Artsen harder tegen verzekeraars

Opstellers van manifest tegen macht zorgverzekeraars roepen artsen nu op geen zorgcontracten meer te sluiten.

Een broeiend conflict tussen een groep protesterende huisartsen en de zorgverzekeraars dreigt vanaf vandaag te escaleren. De huisartsen roepen sympathiserende collega’s actief op om conceptcontracten met verzekeraars te weigeren.

Circa tweederde van de ruim 11.000 Nederlandse huisartsen tekende de afgelopen weken het manifest Het roer moet om. Hierin eisen de huisartsen onder meer dat hun onderhandelingspositie gelijkwaardig wordt aan die van de verzekeraars. Nu is dat onmogelijk door strenge mededingingsregels.

De ondertekenaars krijgen vandaag een e-mail waarin zij worden aangespoord de conceptcontracten van verzekeraars voor 2016 te weigeren. Deze werden vorige week gepubliceerd.

Als gehoor wordt gegeven aan de oproep, kan dit grote gevolgen hebben voor patiënten. Normaal gesproken betaalt de zorgverzekeraar huisartsenbezoek, maar dat gebeurt niet als arts en verzekeraar geen contract hebben. Het betekent dat miljoenen patiënten die een huisarts bezoeken een deel van de rekening vanaf begin volgend jaar zelf zouden moeten gaan betalen. Alleen patiënten met duurdere (restitutie)polissen zullen het hele bedrag kunnen declareren.

Een toenemende strijd tussen huisartsen en zorgverzekeraars zou vervelend zijn voor minister Schippers (Zorg, VVD). De huisartsen dreigen namelijk tegelijkertijd het akkoord over de inrichting van de huisartsenzorg tot 2017 niet meer uit te voeren. Dat schrijven ze in een eveneens vandaag verstuurde brief aan de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV).

Schippers sloot dit hoofdlijnenakkoord met de beroepsgroep en verzekeraars; het is de blauwdruk voor de sector tot 2017 waarin onder meer belangrijke bezuinigingen zijn afgesproken. Eén daarvan is de afspraak dat huisartsen dure zorg overnemen van het ziekenhuis. Het gaat bijvoorbeeld om chronische zorg voor hartpatiënten of kleine chirurgische ingrepen zoals het plaatsen van een spiraaltje. De huisartsen schrijven aan de beroepsvereniging: „Indien overheid en verzekeraars geen gehoor geven aan de eisen uit het manifest, dan verwacht het actiecomité dat er binnen de beroepsgroep onvoldoende draagvlak zal bestaan voor het verder uitvoeren van het bestuurlijk akkoord.”

Vorig jaar ontstonden de eerste problemen tussen huisartsen en verzekeraars. In Noord-Holland en Noord-Limburg weigerden groepjes huisartsen contracten af te sluiten met VGZ en Achmea. In de VGZ-contracten stond onder meer dat huisartsen een beloning krijgen als ze gebruik zouden maken van een onderzoekslaboratorium dat de voorkeur had van VGZ.

Ook zouden bonussen worden gegeven als de huisarts het goedkoopste, generieke geneesmiddel voorschrijft. Deze medicijnen zijn niet per se van slechtere kwaliteit, maar de artsen reageerden woedend. Ze vinden dat de verzekeraar uit hun spreekkamer moet blijven. De ene patiënt heeft meer baat bij het ene merk medicijn dan de andere, en de artsen willen zelf die keuze kunnen maken.

Verzekeraars zitten in een lastige positie. De minister verwacht dat ze goedkopere, maar kwalitatief goede zorg inkopen. De huisarts vinden de financiële prikkels die de verzekeraars daarvoor gebruiken pervers en principieel verkeerd. De verzekeraar verdedigt zich door te zeggen dat zij slechts uitvoeren wat de overheid sinds de ingang van de nieuwe Zorgverzekeringswet (2006) van hen vraagt.

Het verschil met het conflict van vorig jaar is dat het inmiddels geen kleine, geïsoleerde groepjes artsen meer zijn die protesteren. Tweederde van alle huisartsen heeft zich achter het manifest geschaard – dat gebeurde nooit eerder in de beroepsgroep die zeer individualistisch is ingesteld.