Ontslag na ruzie met de zus van de baas en acht andere fouten

Foto ANP

Wie? De bedrijfsleider van grand café In de Moriaan versus de directie
Wat? Ontslagzaak met negen beschuldigingen aan het adres van de bedrijfsleider
Waar? Kantonrechter Maastricht
Wanneer? 3 april 2015

Waarom

De ontslagen bedrijfsleider heeft bijna een jaar bij het Maastrichtse grand café In de Moriaan (‘het kleinste grand café van Nederland’) gewerkt. Het grootste deel van de tijd als bedrijfsleider. Op 20 januari krijgt hij een ontslagbrief. De directie heeft negen redenen waarom hij op slaande voet ontslagen moet worden. Te weten: onnodige inzet van personeel, laten doorwerken van personeel na afloop van hun contract waardoor nieuwe arbeidsovereenkomsten ontstonden, in het kassasysteem ingelogde personeelsleden die niet aanwezig waren, 12.000 euro die zoek is, nuttigen van alcohol onder werktijd, roken in het café, niet tijdig verwijderen van terrasmeubilair, een zus van een directeur van In de Moriaan die met verbaal geweld uit het café werd gezet en samenspannen met collega’s om de directie eruit te werken en het café over te nemen. De combinatie van deze negen feiten vindt de directie reden genoeg voor ontslag op staande voet.

De eis

De bedrijfsleider vindt het ontslag onrechtmatig en eist zijn maandloon van 2.500 euro op voor de drie maanden dat hij nu al thuis zit. Hij wil in totaal 10.000 euro en weer aan het werk. Volgens de directie heeft de bedrijfsleider nergens recht op.

De uitspraak

Over de onnodige personeelsinzet, het kassasysteem, het kasverschil en de alcohol was de bedrijfsleider eerder al aangesproken en dat kon hij allemaal uitleggen. Alleen het laten doorwerken van het personeel na afloop van hun contract acht de rechter bewezen. De kantonrechter oordeelt dat de bedrijfsleider nooit op staande voet ontslagen had mogen worden. Omdat hij daar tegen heeft geprotesteerd, heeft hij recht op loon vanaf 20 januari. Wat betreft de rechter zijn de arbeidsverhoudingen dermate verstoord dat opnieuw aan het werk gaan niet mogelijk is voor de bedrijfsleider, wiens contract toch zou aflopen op 16 april. Hij heeft recht op het loon tussen half januari en half april, 7.500 euro, met rente plus de proceskosten van 725 euro.