Service civique tegen de Franse apartheid

President Hollande wil jongeren stimuleren een paar maanden burgerdienst te doen. Hij wil daar meer mogelijkheden voor scheppen.

Jongeren op een feest voor het vijfjarig bestaan van de burgerdienst. Foto Nicolas Messyasz/SIPA

Terwijl Mathieu Guiraud binnen praat met een medewerkster van de prefect, verschijnen buiten drie bebaarde heren in djellaba voor de deur van zijn kantoortje. Of de jongens die hier in hun pauze een balletje trappen wellicht interesse hebben ’s middags in de moskee naar een buitenlandse gast te luisteren. Ze ogen niet verrast. „U bent niet de eerste die ons uitnodigt”, zegt Jérémy beleefd, de bal onder zijn arm. „Maar mijn verontschuldigingen, meneer, ik heb geen tijd.”

De mannen willen weer vertrekken als Guiraud naar buiten stormt. Hij is in probleemwijk Les Grésilles de blijmoedige coördinator van het burgerdienstproject waar Jérémy en de andere jongens voor werken. „Hoe maakt u het, heren?”

Sinds de aanslagen in januari in Parijs vraagt het land zich af hoe het kan dat in Frankrijk opgegroeide jongeren radicaliseren en zich met geweld tegen andere Fransen keren. Premier Valls wees op de kloof tussen de banlieue en de stad: er is „territoriale, sociale en etnische apartheid” zei hij.

Behalve meer scholing over de ‘waarden van de republiek’ kan uitbreiding van de vijf jaar oude burgerdienst, de service civique, volgens zijn regering de sociale cohesie verbeteren. Vorige maand kondigde president Hollande aan dat er vanaf 2016 jaarlijks 150.000 plaatsen voor jongeren van 16 tot 25 jaar oud moeten zijn.

Guiraud schudt de mannen in djellaba de hand. Als de medewerkster van de prefect (de hoogste vertegenwoordiger van de staat in een departement) hetzelfde probeert, trekken ze hun armen snel terug. „Nee, dat kan absoluut niet!” Verbijsterd keert de vrouw zich af. „Ik vertegenwoordig de republiek!”, mokt ze.

Hipsterbaard en wollen vest

Onverstoorbaar legt Guiraud, ondertussen een sjekkie rollend, uit wat hij hier doet. „We proberen de integratie te bevorderen en te voorkomen dat jongeren ontsporen”, zegt hij tegen de verbaasd kijkende mannen. „Vanmiddag doen we een project om kinderen gezonder te leren eten.” Na een paar beleefdheden druipen de baarden af. „U bent altijd van harte welkom”, roept Guiraud ze na. „Ze probeerden ons te bekeren”, zegt Jérémy iets later als Guiraud vraagt wat ze moesten. Het waren imams, en ze spraken nauwelijks Frans. „Ach, dat heb je wel vaker hier.”

Jérémy werkte een tijdje als boekhouder bij een bedrijf, maar net voor zijn 25ste verjaardag meldde hij zich bij Unis-Cité voor zijn burgerdienst. „Ik wilde iets doen voor de samenleving. En het is goed voor je netwerk en je cv.” Met de 18-jarige Anaïs, die naar eigen zeggen „een moeilijke jeugd” had en op school „niet wilde deugen”, geeft hij in de wijk spelenderwijs voorlichting over eetpatronen.

Het is woensdagmiddag, de scholen zijn dicht en veel kinderen zwerven in Les Grésilles doelloos over straat. Guiraud – hipsterbaard en wollen vest, ooit manager van een jazzband – spreekt alle passerende jeugd aan. Jérémy en Anaïs hebben eerder met zorg het voor de demonstratie benodigde fruit en snoepgoed aangeschaft. „Je leert hier samenwerken, dat had ik nodig”, zegt Anaïs.

