Column

Ongelijkheid bij de balie van de bank

Stel, je bent een Noord-Europese overheid. Goed nieuws: zes jaar geleden betaalde je nog rond de 4 procent rente voor een lening met een looptijd van meer dan vijf jaar. Nu betaal je bijna niets, of word je zelfs betaald door je crediteuren. Want er is sprake van een negatieve rente op veel staatsleningen.

Stel, je bent een Noord-Europese multinational. Zes jaar geleden betaalde je een procent of 5 aan beleggers die je geld leenden. Nu is dat rond de 1 procent.

Stel, je bent een middelgroot bedrijf. Dan betaalde je toen 5 procent op een banklening. Dat is nu gemiddeld 2,3 procent.

Die daling is al wat minder groot. Maar stel, je bent een Noord-Europese burger. Dan ging je rente voor een nieuwe hypotheek met een looptijd van tien jaar van 5 procent naar rond de 3 procent nu.

En stel, je bent een burger die rood staat op zijn betaalrekening. Dan betaal je nu nog steeds een torenhoge rente. Bij staatsbank ABN Amro variëren de rentekosten op een privélimiet van 10,4 procent tot 18,8 procent op jaarbasis. Flexibel krediet loopt op tot 14 procent, een persoonlijke lening tot 12,8. Al zijn de tarieven in vrijwel al deze gevallen wat lager als je grote bedragen leent – een soort kwantumkorting.

ABN Amro staat hierin niet alleen: een enkel prijsvechtertje daargelaten rekenen alle grote banken voor dit soort krediet nog steeds torenhoge tarieven.

Waarom? Verplaats je eens in een bank. Banken verdienen op twee manieren rente. De eerste is om kortlopend te lenen, of gebruik te maken van het geld dat mensen op hun rekening hebben staan of sparen. Dat geld leen je langlopend uit. Omdat de korte rente gewoonlijk lager is dan de lange, maak je als bank winst – al is deze manier van werken aan beperkingen onderworpen.

De andere manier om geld te verdienen is tegen een lage rente inlenen (of spaarders vergoeden) en tegen een hogere rente uitlenen. Dat weerspiegelt het risico dat een bank, als crediteur, loopt.

Banken werken met een combinatie van deze twee werkwijzen. Maar zeker nu de Europese Centrale Bank ingrijpt op de financiële markten is het verschil tussen de korte en lange rente bijna weg. En dus ook een behoorlijke bron van inkomsten. In wezen heeft de ECB die recentelijk om zeep geholpen.

Dat laat alleen mogelijkheid twee over: duurder uitlenen dan je inleent. Maar overheden lenen tegen nul. Grote bedrijven onderhandelen elke laatste flinter van hun rente af. En dus blijft, net als bij de belastingen, de sukkel over die niet weg kan of geen alternatief heeft. Dat is het kleinbedrijf, de burger, de zzp’er – en vaak ook niet de meest welvarende.

Maar waarom gaan die torenhoge rentes niet naar beneden? Prijsafspraken zullen er niet zijn – al zou een zojuist geland marsmannetje vermoedelijk anders concluderen. Maar als alle banken best tevreden zijn met de situatie die er nu is, dan heeft geen van hen er belang bij om te breken. Kleine leners betalen de hoofdprijs, grote leners niet en mensen die niet hoeven lenen hebben nergens last van. Het is nóg een voorbeeld hoe het monetaire beleid van de ECB, net als destijds in de VS, de ongelijkheid dreigt te vergroten. Want dit zijn geen normale tarieven. Dit zijn shark-loans.