Onderzoek naar dividend KLM voortijdig stopgezet

KLM keert maar een klein deel van de winst uit aan aandeel-houders. Een onderzoek van de Ondernemingskamer is vlak voor publicatie gestrand.

KLM heeft een lastige aandeelhouder tot zwijgen weten te brengen. Door een overeenkomst tussen KLM en minderheidsaandeelhouder Emarcy BV is een onderzoek naar het dividendbeleid van KLM voortijdig beëindigd. Dat blijkt uit een nog niet openbaar gemaakte beschikking van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Op 8 april besloot de Ondernemingskamer, op verzoek van beide partijen, om het onderzoek en daarmee de enquêteprocedure te beëindigen. Eind maart liet KLM aan de Ondernemingskamer weten dat zij met Emarcy een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten. Beide partijen willen niets kwijt over de details van de schikking.

Het vorig jaar begonnen onderzoek werd betaald door KLM en uitgevoerd door Steven Perrick, advocaat bij Spinath&Wakkie en hoogleraar aan de UvA. Perrick was naar eigen zeggen „ongeveer klaar”, hij had het onderzoek eind maart willen afronden. Zijn conclusie was nog onbekend bij beide partijen en houdt Perrick voor zich.

De schikking tussen KLM en Emarcy is opmerkelijk gezien de lange juridische strijd die er aan vooraf ging. De overeenkomst is gesloten kort voor de algemene aandeelhoudersvergadering van KLM, op 23 april.

Slechts 0,9 procent van de aandelen van KLM is in handen van particuliere beleggers. Moedermaatschappij Air France-KLM bezit 49 procent, twee stichtingen bezitten samen 44,2 procent, de Staat bezit 5,9 procent.

Emarcy BV uit Rotterdam heeft 115.651 aandelen met een nominale waarde van 231.302 euro. Enig bestuurder Marcel Romijn was de afgelopen zes jaar voor KLM een luis in de pels, die met verschillende juridische procedures zijn gelijk probeerde te halen. De strijd tussen KLM en Emarcy kreeg veel aandacht in juridische kring omdat rechters zich uitspraken over bescherming van de belangen van minderheidsaandeelhouders.

Inzet van de strijd was het door KLM uitgekeerde dividend. Emarcy vond dat KLM sinds de fusie met Air France in 2004 te weinig winst deelde met de aandeelhouders. Jaarlijks werd rond de 90 procent van de winst gereserveerd, bijvoorbeeld ter versterking van het eigen vermogen. Voor dividend bleef dan weinig over.

Gesteund door de Vereniging voor Effectenbezitters begon Emarcy een rechtszaak over het dividend van – het toen nog gebroken – boekjaar 2007/2008. Het dividend van 58 eurocent per aandeel had 5,64 euro per aandeel moeten zijn, volgens Emarcy. Ten onrechte stelt KLM haar dividend gelijk aan het dividend van het slechter presterende Air France-KLM, luidde de klacht. KLM verweerde zich door naar de statuten te wijzen: Air France-KLM mag als prioriteitsaandeelhouder het dividendbeleid bepalen. De onderneming had het geld nodig, dus keerde weinig winst uit.

KLM kreeg gelijk bij de rechtbank in 2010, bij het Gerechtshof in 2011 en bij de Hoge Raad in 2013.

Des te verrassender was het dat Emarcy begin 2014 de eerste overwinning boekte bij de Ondernemingskamer. Die oordeelde dat er „gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van van het dividendbeleid van KLM”. Het ging daarbij om de besluitvorming rond het dividend en het statutair vereiste overleg daarover van Air France-KLM met directie en commissarissen van KLM. De Ondernemingskamer betwijfelde of minderheidsaandeelhouders goed waren behandeld en gelastte een onderzoek naar het dividendbeleid over de jaren 2004-2008 en 2010/2011.

Emarcy was nog ver verwijderd van een echte overwinning, maar met het onderzoek was een eerste stap gezet. Onbekend is wat Emarcy in ruil heeft ontvangen: een goed dividend met terugwerkende kracht of een mooie prijs voor de aandelen.