‘Een kwart van de jonge mensen heeft gehoorschade’

Dat berichtten diverse media

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Een paar dagen geleden werd Nederland weer even met de neus op de feiten gedrukt: ‘een kwart van de Nederlandse jongeren heeft gehoorschade’, kopten media waaronder NOS, RTL Nieuws, AD en Telegraaf. Het bericht was gebaseerd op een net verschenen onderzoek. Een schokkend cijfer, waar ook in politiek Den Haag op werd gereageerd. PvdA-kamerlid Agnes Wolbert wil strengere eisen voor horeca en festivals waar te harde muziek wordt gedraaid. Ook staatssecretaris van Volksgezondheid Van Rijn reageerde, hij overweegt een maximaal aantal decibellen bij concerten en festivals in de wet op te nemen.

Waar is het op gebaseerd?

Het onderzoek is gebaseerd op online zelftesten die je kunt doen op oorcheck.nl en hoorscan.nl, staat in een aantal van de berichten. Nadat je daar hebt ingevuld hoe oud je bent en of je denkt dat je gehoorschade hebt of niet, begint de test. Je hoort ruis en daar doorheen korte woorden zoals duim, kat, vuur en geit. Na 27 woorden volgt de uitslag. Van 2010 tot 2014 vulden bijna 390.000 mensen de test in en in opdracht van de Nationale Hoorstichting analyseerden onderzoekers van het AMC Amsterdam de testresultaten. De Nationale Hoorstichting bracht naar buiten: „Eén op de vier jongeren (12 tot 25 jaar) heeft gehoorverlies. Dat blijkt uit onderzoek van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam.”

En, klopt het?

Eerst het goede nieuws: de online hoortest is wetenschappelijk gevalideerd en een goede manier om te controleren of je gehoorschade hebt.

Maar op basis van de uitslagen zijn geen uitspraken te doen over gehoorschade bij Nederlandse jongeren in het algemeen. Het probleem zit hem in de steekproef: die bestaat uit alleen mensen die naar de website gingen en de moeite namen de test te doen. De kans is groot dat mensen die regelmatig naar harde muziek luisteren of in een lawaaiige omgeving werken eerder geneigd zijn om eens zo’n test te gaan doen. Aan de andere kant: de test wordt ook op veel scholen uitgevoerd, om bewustzijn te creëren. Scholieren in het algemeen zouden wel een representatieve steekproef vormen. Helaas is over de achtergrond van de invullers niets bekend, onderscheid is niet te maken. Extrapoleren van de uitkomsten is daarom onmogelijk.

De onderzoekers van het AMC zijn de eersten om dit ‘probleem’ met de steekproef te beamen, ze schrijven het zelfs in hun conclusie. „Helaas is die boodschap in de korte nieuwsitems onvoldoende overgekomen”, zegt onderzoeker Mayra Sheikh Rashid. Om er echt achter te komen hoe het met het gehoor van Nederlandse jongeren zit, is een ander type onderzoek nodig, zegt Sheikh Rashid.

Toch schrijven de onderzoekers in diezelfde conclusie dat de gerapporteerde resultaten ‘in lijn’ zijn met de literatuur – in lijn met andere onderzoeken dus. Wat zeggen andere onderzoeken over dit onderwerp? Het RIVM maakte in 2013 een inventarisatie van de cijfers over gehoorschade en geluidsblootstelling in Nederland. Daarin worden ook de uitkomsten van enigszins vergelijkbare studies opgenoemd. Een onderzoek onder Vlaamse scholieren tussen de 10 en 18 jaar rapporteert dat 14 procent aangeeft gehoorproblemen te hebben. Ander onderzoek, onder 12- tot 19-jarigen uit de VS, schrijft dat 19,5 procent gehoorverlies heeft. Een al wat ouder cijfer, uit 1995 zit daar tussenin: bij 16,3 procent van de 18-jarige jongens die in militaire dienst wilden in Zweden werd gehoorverlies gemeten. Deze studies zijn qua steekproef beter, maar er is op uiteenlopende manieren gemeten dus helemaal vergelijkbaar zijn ze niet. De onderzoeken maken wel duidelijk dat gehoorschade onder jongeren substantieel is.

Conclusie

Het kwart dat hier genoemd is, gaat niet over álle jongeren in Nederland maar over jongeren die een online zelftest deden. Met die steekproef kun je niet zomaar iets over alle jongeren zeggen. Maar gehoorschade onder jongeren is wel degelijk een groot probleem. Andere studies rapporteren weliswaar lagere, maar nog steeds substantiële percentages. Al met al beoordelen wij de stelling dat een kwart van de jongeren gehoorschade heeft als grotendeels waar.