Bijna 1 juli, dus nog even snel de uitzendkrachten ontslaan

Luis Prado/NRCQ

Biedt de nieuwe Wet werk en zekerheid eigenlijk wel ‘werkzekerheid’? Of juist niet? Daarover debatteert de Tweede Kamer vandaag. Vijf vragen:

1. Hoezo Kamerdebat?

Aanleiding is de rel over het ‘lozen’ van uitzendkrachten door ING. De bank zet tijdelijke werknemers die bijna recht hebben op een vast contract op straat, berichtte de Volkskrant vorige week op basis van een intern memo van de bank. Zo probeerde ING te voorkomen dat vanaf 1 juli, als de nieuwe wet ingaat, de wettelijke ontslagvergoeding moet worden betaald. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken noemde dat “schandalig”. Gisteren, handig een dag voor het Kamerdebat, maakte ING bekend een groep uitzendkrachten te compenseren voor het mislopen van een ontslagvergoeding, in samenwerking met uitzendbureaus.

2. Waarom is die nieuwe wet er?

De wet moet de “doorgeschoten flexibilisering” tegengaan en de doorstroming op de arbeidsmarkt verbeteren. De huidige kantonrechtersformule vervalt. Iedereen die langer dan twee jaar bij een bedrijf werkt - ook uitzendkrachten - krijgt recht op een ‘transitievergoeding’: eenderde tot een half maandsalaris per dienstjaar, met een maximum van 75.000 euro (of een jaarsalaris). Tijdelijke werknemers moeten eerder een vaste baan krijgen.

3. Waarom is de Tweede Kamer boos?

Het beleid van ING om geen uitzendkrachten meer in vaste dienst te nemen omdat dit “arbeidsrechtelijke risico’s” met zich meebrengt, staat haaks op de geest van Asschers wet. Volgens Henry Stroek van vakbond CNV gebeurt hetzelfde bij verschillende uitzendbedrijven en bedrijven in de agrarische sector, de voedingsmiddelenindustrie en zelfs de Belastingdienst:

“De uitzendkrachten worden geloosd, vervolgens zie je de vacatures op internet verschijnen en dan worden ze vervangen door nieuwe en vaak goedkopere krachten. Het kwalijke is dat de uitzendbedrijven tot nu toe buiten schot blijven. Zij zouden zich moeten inspannen om uitzendkrachten die moeten vertrekken, ergens anders aan vergelijkbaar werk te helpen.”

4. Had dit kunnen worden voorkomen?

Asscher was gewaarschuwd door de Raad van State en door een kritische Eerste Kamer. Harde cijfers zijn er alleen niet. ING probeerde zich nog te verweren door te wijzen op een lopende reorganisatie, waarbij 1.075 flexwerkers en 1.700 vaste werknemers hun baan verliezen. Maar niet alle bedrijven die uitzendkrachten de deur wijzen kunnen zich hier achter verschuilen: door de aantrekkende economie ligt het totale aantal uitzenduren juist 11 procent hoger dan vorig jaar, maakte branchevereniging ABU bekend.

Van de werklozen die als uitzendkracht gaan werken, heeft na een jaar pas 1 op de 20 een vast contract. zegt ABU-directeur Jurriën Koops:

“Deze wet verkleint het verschil tussen flex en vast, maar alleen economische groei kan banen scheppen. De onbereikbaarheid van vaste contracten heeft te maken met de prijs en het risico voor werkgevers. Dat klinkt hard, maar het is de realiteit.”

5. Hoe groot is het probleem?

Zowel de ABU als collega NBBU bevestigt dat opdrachtgevers hun aantal flexwerkers nog eens kritisch bekijken, maar weten niet of uitzendkrachten op grote schaal worden gedumpt. Vakbond FNV zegt buiten de ING-rel geen opvallende signalen te krijgen. Ondubbelzinnige cijfers over het mogelijke uitstel van ontslag van werknemers zijn er ook niet.

Harde cijfers over de flexibilisering zijn er wel. In 2003 bestond minder dan een kwart van de werkenden uit flexwerkers en zzp’ers, nu gaat het om één op de drie, volgens een deze week verschenen UWV-rapport.