‘Ik ben zeker geen zoet folkmeisje’

De Engelse Joni Mitchell wordt Marling vaak genoemd. Voor haar nieuwe album liet ze zich inspireren door een knoestige oude Amerikaan.

Een soloartiest, dat is Laura Marling, letterlijk. Sinds haar zestiende reist ze van concert naar concert met als enige metgezel haar gitaar. Sinds ze uit huis ging bleef ze nooit ergens langer dan een paar weken. De laatste vijf jaar toert ze internationaal. In 2013, na de opname van haar vierde album Once I Was An Eagle, streek ze neer in Los Angeles. Zes maanden bleef ze er wonen: een bleek Engels meisje tussen zongebruinde Amerikanen. „Het was niet eens een bewuste keuze om er te blijven”, zegt ze nu, terug in Europa. „Ik landde er precies op een moment dat ik behoefte had aan wortels. De weidsheid van het Amerikaanse landschap overweldigde me. Het heeft mijn muziek een breder perspectief gegeven.”

Voor haar 25 jaar heeft Marling al een behoorlijke staat van dienst. Ze kwam op in de Londense neo-folkscene die ook Mumford & Sons en Noah & the Whale voortbracht. Ze zong een tijdje bij laatstgenoemde, maar verliet de band in 2008 voordat hun debuutalbum uitkwam. Haar solodebuut Alas, I Cannot Swim verscheen datzelfde jaar en werd genomineerd voor de prestigieuze Mercury Prize, net als de opvolger I Speak Because I Can. Laura Marling bouwde aan een solide reputatie als vaandeldraagster van de Britse folkpop, met vlammend gitaarspel en sensitieve, poëtische liedjes.

Een Engelse Joni Mitchell wordt ze vaak genoemd. Marling bevestigt dat ze naar de Canadese folkdiva heeft geluisterd. „In Californië hangt de muziek van Joni en van Crosby, Stills & Nash als het ware in de lucht. Het klinkt uit winkels en autoradio’s. Zelfs als je er niet bewust naar luistert krijg je er iets van mee. Hun invloed is onbewust zeker in mijn muziek geslopen. Ik heb wel eens een liedje weggegooid omdat iemand me vertelde dat het sprekend op een melodie van Joni Mitchell leek.”

De uitgangspunten van Mitchells muziek en die van Marling komen overeen, zegt ze. „We gebruiken allebei afwijkende gitaarstemmingen en onze teksten hebben een intens persoonlijke basis. Maar ik mag hopen dat er ook verschillen zijn, al is het maar omdat we uit andere generaties komen.” Haar muziek wordt in de eerste plaats gevormd door de grillen van haar persoonlijkheid, vertelt ze, daarna pas door externe factoren. „Als vreemdeling in het immense Amerika liet ik me inspireren door de schoonheid van het Joshua Tree National Park of door de eentonigheid van Amerikaanse snelwegen.”

Op haar nieuwe album Short Movie is een prominente plek weggelegd voor de elektrische gitaar. In Laura Marlings handen is het geen weerbarstig scheurijzer maar een delicaat instrument waarop ze de snaren soms wat steviger aanzet dan op een akoestisch exemplaar. Ze heeft fans in de hoogste kringen: Jimmy Page rekent haar tot de beste jonge gitaristen en Paul Weller roemt haar songschrijverschap. Als Marling zingt over verloren liefde, steekt er een storm op in haar muziek. ‘Love seems to be some kind of trickery’, zingt ze in Don’t Let Me Bring You Down, met een voor haar doen rauw snerpende gitaar.

„Ik heb me nooit kunnen vinden in het beeld van het zoete folkmeisje dat mensen van me schetsten. De hardrock van Led Zeppelin speelde een even grote rol in mijn muzikale opvoeding als de folk van Bert Jansch of Sandy Denny. Het heeft me bijna tien jaar gekost om te ontdekken dat inspiratie geen mysterieuze kracht is die op onbewaakte momenten toeslaat, maar dat je de muze doelbewust kunt najagen. Veel spelen, veel luisteren en openstaan voor de buitenwereld zijn onmisbare hulpmiddelen voor een muzikant.”

Niet de filmindustrie van Hollywood, maar een toevallige ontmoeting met een oudere Amerikaan inspireerde haar tot de titel Short Movie. „In een café trof ik een knoestige oude man, een soort cowboy met eelt op zijn handen, die aan het eind van elke anekdote ‘it’s a short movie’ zei, om aan te geven hoe onbelangrijk het allemaal was wat hij zei. Maar ondertussen maakte hij van de gewoonste dingen kleine drama’s die het verdienden om verfilmd te worden. Dat geeft de essentie van deze verzameling songs goed weer. Het zijn denkbeeldige scenario’s voor korte films die niet altijd een clou hebben. Een song moet iets te raden overlaten.”

Met de oude vrienden uit de Londense folkscene heeft ze weinig contact. Maar ze speelt sinds kort wel met een drietal begeleiders, omdat ze eens wat anders wilde dan altijd maar alleen met haar gitaar op pad. „Het solistenbestaan is soms louterend, omdat je alles in je eentje moet opknappen. Met muzikanten erbij wordt het een collectieve zoektocht naar een bijzondere plek waar de muziek boven zichzelf uit stijgt. Op een goede avond kun je me daar vinden.”