Dit verhaal klopt niet

Sinds kort eet ik oesters. Hoewel ik al vijftien jaar vegetarisch eet en me aan vlees noch vis waag, maak ik voor oesters een uitzondering. Daar heb ik drie redenen voor: 1) ze zouden lustopwekkend zijn, 2) ik las ooit een zeer zinnelijke oesterscène in de roman Hoe staat het met de liefde? van Bert Natter en 3) op een feestje trof ik eens een ingehuurde oesterkoning met zilvergrijs haar. Hij droeg een harnas van leer en een Romeins rokje. Zoveel inzet kon ik niet weerstaan.

Dat zijn geen echte redenen, maar volgens mij is dat de mens: vlees, bloed, water, maar bovenal verhalenmaker. Schepper van narratief.

Ik at ze deze week. Het vlees liet makkelijk los van de schelp. Ze waren zout.

Waarschijnlijk kwamen ze van een kwekerij, maar dichterbij de zee ben ik dit jaar nog niet gekomen. Diezelfde dag verdronken er 400 mensen (vluchtelingen) voor de Italiaanse kust. Naar vage schatting gingen ruim 3.072 hen voor.

Je kunt zeggen: waarom over oesters beginnen als je het over bootvluchtelingen wil hebben? Maar het probleem is dat we in de politiek te weinig rare linken leggen.

Natuurlijk wordt er genoeg verdraaid of vreemd geformuleerd. Zo worden bootvluchtelingen alvast ‘immigranten’ genoemd en dat heet dan symboolpolitiek. Maar symboolpolitiek is het probleem niet. Eerder gaan we te weinig met symbolen aan de haal. We zijn niet creatief genoeg. Wanneer Nederlandse politici over vluchtelingen spreken, hebben ze het over ‘bed, bad, brood’. Letterlijker kun je het idee van levensvoorziening niet nemen.

Rutte en Samsom spraken tot diep in de nacht. Dat gaf hun geschil enig gewicht. Het symbool van de nacht (als duister, belangwekkend) wordt ingezet om te verhullen dat er verder niets groters gebeurt. Politiek in de huidige samenleving is puur administratief. Wat een ideologisch geschil zou kunnen zijn, laat zich aannemelijker uitleggen als een strategische onderhandeling. De PvdA wil de linkse achterban niet kwijt. De VVD mist haar onderscheidende identiteit in een samenleving die toch al volledig geëconomiseerd is. Er staat niets op het spel, behalve het eigen voortbestaan. Een politiek die je ‘dierlijk’ zou kunnen noemen.

Al sinds Aristoteles moet politiek juist dát zijn wat mensen van de dieren onderscheidt. Een mens richt zich niet alleen op de bevrediging van het lichaam en kijkt niet alleen naar de meest directe lijnen (honger -> eten). Een mens houdt zich bezig met ideeën die verder reiken dan het momentele. Een werkelijk politieke vraag zou zijn: wat is mijn plaats in de wereld? Waar mag ik leven?

Was dit een kloppend verhaal, dan kwamen de oesters hier terug. Maar dit verhaal klopt niet. En het moet zich vooral niet als kloppend voordoen. Bed, bad, brood dempt behoeftes, het lost geen fundamentele vragen op.