Uitersten samenbrengen

De jongeren die zich zelf aanmelden of via welzijnswerk na schooluitval hier belanden komen uit alle sociale groepen en families, zegt Guiraud. „We proberen bewust de uitersten samen te brengen: geloof, opleiding, inkomen van ouders mag allemaal geen rol spelen, net als vroeger bij de dienstplicht.” Tijdens een ‘missie’, die meestal acht maanden duurt, worden zij „volwassen”. „Je ziet jongeren veranderen, zelfvertrouwen krijgen.” Er zijn werkgevers, zegt hij, voor wie ‘service civique’ op het cv inderdaad een warme aanbeveling is.

Het project over gezond eten wordt landelijk uitgevoerd met het ministerie van Volksgezondheid. Andere landelijke projecten zijn bijvoorbeeld het bezoeken en helpen van eenzame bejaarden of, samen met het Franse elektriciteitsbedrijf EDF, het geven van voorlichting over verspilling van energie. Met een woningbouwvereniging proberen de teams van jongeren in Dijon de verloedering van flats in probleemwijken tegen te gaan.

De missies moeten „nuttig” zijn en „niet concurreren met de arbeidsmarkt”,zegt Guiraud. De deelnemende jongeren worden ‘vrijwilligers’ genoemd, maar krijgen sinds Frankrijk de burgerdienst in 2010 bij wet vastlegde elke maand 473 euro plus 106 euro voor reiskosten en maaltijden. Ze bouwen zelfs pensioenrechten op.

Helpt het?

Houdt de burgerdienst werkelijk radicalisering tegen? Tien jaar geleden, na massale rellen in de banlieue, kwam toenmalig president Chirac al met een pleidooi voor een moderne variant op de militaire dienst, teneinde de integratie te bevorderen. Nu is het Hollande die „in de geest van 11 januari” (de dag van de ‘republikeinse mars’ na de bloedbaden in Parijs) het programma wil uitbreiden en meer cachet wil geven door de instelling van een ‘Nationale Dag voor de Burgerdienst’ en samenwerking met de befaamde Franse bestuursschool ENA. Op Quatorze Juillet defileren jongeren die burgerdienst hebben gedaan mee op de Champs-Élysées.

„We zijn nogal populair deze dagen”, erkent Marie Trellu-Kane, oprichter van Unis-Cité, in Frankrijk pionier op dit gebied. „Het gaat misschien wat ver om te zeggen dat dit de magische oplossing voor alle problemen is. Maar het is hard nodig om mensen bij de samenleving betrokken te houden en zo betere burgers te creëren.” Hollande wil de burgerdienst ‘universeel’ maken: terwijl nu maar een op de vijf aanmeldingen kan worden gehonoreerd, zou iedereen die wil een plaats moeten krijgen.

Een verplichte burgerdienst, zoals sommige politici willen, „kan niet werken”, zegt Trellu-Kane. „Nog even los van de kosten, die in de miljarden lopen, lijkt het me onmogelijk om voor iedereen nuttig werk te vinden. Dan zou je in Frankrijk jaarlijks 850.000 missies moeten vervullen.” Afgelopen jaar was slechts plaats voor 25.000 mensen.

Hamid El Hassouni, als wethouder voor Jeugdbeleid in Dijon, is het met haar eens. „Na eten en een dak boven je hoofd zijn respect en trots zeker in dit soort volkswijken het allerbelangrijkst”, zegt hij, ver van Les Grésilles in het stadhuis. Giraud is bij hem op bezoek om het programma te evalueren.

„Ook jongeren voor wie het leven wat minder soepel verloopt, jongeren die geen advocaat zijn geworden of dokter, willen we weer zelfvertrouwen geven”, ronkt de wethouder. „Als wij ze niet oppikken, als wij ze niet leren samenleven, dan zijn er anderen die belangstelling voor ze tonen.” Giraud, bedremmeld: „Ik denk dat we vanmorgen hebben gezien hoe dat eraan toegaat.”