Automobilist moet meeste inschikken

Gisteren presenteerde wethouder Litjens zijn verkeersplannen voor een betere doorstroming in Amsterdam. Die plannen zijn omvangrijk en veelomvattend. Vooral de automobilist moet inschikken.

Belangrijkste verkeersmaatregelen in de nieuwe plannen voor een betere doorstroming in Amsterdam

Het wordt inschikken in Amsterdam. En de automobilist moet meer inschikken dan de fietser, de voetganger of de tram-, bus- en metropassagier.

Wethouder Pieter Litjens (verkeer, VVD) presenteerde gisteren zijn plannen voor de mobiliteit in de almaar drukker wordende stad. Zijn nota heet een ‘uitvoeringsagenda’, omdat de plannen niet allemaal even nieuw zijn. Maar in hun samenbundeling zijn het er ineens wel vijftig tegelijk en een blik op de kaart laat zien hoe omvangrijk en omvattend de maatregelen zijn.

De meeste hebben betrekking op de binnenstad in de ruime zin van het woord: Amsterdam binnen de Ringweg A10. Zoals Litjens zei: „Hoe meer het gebied verstedelijkt is, des te logischer om meer ruimte te geven aan fiets en voetganger.” Maar er zijn ook plannen die verder strekken: snelle buslijnen langs de Ring, zes mogelijke nieuwe metrotracés, die dan tramlijnen kunnen vervangen – „geoptimaliseerd”, in de ambtelijke taal van het stuk.

Het sleutelwoord is ‘doorstroming’, waarbij niet alleen fietsen maar ook auto’s gebaat zijn. „Automobilisten hebben er ook niks aan als ze twintig minuten achter elkaar aan sukkelen door steegjes”, zei Litjens gisteren. De wethouder moest wel een paar slagen om de arm houden:

■ hoe ze worden uitgevoerd; die in zijn ogen noodzakelijke verbinding over het IJ naar Noord, wordt dat een tunnel, een fietsbrug of een kabelbaan?

■ wie ze uitvoert; de wethouder wil acht ondergrondse parkeergarages, maar heeft nog geen antwoord op de vraag of de gemeente die bouwt en exploiteert of dat ondernemers dat gaan doen.

■ wanneer ze worden uitgevoerd; als bewoners met hun auto al niet meer op de Lindengracht mogen parkeren, is er dan wel een ondergrondse garage waar ze terecht kunnen?

De eerste reacties uit de buitenwereld zijn gereserveerd. Vooral door die slagen om de arm. Zo wijst woordvoerder Ad Vonk van de ANWB erop dat de exploitatie van parkeergarages over het algemeen niet zo florissant is. „Dan klinken acht garages in Amsterdam alleen als heel veel. Wie gaat dat betalen?” Ook winkelstraatmanager Nel de Jager van de Haarlemmerbuurt – waar volgens de plannen van Litjens tweederde van het aantal bovengrondse parkeerplekken moet verdwijnen – vraagt zich af hoe realistisch het ondergronds parkeren (en vooral de exploitatie daarvan) is als oplossing voor het ruimtegebrek. „Ondernemers hier worden regelmatig gebeld door de exploitant van de parkeergarage onder het Haarlemmerplein. Of ze hun klanten toch alsjeblieft willen attenderen op die garage van ze.” Het vermeerderen van het aantal laad- en losplekken vindt ze ook een slecht idee. „Daar parkeren fietsers en brommers. En niemand mag die verwijderen.” Alleen de fietsersbrug over het Westerkanaal die direct van het Westerpark naar Centraal Station leidt, klinkt goed. „Maar dat zal wel weer jaren duren.”

Ondernemers in de Haarlemmerbuurt en in De Negen Straatjes zien bovendien liever meer toezicht op straat verschijnen, dan auto’s verdwijnen. Lony Scharenborg van Ondernemersvereniging De 9 Straatjes: „Het zal echt helpen als een agent fietsers en automobilisten erop wijst dat ze verkeerd parkeren. Het is nu echt een chaos.”

De Fietsersbond Amsterdam heeft vooral vragen bij de uitwerking. Worden er niet wéér verkeerde, niet in de weg staande, fietsen weggeknipt? En die proef met ‘flexparkeren’ – parkeerplaatsen overdag voor auto’s en ’s avonds voor fietsers – wordt zonder rek algauw een puinhoop.

Van ‘fietsprofessor’ Marco te Brömmelstroet, sociaal wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, mag je een positieve reactie verwachten. Hij noemt het plan dan ook: „Een mooi perspectief op de toekomst van Amsterdam. Het komt tegemoet aan een aantal ontwikkelingen en problemen die al langer worden gezien en ervaren in de stad.” Ook het feit dat de wethouder „krachtig afstand neemt van de auto als maatgevend in de stad en de infrastructuur”, vindt hij positief.

Maar ook hij heeft er een kritische kanttekening bij: „De agenda lijkt er impliciet en expliciet vanuit te blijven gaan dat doorstroming het hoofddoel is van mobiliteit, terwijl dat op zichzelf ook ter discussie moet en kan worden gesteld. Het is een afweging van doorstroming versus verblijfskwaliteit en andere kwaliteiten.”