Mooi geschreven, klopt het ook?

In Amsterdam sprak George Packer van The New Yorker vandaag over verhalende journalistiek. Een aantrekkelijk maar gevaarlijk genre, zoals ook de uitglijder van Rolling Stone onlangs liet zien.

A Rape on Campus van Rolling Stone is een voorbeeld van wat er verkeerd kan gaan bij verhalende journalistiek.

Dit was verhalende journalistiek op z’n rampzaligst. Terwijl tijdschrift Rolling Stone als doel had om met een artikel de noodklok over rape culture op Amerikaanse universiteiten te luiden, ontstond het beeld dat veel vrouwen aanrandingen verzinnen. Vorige week verscheen een vernietigend onderzoeksrapport over het verhaal dat het blad in november publiceerde over de groepsverkrachting van studente ‘Jackie’.

Vandaag vindt in Amsterdam een conferentie plaats over verhalende journalistiek. Het genre – dat gebruikmaakt van personages, scènes en een spanningsboog – is populair. Een verhaal moet de lezer grijpen en vasthouden, nu hij de hele dag overladen wordt met mediaberichten. Iets ‘verhalend’ opschrijven is een manier van journalisten om het gevecht om aandacht te winnen.

Niet alleen kranten en tijdschriften doen eraan; ook in de reclame gaat het over storytelling. Zelfs het Senaatsrapport over martelingen door de CIA uit december gebruikte stukjes dialoog en sprekende details om de boodschap over te brengen.

Een mens zegt meer dan statistiek

Een ‘tirannie’ van verhalende stukken noemde journalist en schrijver George Packer het onlangs in The New Yorker. Hij is ook een van de sprekers op de conferentie van vandaag, waar hij vertelt hoe je die persoon vindt die symbool staat voor een grotere ontwikkeling, zoals hij deed voor zijn in 2013 verschenen boek De ontluistering van Amerika, over de economische crisis.

Het menselijke verhaal zegt vaak meer dan statistieken, dus voerde Packer in zijn boek een fabrieksarbeider op die geraakt wordt door de crisis en een wizzkid die het gemaakt heeft in Silicon Valley. „Ik trok wekenlang met die mensen op. Maar ik sprak ook met bekenden van ze. Een van mijn karakters, Dean Price, had een bedrijfje in biodiesel dat ter ziele ging. Ik hoorde zijn kant van het verhaal en zocht ook zijn voormalige zakenpartner op. Zo bleef het Deans verhaal, maar wel ondersteund met verklaringen van anderen.”

Juist daar ging het mis bij Rolling Stone. De verhalende journalistiek heeft een aantal valkuilen – Packer noemt ze ‘verleidingen’ – en het magazine viel aan vrijwel allemaal ten prooi.

Voorbeeld: de passage uit ‘A Rape on Campus’ waarin drie vrienden van Jackie bespreken wat er net met haar gebeurd is. Terwijl Jackie zich stilhoudt, huilend en in zichzelf gekeerd met bloedspetters op haar jurk, overleggen zij paniekerig wat ze aan moeten met de situatie. Meteen naar het ziekenhuis, oppert een van hen. De andere twee twijfelen:

Afgezonderd van de rest luisterde Jackie mee, terwijl Cindy de groep haar wil oplegde: ‘Dan is zij straks het meisje dat over verkrachting begon en komen wij geen enkel feestje meer binnen’.

De ‘verleiding’ is volgens Packer zo’n vloeiend lopende, meeslepende passage te willen schrijven waarin een opmerking als ‘de drie vrienden waren niet bereikbaar voor een reactie’ niet past, omdat dat de lezer uit de betovering van het verhaal zou halen.

Het rapport van de Columbia Journalism School wees uit dat auteur Sabrina Rubin Erdely de vrienden helemaal niet sprak voor het artikel. Terwijl ze de drie wel allerlei letterlijke citaten in de mond legt.

„Ik merk het bij mezelf ook. We doen het allemaal”, zegt Packer. „Schrijven als een alwetende verteller is erg populair. En het is gevaarlijk, omdat je heel erg zeker moet zijn van je bronnen als je besluit ze te verbergen. Je kunt niet als een alwetende schrijven terwijl je niet alles weet.”

Daarbij komt dat Erdely, zoals ook vaker gebeurt, het meest extreme, aangrijpende verhaal najoeg en dat symbool wilde laten staan voor een grotere ontwikkeling. Dat was de grootste fout, volgens Packer. „Ze schoof andere, minder sensationele gevallen aan de kant en koos voor ‘Jackie’.”

Daarna raakte ze te veel gehecht aan haar onderwerp en haar hoofdpersoon om anderen die opgevoerd worden nog eerlijk te kunnen behandelen. Packer: „We hebben als journalisten niet alleen de taak om te zorgen dat wat we schrijven feitelijk waar is. We moeten de mensen die we lastigvallen, in wiens levens we wroeten, ook eerlijk behandelen.”

Truman Capote deed het al

Zoiets kan evenwel overal gebeuren, zegt Packer. Ook bij The New Yorker. Het ís er zelfs gebeurd: Truman Capote schreef zijn beroemde boek In Cold Blood oorspronkelijk als een vierdelige serie voor het magazine. Schrijver en tijdschrift verklaarden dat het allemaal waargebeurd was, maar ook daar zijn gaten in te schieten. Zo beschrijft Capote gedetailleerd de handelingen van iemand die alleen is en later die dag vermoord wordt. Hoe kon de auteur ze dan hebben achterhaald? Of was het simpelweg verleidelijker dan opschrijven dat het slechts zijn vermoeden was dat het zo gegaan was? Omdat het zo mooi paste?

„In die tijd wilde men goede schrijvers nog weleens toestaan om bochtjes af te snijden”, zegt Packer. Oftewel: stijl mocht bij de grote stilist Capote voor inhoud gaan. Maar: „Het is moreel fout om dingen te verzinnen. Het is misleidend, het is valsspelen. In Cold Blood is een geweldig boek, maar ook Capote speelde vals.”