Europa loopt een jaar achter

De directeur van taxi-app Uber vindt dat je aan de goede kant van het maatschappelijk debat staat, als je inzet op innovatie.

De president Barack Obama (rechts) van de Verenigde Staten overlegt in maart 2011 met zijnadviseur David Plouffe (links) in de Oval Office van het Witte Huis in Washington. Foto Pete Souza / Witte Huis

In de categorie opmerkelijke carrièreswitches scoort David Plouffe nogal hoog. Hij was de strateeg achter de historisch succesvolle verkiezingscampagne van de Amerikaanse president Obama in 2008, en was tot 2013 diens persoonlijk adviseur.

Afgelopen jaar werd hij strateeg voor Uber, de taxi-app die populair is bij gebruikers, maar op veel weerstand stuit in de taxibranche en bij overheden. Vooral de app Uberpop, waarbij particulieren als taxichauffeur fungeren is controversieel.

Hoe komt iemand erop om na Obama naar Uber te gaan?

„Persoonlijk had ik na Obama’s overwinning in 2012 al besloten om uit de politiek te gaan. En nu de campagne weer begonnen is, ben ik daar ook blij om: het is leuk om het vanaf de buitenkant te zien.

„Bij de overheid werkte ik veel aan het creëren van banen. Uber en onze concurrenten leveren een flexibele manier voor mensen om makkelijk hun inkomen te vergroten. Chauffeurs kunnen kiezen om twee uur te rijden, of langer, of niet. En het levert banen op: in Londen hebben we 15.000 chauffeurs, in Los Angeles 24.000.”

Daarop is juist veel kritiek is: Uber en andere ‘on demand’-diensten zorgen vooral voor onzekere banen.

„Mensen wíllen graag voor Uber werken, er is niemand die ze dwingt. Ze melden zich massaal aan. Voor Uberpop rijden allerlei mensen die al een andere baan hebben. Die vinden de flexibiliteit juist fijn. Mensen die even iets extra’s nodig hebben kunnen nu makkelijk wat extra werken.

„En Uberpop sluit helemaal niet uit dat reguliere taxichauffeurs blijven bestaan. In San Francisco, onze grootste markt, is de reguliere taxi-industrie net zo groot als voordat wij kwamen. Het is een aanvulling, niet een vervanging.”

Toch is er veel weerstand.

„We begrijpen dat het een nieuwe dienst is, maar dit is op lange termijn gewoon nodig. We móéten auto’s wel efficiënter gaan inzetten, anders lopen grote steden simpelweg vol. We hebben nu in vier steden een carpooldienst, UberPool. Dat willen we ook naar de rest van de wereld brengen. Als ik dan naar de luchthaven wil, kan ik gekoppeld worden aan iemand die dezelfde kant op wil. Dat is half zo duur, half zo slecht voor het milieu.”

Bent u verrast door de tegenstand in Europa?

„Europa loopt een jaar achter op de VS: het debat is hier waar het daar een jaar geleden was. Er was toen ook geen enkele staat waar een wet was die peer-to-peer delen van ritten toestond. Nu is dat in veel staten wel zo. Ik ben optimistisch dat we dat ook binnenkort in Europa gaan zien. De Nederlandse taxiwet stamt uit 2000 geloof ik; lang voor de smartphones en apps. De voordelen van autodelen zijn duidelijk genoeg om daar snel verandering in te brengen.”

Is er niet ook een groot verschil tussen Europa en Amerika, wat betreft houding tegenover innovatie?

„Taxi-bonden zijn hier beter georganiseerd, dat blijkt wel. Sommige landen hebben een geschiedenis van iconische taxi’s, kijk naar Londen. Maar de problemen zijn overal erg vergelijkbaar. Het is niet zo dat Europa een eiland van vijandigheid is ofzo.”

Uber wordt gezien als ‘disruptor’: een bedrijf dat ontregelt om het ontregelen. Misschien valt dat hier niet zo goed als in Amerika?

„Daar hebben we de laatste tijd wel van geleerd. Onze oprichter Travis Kalanick heeft laatst een belangrijke speech gehouden waar hij uiteenzette wat de positieve gevolgen zijn van Uber voor banen, mobiliteit en duurzaamheid. We zijn ons de laatste tijd wel duidelijker aan het richten op de vragen van hoe en waarom. Hoe voegen we waarde toe, hoe werken we sámen met overheden.”

Die overheden lijken steeds kritischer te worden op Amerikaanse techbedrijven. Kijk naar wat er nu met Google gebeurt. Reden tot zorg?

„Gebruikers zien Uber niet als een Amerikaans bedrijf. Het is een app waarmee ze in contact komen met hun lokale chauffeurs. Bovendien zijn de bezwaren tegen ons heel anders dan die tegen Google.”

Wat jullie wel gemeen hebben: techbedrijven zijn zeer groot en machtig. Zo machtig dat ze zich niets van lokale wetten hoeven aan te trekken. Dat doet Uberpop ook niet.

„Je hebt te maken met wetten van vóór de introductie van de smartphone. Wij werken graag samen met overheden om dat te veranderen.”

Jullie gaan soms ook gewoon door, zonder je veel te bekommeren om die samenwerking.

„We zullen de komende tijd nog veel discussies hebben. Onze oplossing is interessant genoeg voor overheden om serieus te overwegen. Ik herken de spanning niet tussen techbedrijven en democratie. Onze basis is een grote groep gebruikers die erg tevreden is. Je staat echt aan de sterke kant als je inzet op innovatie en groei, niet op behouden. Dat eerste doen we.”

Lijkt de campagne voor Uber op die van Obama?

„Er is één belangrijke overeenkomst: Obama zou niet verkozen of genomineerd zijn zonder een uitzonderlijke beweging van onderop, grassroots, sociale media. En wat is Ubers grootste troef? Populariteit bij gebruikers. Het is zeer ongebruikelijk dat mensen fan-tweets uitsturen, vrienden aansporen om een commerciële dienst te gebruiken. Dat gebeurt bij Uber.”

Wat is het grootste verschil?

„De schaal van problemen, de breedte van de onderwerpen. Uber lost een probleem op, maar in de politiek werk je aan een veel breder spectrum.”

Mist u dat?

„Het was mooi om mee te maken. Maar politieke campagnes zijn iets voor jonge mensen. Ook een reden voor mij om iets anders te gaan doen. Bij Uber zie ik ook weer veel jonge mensen. En het optimisme is ook een parallel. Dat was bij Obama, maar in Silicon Valley zie je dat ook. De houding is: hoe lossen we problemen op? In plaats van denken in nee, maar, tegenwerking, problemen. Vóóruit.”