Bed-bad-broodruzie zet debat mensenrechten op scherp

De coalitiepartners vonden het vannacht om half vier te vroeg om te spreken van een kabinetscrisis. Maar dat de coalitie van VVD en PvdA zichzelf klemzette over de noodopvang voor uitgeprocedeerde vluchtelingen, is wel duidelijk. Gisteren kwamen de ministers van Buitenlandse Zaken van de Raad van Europa met een de facto bevestiging van het negatieve oordeel van het Europees Comité van Sociale Rechten. Door noodopvang van vluchtelingen afhankelijk te stellen van individuele meewerking aan uitzetting, schendt Nederland het Europees Sociaal Handvest. Dit is letterlijk een gevecht om de bottomline van het bestaan, het punt waar menselijke waardigheid ophoudt en mensenrechten geschonden zijn.

Het uitstel dat het kabinet zichzelf toestond, tot deze resolutie van het comité van ministers, heeft weinig opgeleverd. Den Haag krijgt uit Straatsburg toch weer te horen dat minimale noodopvang verstrekt behoort te worden. De politieke ruimte zit in het misschien wel opzettelijk zwak geformuleerde eindoordeel. Den Haag wordt slechts uitgenodigd te „rapporteren over nieuwe ontwikkelingen”. Meestal worden lidstaten die op de vingers zijn getikt, vierkant opgeroepen de schending te herstellen. Natuurlijk mag het kabinet terugschrijven dat het principieel geen structurele noodopvang wenst. Maar dan kan het niet anders of dat moet consequenties hebben voor de vraag of Nederland aangesloten wil blijven bij het Europees Sociaal Handvest, of zelfs bij de Raad van Europa. De kwestie noodopvang mondt dan uit in de vraag of Nederlandse burgers nog een direct beroep op Europese mensenrechtenverdragen toekomt.

Bij de VVD is de gedachte om daar zo zachtjes aan maar mee op te houden inderdaad aan het rijpen. Onder invloed van de Britse Tories is men daar universele mensenrechten gaan aanzien voor aantasting van de eigen politieke macht. Dat kan uitlopen op een breuk met een halve eeuw naoorlogse geschiedenis waarover tot nu toe consensus is. Namelijk dat mensenrechten het fundament zijn van een democratische rechtsstaat en het plechtanker van de bescherming van de burger tegen de staatsmacht. En overigens een uitgangspunt voor het Nederlandse buitenlands beleid. Een kwestie van dat gewicht zou inderdaad wel een kabinetscrisis waard zijn.

Intussen arriveerden in de laatste vijf dagen, dankzij het zachte weer, over de Middellandse Zee grote groepen illegale migranten in Italië. Vele honderden lieten het leven – smokkelaars openden in één geval het vuur op de kustwacht om inbeslagname van het schip te voorkomen. Het drama wordt groter, de kwestie ernstiger, de toestroom onbeheersbaarder. Het is bed-bad-brood versus zwemvest of verzuipen. Noodopvang is dan een kleine concessie.