Marsa Allah

Collega Vreugdenhil doet vanwege Carluccio vandaag Sicilië aan. Dat wordt genieten voor de pastaliefhebber. Maar ook de wijndrinker kan zijn lekkere dorst lessen. Het grootste eiland in de Middellandse Zee is namelijk ook wijnproducent van formaat.

In eerste instantie dankt het eiland overigens zijn faam aan marsala. Vanuit het stadje Marsa Allah, Arabisch voor ‘de haven van God’, vond deze versterkte wijn – met dank aan twee Britse wijnhandelaren- zijn weg naar vijf continenten.

Maar in de export zit al decennialang de klad. Een hoognodige wijnomscholingscursus heeft echter zijn vruchten afgeworpen. Heel lang is Sicilië Italië’s grootste gebied voor bianco en rosso geweest. Nu bekleedt het, na Puglia, de tweede plaats.

Maar daar was wel weer een maar aan verbonden: het meeste Siciliaanse rood en wit bereikte veelal als anonieme bulk het vasteland. Daar werden de wijnen versneden om zo de slapjanussen uit het noorden wat ruggengraat te geven.

Tegenwoordig gaan echter steeds meer Sicilianen voor eigen succes. Hoewel dat voorrecht toch nog slechts gegund wordt aan rond twintig procent van de gemiddeld 6 miljoen hectoliter die er jaarlijks worden geproduceerd. Verrassend genoeg is tweederde van het Siciliaanse wijngaardareaal overigens beplant met druiven voor witte wijn.

De hitte deert met name de autochtone catarratto niet, die daarom populair bij de plaatselijke wijnmakers. Aldus is de druif die eerst furore maakte als basismateriaal voor marsala aan zijn tweede jeugd begonnen. Maar dan wel in een onversterkte uitvoering

Van Marco de Bartoli, een grote naam Siciliaan, proefde ik vorige maand zijn Lucido 2013 (Vinoblesse; € 12,00). Heerlijk rasperig ruw en ongepolijst wit. Opgevoed op eigen gisten. Ook verder van vreemde smetten vrij, want de Bartoli is niet van sulfiet.

Ofschoon onversterkt fungeert zijn wit als een ongekende smaakversterker bij het recept van collega Vreugdenhil.