Doe als Australië met vluchtelingenopvang

Vorig jaar staken volgens officiële tellingen 300.000 vluchtelingen de Middellandse Zee over; de echte cijfers liggen hoger. De verwachtingen voor 2015 zijn een ongekende 400.000. Onze verbeelding kan dit niet meer aan. Toen in oktober 2013 een boot met vluchtelingen voor de kust van het Italiaanse eilandje Lampedusa kapseisde – 360 verdronkenen – waren Europa en de wereld geschokt. Deze week stierven ruim 400 mensen voor de kust van Libië, meer dus, en we weten het nog net. In een preek op Lampedusa in juli 2013 geselde paus Franciscus de „globalisering van de onverschilligheid”. In de mis gebruikte hij een kruis en kelk gemaakt van drijfhout; tevoren liet hij een krans te water. Politici kwamen er in zijn preek slecht vanaf: „We bidden u, Vader, om vergiffenis voor diegenen die met hun beslissingen op het hoogste niveau situaties zoals dit drama hebben geschapen.” Toch zal het handelingsvermogen vanuit de politiek moeten worden georganiseerd. Publieke onverschilligheid is er, maar gedijt bij een breed gevoel van machteloosheid. Het morele gelijk van de barmhartige Samaritaan houdt stand zolang alles overzichtelijk blijft. Het kan geen grens trekken tussen ‘jij wel’ en ‘jij niet’ – en in onze eindige wereld komt zo’n grensmoment altijd.

Gewetenloos zijn de smokkelaars. Zij sturen drijvende doodskisten de zee op. Hun illegalenreisbureau biedt een route van Eritrea en Somalië via de Sahara naar de mediterrane kust; een andere loopt van het Midden-Oosten naar Turkije. Hun bondgenoten zijn de Italiaanse maffia, in Noord-Europa belande migranten (die geld sturen) maar ook ons slechte geweten. Na de Lampedusa-ramp ging de Italiaanse kustwacht dichter voor de Libische kust patrouilleren. Deze missie, Mare Nostrum, werd wegens de aanzuigende werking gestopt. Na de nieuwe ramp klinkt de roep om hervatting van de missie. Voor de smokkelaars de gedroomde uitkomst. Hun klanten bereiken zo veilig Europa. De een zijn gewetensnood is de ander zijn brood. Het businessmodel rust op de belofte van toegang tot het Europese asielsysteem, bestemd voor ‘echte’ vluchtelingen. Beter is dus deze valse belofte onderuit te halen. Dat kan. De Amerikanen en Australiërs pakken vergelijkbare problemen met bootvluchtelingen uit Cuba respectievelijk Maleisië en Indonesië anders aan. Wie uit zee wordt gevist, wordt niet naar het vasteland gebracht, maar naar strenge offshore opvangkampen – in Guantanamo en Nauru – waar de asielprocedure begint.

Europa’s gedeelde buitengrens vergt één asielbeleid. Dat is er. Maar het huidige systeem, waarbij migranten in het Schengenland van aankomst opvang moeten krijgen, is failliet. Juridisch failliet: het Straatsburgse mensenrechtenhof verklaarde terugsturen naar Griekenland inhumaan; het EU-Hof ging erin mee. En politiek failliet: het zuiden wil de last niet meer dragen. De Italiaanse autoriteiten knijpen een oogje dicht bij vertrek van illegalen naar Noord-Europa – en meer dan dat. In een onthutsend artikel in Foreign Policy rapporteren Harald Doornbos en Jenan Moussa de verbazing van migranten na hun redding op Italiaanse zee: „Geen kustwacht, geen agent vroeg naar papieren. Geen foto’s, geen vingerafdrukken, niets.” Een Syrische vluchteling werd op weg naar Duitsland in Oostenrijk uit de trein gepikt en terug de Italiaanse grens overgezet. Advies van de politie: „Gebruik hetzelfde kaartje en neem een trein later.”

Offshore-opvang naar Australisch voorbeeld kan zulk afschuifgedrag voorkomen. Maar waar moeten de toegelaten asielzoekers dan heen? Volgende maand moet de Europese Commissie met ideeën komen. Eén idee is een stelsel met verdeelsleutel: elke lidstaat vangt naar rato op. Dan kunnen zuid en noord bondgenoten worden – tegen oost, waar vrijwel geen asielzoeker zich meldt.