De secretaresse heet nu ‘management assistant’

Er zijn minder banen voor secretaresses en ze krijgen minder snel vast contract.

Illustratie Studio NRC

Door digitalisering en automatisering verdwenen tussen 2008 en 2012 90.000 banen in de administratieve sector. En dat merkten de secretaresses. Door uitkeringsinstituut UWV werd hun professie eind 2014 al aangemerkt als een ‘overschotberoep’. Het aantal mensen dat een baan als secretaresse zoekt, is veel groter dan het aantal vacatures.

Vandaag is het Nationale Secretaressedag. Hoelang zal die er nog zijn? Zal de secretaresse verdwijnen?

Nee, zegt Petra Nieuwveld, voorzitter van de Nederlandse Belangenvereniging voor Freelance Secretaresses (NBFS). De inhoud van de functie is volgens haar aan het veranderen. Het imago van telefoniste of typiste is achterhaald. „De secretaresse moet veel meer kunnen en doen. Als secretaresse denk je mee en ben je onderdeel van de organisatie.”

Wel lijkt het einde in zicht voor de naam secretaresse. Volgens Fons Scheltema, directeur van detacheringbureau Assistant2 is die ook achterhaald. „Wij vroegen 450 secretaresses hoe zij zichzelf noemen en maar acht zeiden daadwerkelijk nog secretaresse.” In personeelsadvertenties heten ze tegenwoordig eerder management assistant, office manager of executive assistant.

Volgens Nieuwveld zijn bedrijven voorzichtig met het aannemen van secretaresses in vaste dienst. Dat is duur en brengt verplichtingen met zich mee. „Er is wel behoefte aan extra hulp, maar dat gaat in pieken. Daar is dus ruimte voor freelancers.”

De NBFS bestaat inmiddels vijf jaar en heeft ongeveer honderd aangesloten secretaresses. Sommigen zijn eigen baas, anderen werken freelance in combinatie met loondienst. Als freelancer zit je tijdelijk bij een bedrijf, of voor een aantal dagen per week. „Of je werkt deels vanuit huis. Eerst een vergadering bijwonen en vervolgens thuis de notulen uitwerken”, zegt Nieuwveld.

De groep traditionele secretaresses moet zich volgens Fons Scheltema flink ontwikkelen om te kunnen voldoen aan de nieuwe eisen van hun functie en te kunnen blijven concurreren. Maar uit onderzoek van het UWV blijkt dat slechts de helft van de managers bereid is te investeren in die ontwikkeling. „Schandalig”, vindt Scheltema.