Psychiaters: kinderen krijgen te snel Ritalin

Eerste behandeloptie zou gedragsmatig moeten zijn.

Geneesmiddelen tegen ADHD, zoals Ritalin en Concerta, moeten minder vaak worden voorgeschreven. Dat schrijven jeugd- en kinderpsychiaters in een verklaring die hun beroepsvereniging NVvP vanochtend heeft overhandigd aan staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA).

De oproep volgt op een rapport van de Gezondheidsraad van vorig jaar. Daaruit bleek dat het gebruik van medicijnen tegen ADHD (een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit) door kinderen van 4 tot 18 jaar sinds 2004 verviervoudigde tot 135.000 gebruikende kinderen in 2014.

De medicijnen – met methylfenidaat, een amfetamineachtige stof – worden voorgeschreven door huis- en kinderartsen en ook door jeugdpsychiaters zelf. Dit gebeurt „soms zonder grondig onderzoek” en zonder specifieke kennis over het middel, aldus de jeugd- en kinderpsychiaters. Zij maken zich ook zorgen over studenten die het middel via via verkrijgen en gebruiken om beter te kunnen leren.

Zulk „oneigenlijk gebruik” van middelen als Ritalin is volgens de psychiaters „niet zonder gevaar”. Zo kan methylfenidaat de bloeddruk verhogen, een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Bovendien krijgt meer dan 10 procent van de gebruikers last van slapeloosheid, nervositeit en hoofdpijn.

Volgens de psychiaters is Ritalin als eerste behandelkeus alleen passend bij een ernstige vorm van ADHD. Bijvoorbeeld voor een leerling die intelligent genoeg is om mee te komen op school, maar die vastloopt door concentratieproblemen. Of een kind dat motorisch zo onrustig is, dat het niet begrijpelijk kan schrijven. „Medicatie kan dan helpen om een neerwaartse spiraal te doorbreken”, zegt Robert Vermeiren, voorzitter van de afdeling kinderpsychiatrie van de NVvP.

Volgens hem moet onderzoek eerst aantonen dat het disfunctioneren van die kinderen wel het gevolg is van ADHD. „Concentratieproblemen kunnen door een depressie veroorzaakt zijn. En de prikkelbaarheid van een mishandeld kind kan worden verward met de impulsiviteit van ADHD. Ritalin is dan niet de oplossing.”

De psychiaters kondigen aan de richtlijnen voor het voorschrijven van ADHD-medicatie aan te scherpen, samen met huis- en kinderartsen. „Het werken volgens richtlijnen moet onder alle betrokken artsen de norm worden”, zegt Vermeiren. „Alleen artsen die het middel goed kennen, mogen het voorschrijven.”

Bij mildere vormen van ADHD vinden kinder- en jeugdpsychiaters dat medicatie pas in tweede instantie in beeld moet komen. „Eerst past gedragsmatige behandeling”, licht Vermeiren toe. „Als die onvoldoende effect heeft, kan medicatie alsnog.”