglijk trappend, aan iets anders denkend, begaf ik me door de stad. Wanneer is fietsen opgenomen in de patronen van de neurotische samenleving?

Een jaar of vijf geleden vielen ze me voor het eerst op: medewielrijders die het fietsen serieus namen. Met het daarbij passende gedrag: nijdig gebel achter je wanneer je niet snel genoeg optrekt bij het stoplicht; ‘eikel’ of andere kwalificaties wanneer men zich ten onrechte de weg versperd meent. Meer recentelijk kwamen daarbij de scooters met de blauwe nummerplaten. Venijnig claxonnerend banen ze zich een weg door het fietsvolk, links en rechts inhalend en onveranderlijk harder rijdend dan de wetgever bedoelde.

Het aantal van mijn kennissen dat door scooters omver is gereden, neemt gestaag toe. Desondanks heeft de stad Amsterdam hemel en aarde moeten bewegen om bij de rijksoverheid vergunning te krijgen voor een proef de scooters althans van fietspaden af te krijgen. Wat de scooter betreft, overheerst nog de regenteske reflex om onverwachte problemen voor subjectieve muizenissen van de burgerij te houden.

Iets dergelijks zag je onlangs ook met de reactie van de regering op het toenemend aantal agressieve gekken op straat. Geen bewijs voor, meende de minister. De in zijn veiligheid aangetaste burger krijgt vaak te horen dat de situatie niet onveiliger is dan vroeger, maar dat alleen zijn ‘gevoel van onveiligheid’ is toegenomen.

Zo woonde ik in de jaren negentig in een buurt waar regelmatig straatovervallen plaatsvonden. De bestuurders reageerden op klachten daarover met een grootscheepse schoonmaakactie, tegen graffiti. Onderzoek had namelijk aangetoond dat graffiti de burger een gevoel van onveiligheid gaf.

De fiets is daarentegen plotseling een politiek hot item geworden – voor het eerst sinds de afschaffing van de rijwielbelasting in 1941. Die belasting – waarbij je een blikken betalingsbewijsje aan je fiets moest bevestigen – had een slechte naam in de jaren dertig, omdat werklozen het rijwielplaatje voor niets kregen, maar met een gat erdoor waardoor zij gestigmatiseerd werden.

Dat was een ander Nederland. Nu leidt de wonderbare vermenigvuldiging van rijwielen tot nota’s over parkeerproblematiek, en analyses over de fietsstromen. Er verschijnen parkeervakken voor fietsen, en op sommige punten sta je als fietser in een heuse file. De fiets is wat in de jaren 60 in de binnensteden de auto was: enthousiast verwelkomd, uitgroeiend tot een enorm probleem.

De academische wereld volgt. De Nijmeegse Radboud Universiteit heeft de primeur van Neerlands eerste fietsprofessor, de van de Universiteit van Colorado afkomstige Kevin Krizek, die komend weekeinde de ster is op een internationaal congres, Cargobikes in changing urban regions. Nijmegen is er, samen met Arnhem, in geslaagd om voor 2017 Velo City binnen te halen, een door de European Cycling Federation georganiseerd, tweejaarlijks mega-evenement. Nog even en met mijn tedere herinnering aan het ontspannen fietsen van vroeger lijk ik iemand die na de aanleg van spoorwegen zeurt dat het met de trekschuit vroeger veel genoeglijker was.