De tegelkunstbrug van Kralingen

Het is monnikenwerk, de restauratie van de brug in Kralingen. Tegelzetters zijn al weken in de weer en het werk is nog lang niet af. Geen tegel is gelijk.

Michel van Viegen (links) en collega Piotr Skalny werken aan de tegelkunst. Foto Sheila Kamerman

Tegelzetter Michel van Viegen is een vakman. Of hij nu een badkamer moet betegelen of een hele brug, hij draait er zijn hand niet voor om. Zij aan zij met zijn vaste maat. Tien tot twaalf vierkante meter strak metselwerk per dag.

Maar nu is hij enkele weken ook kunstenaar. Daar moet hij even aan wennen.

Het komt allemaal door het cementen bruggetje aan de oostkant van het Kralingse bos, daar waar de Kortekade overgaat in de Plaszoom. Vanaf de weg gezien een simpele brug over een smal zijstukje van de Kralingse plas. Een lichte helling in het wegdek. Iedereen die vanaf het zuidoosten het Kralingse Bos ingaat, fietst/skate/rolschaatst/rijdt erover heen. Kijk je van de zijkant, dan zie je een bijzonder tegelwerk van bruine, lichtbruine, zwarte en gebroken witte... badkamertegels.

Iets anders kan Van Viegen er niet van maken. Badkamertegels, dat zijn het. Dubbelgebakken, en van goeie kwaliteit, dat wel. Gebroken in grote en kleine stukjes vormen de tegels sierlijke patronen op de brug.

Vormden. Vocht trok erachter, de kit liet los. Hele stukken kunst vielen naar beneden in de sloot. En de rest zal snel volgen. Hoor maar. Van Viegen tikt met een sleutel tegen de tegeldelen. Dof geluid? Dan zit de tegel al los.

Daarom hebben Van Viegen en zijn collega Piotr Skalny een bijzondere opdracht. Ze moeten het kunstwerk met nieuwe tegels namaken. Een goede tekening is er niet. Alleen een foto.

Van Viegen en Skalny turen voortdurend naar een A4’tje dat ze op de brug hebben geplakt. De collega snijdt de tegels zo precies mogelijk in vorm met een slijptol. De kleine stukjes doen ze op gevoel. Precies namaken is geen doen. Van Viegen metselt de stukken tegen de wand.

Wat zou de kunstenaar ervan vinden? Ze hebben geen idee. Ze weten niet eens wie het is. Bij de gemeente moeten ze ook even zoeken. Dan komen ze met een naam: architect Marja Haring. Zij is de bruggenvrouw van Rotterdam. Zij ontwierp vele bruggen in de stad. Meest recent nog de Ibisbrug naar het Wijnhaveneiland met de sierlijke zwarte krul. En de brug achter het Centraal Station over de Noordsingel.

Zij maakte ook de brug bij het Kralingse Bos – de Juliana-brug. „Het ging om een simpele brug. Het mocht ook niet te veel kosten.” Om het bijzonder te maken, bedacht ze de tegelkunst. „Ik denk dat ik geïnspireerd was door Gaudí, zegt ze. „Misschien was ik wel net in Barcelona geweest. Ja, dat denk ik eigenlijk.”

De brug werd gebouwd in 1997. Daarna voerde ook een tegelzetter haar ontwerp uit. „Ik had de kleuren uitgezocht”, zegt Haring. „Ik vond deze kleuren mooi bij het bos passen, en bij de robuuste brug. Ik heb tegen de tegelzetter gezegd dat er geen oorspronkelijke hoeken meer in de tegels te zien mochten zijn. Dat was toen heel mooi gelukt.” Een tweede brug even verderop kreeg dezelfde patronen.

Tegenwoordig ontwerpt Marja Haring vooral gebouwen, maar haar hart ligt nog steeds bij de bruggen. „Ik hou van constructies en mechanica. En het uiteindelijke resultaat is kunst met een grote K.”

„Het wordt best mooi toch”, zegt Van Viegen als hij van een afstandje naar zijn werk kijkt. Hij vindt het wel geestig. Al schiet het bepaald niet op. Drie vierkante meter op een dag halen ze. „Maximaal.”