Column

Waar is de krulsnor in het peloton gebleven?

Bradley Wiggins zei dat hij de benen had om Parijs-Roubaix te winnen. Maar hij won niet. Ik zag hem in de finale wel een vergeefse aanval plaatsten. Voor mij hoefde Bradley Wiggins Parijs-Roubaix niet te winnen. Ik had wel verwacht dat hij de avond voor zijn allerlaatste grote koers zijn baard zou hebben afgeschoren.

Tonnen worden er uitgegeven bij team Sky om de coureurs zo aerodynamisch mogelijk de weg op te krijgen, maar Bradley gooit een op een handveger gelijkend kakenstelsel in de wind. Nog meer geld wordt geïnvesteerd in bloedverrijking door hoogtestages en in immuniteitstesten in dure laboratoria om het legertje fietsers enigszins fit te houden, maar als de blauwe vinvis spreidt Bradley zijn baleinen uit om zoveel mogelijk stof, bacteriën, vliegen, motorolie, en God weet wat er nog meer van een wegdek opwaait, te verzamelen.

Het kan niet anders dan dat de baard van Bradley door de vooruitstrevendste van alle wielerploegen onderzocht is en gekwalificeerd werd als een bedenkelijk roversnest. Maar omdat het om Sir Bradley ging mocht hij zijn baard behouden.

Ik zie overigens veel baarden in het peloton. Het moet de tijdgeest zijn. Wielrenners zijn geen trendsetters. Kennelijk is er een idool ontdekt in de popindustrie, of in de voetballerij. Maar niemand durft het aan een even woeste als gedistingeerde krulsnor onder de neus te plaatsen waarmee de pioniers van het wielrennen meer dan honderd jaar geleden pronkten op hun ijzeren vehikels die ongeveer vijf keer zoveel wogen als de carbon architectuurtjes van vandaag.

Nee, de krulsnor zie ik niet snel een rentree maken in het peloton. Ik kan er wel een paar aanwijzen die dit ultieme symbool van mannelijkheid niet zou misstaan. Ik noem John Degenkolb, de winnaar van de jongste Parijs-Roubaix. Ik noem Sep Vanmarcke die dit voorjaar faalde, maar dat zegt niets over een tekort aan testosteron. Ik noem Bradley Wiggins die zo’n snor als een sieraad zou dragen.

Maar Sir Bradley gaat ons verlaten. Althans, de wegrenner Wiggins gaat ons verlaten. Ik zal hem missen. Hij keert terug naar de piste waarop hij de olympische- en wereldtitels aan elkaar reeg. Volgend jaar in Rio de Janeiro mag hij graag wat laat goud bij elkaar wil fietsen met een eigen team op het onderdeel ploegenachtervolging. Over anderhalve maand valt hij eerst nog het werelduurrecord aan in Londen. Hij krijgt het druk op zijn oude dag.

Wiggins is een man met een zeer grote motor. Nadat hij op wetenschappelijk verantwoorde wijze vele kilo’s kwijtspeelde bleek hij ook al te kunnen klimmen. De Tour van 2012 was de zijne. Maar na die Tour belandde hij in een crisis: hij wist niet meer of hij de wielersport haatte of liefhad.

Met dank aan een pijnlijke kindertijd werd Bradley de kampioen van de relativering. Toen hij met wielrennen begon was hij a streak of piss, nu voelt hij zich een vijfendertigjarige maar dankbare streak of piss.