Wie kan dichten, moet leren lezen

Duizenden doen het: poëzie schrijven. Maar wie leest het? Ellen Deckwitz voelt een missie. De komende weken biedt zij Eerste Hulp bij het lezen van gedichten.

Illustratie Jenna Arts

Je hebt het vast weleens gedaan, geef maar toe. Ook al heb je het voor jezelf gehouden en ieder spoor zorgvuldig uitgewist. Biecht maar op, je hoeft je er niet voor te schamen, je bent de enige niet. Een groot aantal Nederlanders dicht. Maar niemand leest. Het schijnt dat meer dan een miljoen Nederlanders gedichten schrijft op vrijwillige basis, dat wil zeggen: buiten de verplichtingen rond Sinterklaastijd om. Het gaat goed met de poëzieproductie in ons land. Amateurpodia schieten als paddenstoelen uit de grond. Er zijn inmiddels honderden pagina’s online waarop mensen hun verzen met de rest van de wereld delen en als klap op de vuurpijl ontvangt de Turing Gedichtenwedstrijd jaarlijks meer dan tienduizend inzendingen. Al met al kun je zeggen dat we ons suf dichten, wat op zich al een fles champagne waard is.

Daarom is het des te vreemder dat Nederlanders relatief weinig poëzie lezen. De gemiddelde oplage van een bundel ligt rond de tweehonderd exemplaren en ze worden eerder verramsjt dan herdrukt. Ook bij bibliotheken is poëzie het ondergeschoven kind: bundels worden afgeschreven en belanden voor vijftig cent in de uitverkoop. Er bestaan zeker mensen in ons land die met hart en ziel van poëzie houden, maar deze groep is – hoe trouw en fanatiek ook – zeer klein.

De verhouding tussen poëzie schrijven en lezen zit dus helemaal scheef. Dat blijkt niet alleen uit verkoop- en leencijfers, maar ook in gesprek met amateurdichters. Als ik aan mijn leerlingen vraag waarom ze niet lezen, zeggen ze dat ze poëzie gewoon te vaag vinden. Ze hebben geen idee hoe ze gedichten moeten interpreteren. Sommigen hebben weleens een bundel opengeslagen, maar ze legden die ontmoedigd terug, omdat ze er geen snars van snapten.

Onkunde in plaats van onwil

Het gevoel bekruipt je dat hier sprake van onkunde is, in plaats van onwil. Het huidige onderwijs draagt daar niet bepaald aan bij. Het aantal uren Nederlands op de middelbare school is de afgelopen jaren al drastisch afgenomen en de meeste lessen worden besteed aan tekstanalyse en brieven schrijven. De weinige tijd die overblijft voor literatuuronderricht wordt eerder aan proza dan aan verskunst besteed. Waardoor sommige jongeren nogal griezelige opvattingen hebben over poëzie. Dat een gedicht bijvoorbeeld alles mag betekenen wat je maar wilt. Dat songteksten altijd poëzie zijn, ondanks het feit dat de meeste een slap herkauwen van ‘common sense’ zijn.

Wat een misvattingen, wat zonde. En dat terwijl de Nederlandse poëzie zo fantastisch is. Ze kan tegelijkertijd grappig én schrijnend zijn, ontroerend en ontluisterend. Acht regels kunnen de impact hebben van een natuurdocumentaire en actiefilm in één. Prachtige regels als ‘alles van waarde is weerloos’ of ‘niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’ hebben een speciale plek in mijn borstkas en zingen mee met iedere stap die ik zet.

De Nederlandse poëzie is te bijzonder om aan haar lot over te laten. Gelukkig ben ik niet de enige die zich over ontlezing opwindt: Anne Vegter, onze Dichter des Vaderlands, bereidt op dit moment een collegetour voor waarin bekende dichters zullen aantonen dat iedereen gedichten kan lezen en begrijpen. „Een gedicht is een instrument waarmee je je blik op de wereld scherp kunt stellen. Het dwingt je tegelijk naar binnen en naar buiten te kijken”, vertelt ze me, „daar heb je wat aan en dat moet iedereen weten. Daarom zal 2016 het jaar van poëzie lezen worden”. De collegetour wordt afgesloten met een groot congres voor docenten Nederlands, waarop het lezen en ontraadselen van gedichten centraal staan. Vegter, lachend: „Kunnen de leraren er ook iets van opsteken en doorgeven.”

De meeste mensen doen het liefst iets, dat ze al een beetje kunnen. Daarom zal ik de komende tijd in nrc.next Eerste Hulp Bij Poëzie geven. Ik zal ingaan op verschillende technieken die er zijn om een gedicht te begrijpen, hoe je wel en hoe je absoluut niet kunt lezen. Ik zal de regels die bij het lezen van poëzie horen, uitgebreid behandelen. Daarnaast zal ik leestips voor de beginnende poëziefanaat geven en wekelijks een agenda opnemen van lezingen over het lezen van gedichten.

Geef ’t een kans!

Maar voordat je de vlag uithangt: een kleine waarschuwing is hier op zijn plaats. Poëzie is niet ongevaarlijk. Het kan je gelukkig maken, maar ook somber. Verdrietiger en diepzinniger tegelijkertijd. Opeens zie je gevoelens verwoord die je eerder niet kon uitdrukken en dus ook niet kon verwerken.

Misschien is poëzie niks voor jou, maar dat weet je pas als je ’t een kans geeft, want laten we wel wezen: hoe wist je vroeger dat olijven te eten waren? Of een biertje wel lekker kon zijn? Door het gewoon te proberen. Geef me een kans, en ik maak je binnen enkele columns een nóg gelukkiger en rijker mens dan je nu vast al bent.