Typische producten van de geglobaliseerde kunstwereld

Ji Eun Kim, Urban Bulldozer, 2013 Foto Galerie Ron Mandos Amsterdam

Ze werden alle vier in de jaren zeventig geboren in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Daar volgden ze een kunstopleiding, maar vervolgens vlogen ze uit, naar academies in Londen, Düsseldorf en de Verenigde Staten. Nu verraadt alleen hun naam nog dat ze een Aziatische afkomst hebben. Ji Eun Kim, Wonkon Jun, Jiyen Lee en Jung Lee, de kunstenaars die vertegenwoordigd zijn op de tentoonstelling Korean Contemporary: Fusion in Galerie Ron Mandos, spreken allemaal de taal van de westerse kunstgeschiedenis. Ze hebben gekeken naar de schilderijen van Mark Rothko en Robert Ryman, naar de neonwerken van Tracey Emin en de fotomontages van Andreas Gursky. Maar ze hebben er hun eigen draai aan gegeven. Copy cats zijn ze zeker niet, wel typische producten van de geglobaliseerde kunstwereld.

Jung Lee liet neonlichten oplichten in het niemandsland langs de grens met Noord-Korea en maakte daar vervolgens foto’s van. ‘How could you do this to me’ of ‘Without you’, staat er geschreven tegen een decor van mistige bergen – teksten die afkomstig zijn uit westerse popliedjes, maar die in dat desolate landschap opeens een politieke betekenis krijgen.

Alle vier de kunstenaars zijn te jong om de oorlog tussen Noord- en Zuid-Korea te hebben meegemaakt, maar waarschijnlijk kennen ze de verhalen van hun ouders, of speelden ze als kinderen tussen de brokstukken van plat gebombardeerde wijken. Het meest in het oog springende werk op de tentoonstelling, Urban Bulldozer (2013) van Ji Eun Kim, herinnert aan die tijd van wederopbouw. Een silhouet van een bulldozer, vernuftig in elkaar geknutseld met stukjes vinyl, duwt een berg puin voor zich uit. Wie goed kijkt, ziet dat de kunstenaar de brokken beschilderd heeft met fragmenten uit haar leven: scherven vol jeugdherinneringen.

Op het schilderij dat ernaast hangt, Bomber’s eye View uit 2013, zijn de brokstukken netjes gerangschikt tot een stratenplan. Hier hebben de persoonlijke herinneringen plaatsgemaakt voor een universeler beeld. Inderdaad, zo ziet een gebombardeerde stad eruit – in Korea, maar ook in Syrië of Irak.