Beleggingsfondsen zijn de nieuwe banken. Pas op, zegt het IMF

Nu de banken sterker zijn gereguleerd, verplaatsen de problemen zich. Er is nog minder zicht op.

Op 15 oktober vorig jaar veroorzaakte een reeks slechte cijfers over de Amerikaanse economie plotseling voor enorme schommelingen op de markt voor staatsleningen.Foto Richard Drew/ AP

De economie trekt wereldwijd weliswaar wat aan, maar de stabiliteit van het financiële systeem is er juist op achteruit gegaan. Dit stelt José Viñals, hoofd van de divisie financiële markten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Het IMF rapporteert elk half jaar over de weerbaarheid van het financiële systeem in het zogenoemde Global Financial Stability Report, dat woensdag uitkwam.

De risico’s zijn niet alleen toegenomen, ze zijn ook verschoven naar delen van het financiële systeem waar veel minder zicht op is en waar moeilijker kan worden opgetreden, zegt Viñals. Er is een verschuiving van banken naar zogenoemde non-banken of ‘schaduwbanken’. Dat zijn bijvoorbeeld grote beleggingsfondsen die steeds belangrijker worden bij kredietverlening.

De vijfhonderd grootste beleggingsfondsen hebben nu wereldwijd 76.000 miljard dollar onder beheer. Dat bedrag is vergelijkbaar met het jaarlijkse bruto binnenlands product van alle landen samen.

Banken ‘maken de markt’ niet meer

Banken zijn door regelgeving steeds meer beperkt in het nemen van risico’s. Zij handelen ook veel minder op de financiële markten dan voorheen. Dat heeft nadelen. Als de financiële markten door een crisis zouden gaan, met name de obligatiemarkt waar leningen worden verhandeld, dan kunnen banken niet meer zo sterk optreden als ‘market maker’, waar grote posities altijd gekocht of verkocht kunnen worden zonder dat de financiële markt daar grote schokken door ondervindt.

De grote beleggingsfondsen hebben die rol van ‘market maker’ niet. Deze week riep de Federal Reserve Bank van New York, de uitvoerende arm van de Amerikaanse centrale bank, grote fondsbeheerders bijeen om hun op het hart te drukken die rol wel op zich te nemen.

Maar beleggingsfondsen kampen door hun aard met een structureel probleem: als de markt in een crisis raakt, trekken beleggers hun geld terug uit het fonds, waardoor het op zijn beurt gedwongen is om zijn eigen beleggingen even snel te liquideren.

Bovendien bestaat er vaak een voordeel voor de belegger die zich het eerste terugtrekt, stelt het IMF. Bij elkaar geeft dat een ‘liquiditeitsrisico’: als er een lawine van verkopers is, maar er te weinig kopers zijn, droogt de markt op en kunnen koersen extreme bewegingen vertonen.

Het IMF wijst op de gebeurtenissen van 15 oktober vorig jaar. Toen veroorzaakte een reeks van slechte cijfers over de Amerikaanse economie plotseling een enorme prijsstijging op de markt voor staatsleningen, die even snel weer verdween. De schok was een van de grootste van de afgelopen kwart eeuw.

De verminderde rol van banken, en de toegenomen rol van beleggingsfondsen, wordt gezien als een van de oorzaken van dit incident. Beleggingsfondsen zijn veel minder gereguleerd zijn dan banken. Daarnaast speelde de opkomst van ultrasnelle, gecomputeriseerde handel (high frequency trading) een rol. Ook het toegenomen gebruik van financiële derivaten (bijvoorbeeld opties en termijncontracten) speelde mee.

Het IMF pleit voor meer toezicht op beleggingsfondsen, en dan vooral hun liquiditeitspositie. Dat moet op fondsniveau gebeuren en op het niveau van het financiële systeem zelf.

Verzekeraars krijgen meer aandacht

Ook levensverzekeraars kunnen rekenen op de aandacht van het IMF. Hun positie is precair, omdat zij door zeer lage rentes de aan hun klanten beloofde uitkeringen steeds moeilijker waar kunnen maken. De Nederlandsche Bank vroeg dinsdag in een rapport over de Nederlandse financiële stabiliteit eveneens aandacht voor de positie van levensverzekeraars.

De waarschuwing van het IMF onderstreept dat het financiële systeem nog verre van veilig is. Nu banken onder sterkere regulering zijn gekomen, verplaatsen de risico’s zich naar buiten de banksector. Viñals van het IMF zei dat het uitzonderlijke monetaire beleid van centrale banken, door de lage renteniveaus die er het gevolg van zijn, nieuwe risico’s oplevert.