Gibbons vocaal begaafder dan oermens

Gibbons – we kennen ze vooral als luidruchtige en vrij improviserende zangers in Aziatisch regenwoud en dierentuinen. Maar de zachtere geluiden van deze slingerende mensapen zijn net zo indrukwekkend. Onderzoekers die in Thailand withand-gibbons in het wild langdurig volgden, leggen nu verschillen bloot tussen zachte ‘hoe hoe’-geluiden met verschillende intonatie.

Heel lage en zachte geluiden zijn er als waarschuwing voor grote roofvogels. Daarmee zitten de gibbons onder de gehoorgrens van de doorsnee arend. Voor tijgers en nevelpanters waarschuwen de mensapen hoger en indringender. Speciale hoe’s zijn er voor partnercontact, de nadering van soortgenoten waarmee het sociale contact stroef is of als inleiding op een zangduet. En dit zijn alleen nog de ‘hoe’-geluiden; de ‘wa’ -uitingen wachten nog op analyse (Biomed Central, 8 april).

Dit doet denken aan betekenisvol roepen als voorloper van spraak. Dat verwachtten we in onze eigen stamboom, maar gibbons, een paar bomen verderop, zitten op eenzelfde koers. Bovendien zijn ze vocaal begaafder dan de oermens en zijn voorlopers ooit geweest zijn. Hun kunstige stemgebruik bij volle zang is alleen te vergelijken met dat van operadiva’s die – meestal – zwaar geschoold zijn. Met één verschil: bij gibbons klinkt het vrouwtje lager.