Dit schreef hij alleen voor mij

Wat gebeurt er als je, enigszins verlaat, verzeild raakt in het werk van de Nobelprijswinnaar 2014? Voor je het weet kan je niet meer zonder. Kort verslag van een literaire verslaving.

Je moet toch wat zeggen, als iemand de Nobelprijs heeft gewonnen en dus zei ik: ‘Modiano? Daar heb ik in diepe bewondering nooit iets van gelezen.’ De kwinkslag was niet voldoende om de schaamte te verdrijven. Want vrijwel alle mensen van wie ik de literaire smaak hoogacht, bleken van Modiano te houden en daar zat ik met slechts een standaardpakket aan wetenswaardigheden: dat de boeken van Modiano erg op elkaar leken (maar dat dat niet erg was), dat ze draaiden om het verdwenen verleden en dat er nogal wat Parijse straten en cafés in voorkomen. Nu ben ik gevoelig voor een zekere mate van Parijse rode-wijnromantiek, maar ik ben er niet zeker van dat het ook de beste literatuur oplevert.

Ik begon met Dora Bruder (1997), een verhaal over een vermist joods meisje in het Parijs van 1941. Mijn (betwistbare) veronderstelling was dat het oorlogsboek wel het belangrijkste zou zijn. Het begint met een verteller die ‘acht jaar geleden’ een oude krant vond: de Paris Soir van 31 december 1941, waarin hij een vermissingsbericht aantrof. ‘Vermist: een vijftienjarig meisje, Dora Bruder, 1m55, ovaal gezicht, grijsbruine ogen, grijze sportjas, donkerrode trui, marineblauwe rok en hoed, kastanjebruine sportschoenen. Inlichtingen s.v.p. aan de hr. en mw. Bruder, boulevard Ornano 41, Parijs.’ De verteller doet daarna uit de doeken dat hij de buurt kent, wat hij adstrueert met een groot aantal namen van straten en boulevards, cafés en huisnummers. Hij bleek jarenlang voorbij boulevard Ornano 41 gelopen te zijn, wat voor hem aanleiding is de lang vervlogen vermissing van Dora Bruder te onderzoeken. Die vermissing is een merkwaardige. Zij is een joods meisje in bezet Parijs en dus hangt haar een verschrikkelijke verdwijning boven het hoofd. Maar voorlopig is ze gewoon vijftien en weggelopen.

Woonlagen tellen

Bij dat onderzoek blijft geen detail onbenoemd: documenten worden consciëntieus overgetikt, woonlagen worden geteld en looproutes worden precies nagewandeld. Het maakt Dora Bruder zeker in het begin tot een merkwaardige leeservaring. De lawine aan details stemt je ongeduldig, want wanneer volgt dan de betekenis van dit alles – en wat is die? Je denkt aanvankelijk vooral dat Patrick Modiano een zéér merkwaardige schrijver is.

Na een pagina of vijftig begint de detailmanie te werken: je voelt waar de dwang van deze neurose huist. Elk snippertje papier, elke steen van een gebouw waar het meisje langs is gelopen, draagt namelijk een belofte in zich: die dat alle voorbije tijd erin opgesloten zit. En dus dat het als een knop zal openbarsten, zodat het verleden er springlevend uit tevoorschijn kan komen – een variant op Huizinga’s historische sensatie met een knipoog naar Proust.

In het geval van Dora Bruder komt daar nog een historische urgentie bij. Haar verhaal is meer dan gewone geschiedenis, waarin het onherroepelijke verloop van de tijd het verleden laat verdwijnen, wat op zich erg genoeg is. Het lot van de Parijse joden in de oorlog is niet alleen een verdwijning, het is een verwijdering. Het benadrukt waarom Modiano’s poging om iets terug te halen zo dringend is: uiteindelijk wordt hier verzet tegen de Holocaust gepleegd. Te laat natuurlijk, en hopeloos vergeefs. Vandaar dat Modiano zich de taak stelt om het kleine mysterie op te lossen: dat van Dora’s weglopen. Door die petite histoire kloppend te krijgen kan hij haar veilig terugbrengen bij haar ouders en het grote verhaal iets lichter laten lijken – aan het zwarte gat dat daarop voor de familie Bruder zal volgen, is immers niets te doen.

Troost

Zo is Modiano de man die na een ramp bij de nabestaanden komt en probeert, een tikje onhandig, een beetje troost te bieden. Een doekje voor het bloeden. U begrijpt, tegen het einde van Dora Bruder was ik geheel in de ban van Modiano. Ik wilde méér: bij een Nobelprijswinnaarsprijsvraag had ik Het gras van de nacht gewonnen en op de dag voor Kerst (winkelsluiting!) liet ik twee familieleden Uit verre vergetelheid en Aardige jongens kopen. Het is een verslaving waarvan het einde nog niet in zicht is. Zoals het leegeten van een zak drop soms een gedachteloze noodzaak kan zijn, zo schijnt het mij volstrekt van levensbelang te zijn om tussen al die dagen vol vluchtigheden, tweets en incidenten boeken te lezen waarin mensen obsessief proberen de kruimels van dat verleden bijeen te vegen en er iets toonbaars van te maken.

Het zeldzame maar beslissende gevoel drong zich op, dat Modiano zijn boeken speciaal voor mij had geschreven – wat het des te sneuer maakt dat ik me zo lang aan zijn werk had onttrokken. Niet dat alles vlekkeloos gaat: in In het café van de verloren jeugd las ik zo onregelmatig dat ik aan het eind van de rit geen groter geheel meer zag.

De laatste tijd, vooral sinds Zondagen in augustus, valt me iets anders op: de constante aanwezigheid van een verlangen om af te dwalen, bij de meeste van Modiano’s personages. Om te verdwijnen in drugs, in de vluchtigheid van het leven, in de liefde, in een misdaadavontuur of gewoon met de noorderzon vertrekken naar een andere stad – en dan nog een stad verder. In de wereld van Modiano is er geen groter verlangen dan dat om te verdwijnen. Misschien moet ik met die gedachte Dora Bruder nog een keer lezen: als het verhaal van een meisje dat weg wilde.

Alleen iemand die zo graag wil verdwijnen als Patrick Modiano kan zo mooi zoeken.