Waar is het subtropisch zwemparadijs?

Millennials staan bekend als verwende mormels die vinden dat ze gewoon recht hebben op een droombaan. Maar inmiddels verkopen ze zichzelf voor een prikkie. Dat is nu ook weer niet de bedoeling.

Illustraties Daphne Prochowski Illustratie Daphne Prochowski

Echte banen bestaan niet. Niet echt. Niet meer. Of in elk geval steeds minder. Ik wist dat al, want ik heb er lang een gezocht en ’m nochtans niet gevonden. Maar het wordt me toch vaak nog even gezegd. Meestal door vijftigersmannen die in stadsvilla’s wonen en een buitenhuis in Frankrijk hebben. Ze brengen het van ‘sjonge jonge hee, wat hebben wij een geluk gehad, toen wij aan de slag moesten was het zó makkelijk, het geld klotste tegen de plinten en de banen lagen voor het oprapen en dat waren nog eens tijden en ja wel lullig zeg dat kan je je nu helemaal niet meer voorstellen’. (Dit zijn doorgaans ook de mensen die het werk uitdelen.)

Het was aanvankelijk even slikken om dat te horen, want ik ben een millennial en kan dus niet zoveel hebben. Millennials (geboren in de jaren tachtig en negentig) hebben namelijk last van een zogeheten sense of entitlement: het gevoel zomaar recht te hebben op dingen. We zijn entitled. Het is een concept uit de psychiatrie, iets waar mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis last van hebben. Maar in de context van mijn generatie wordt er meestal mee bedoeld: we denken dat we recht hebben op het leven dat ons is voorgehouden. De droombaan, een ideale relatie, een mooi huis en veel geluk.

En anders is het niet eerlijk.

De reputatie dat we entitled zijn hebben we al van jongs af aan, omdat we met zachte hand zijn grootgebracht in tijden van overvloed. ‘Waar is het subtropisch zwemparadijs?’ riepen mijn ouders spottend, als mijn broertje en ik ontevreden deden op autovakanties naar broeierige bestemmingen. Die zin komt uit een reclame van Center Parcs destijds, waarin een gezin constateert dat hun tripje niet is wat ze verwachtten: ‘Waar zijn die luxe bungalows? Waar is dat subtropische zwemparadijs? Ik wil naar huuuis.’ Mijn ouders spraken ook wel van ‘instant behoeftebevrediging’, een pseudo-psychologische term waar een hele generatie verwende mormeltjes mee werd gekarakteriseerd.

Naarmate we groot groeiden, werden we dankzij internet alleen maar beter op onze wenken bediend. De opkomende on demand economie (met een swipe op de smartphone heb je een maaltijd, schoonmaker of auto met chauffeur aan de voordeur) is de vervolmaking van onze instant behoeftebevrediging. Zo komt het dat millennials bekend staan als trophy kids die het niet opbrengen iets anders uit te voeren dan hun wensleven, en zuchtend afhaken als een klus niet leuk is.

En toch, voor de meeste millennials ligt de werkelijkheid anders. De recessie heeft hun entitlement er met een paar goed gemikte tikjes uit gemept. Want aan de paar banen die er nog wel zijn is nauwelijks te komen. Het sollicitatieproces is dichtgeslibd met ellenlange online vragenlijsten die moeten worden beantwoord aan de hand van uitputtende essays over jezelf. En als je er dan toch een contract uit weet te slepen, is het tijdelijk. Of je mag het werk als freelancer doen, zodat je zelf opdraait voor alle risico’s. Een blik op je vrienden die zogenaamd zelfstandig ondernemer zijn en je zegt volmondig ja. Heb je tenminste echt wat omhanden, achter je laptop in de Coffee Company.

Alle hoop is overboord

Waren millennials eerst nog teleurgesteld dat ze niet het leven kregen waar ze recht op dachten te hebben, een aantal jaar later lijken ze gelijk maar alle hoop overboord te hebben gegooid. En hun entitlement ging mee. Toen afgelopen november één op de zes zzp’ers onder de armoedegrens bleek te zitten, verbaasde dat eigenlijk niemand. Voor veel starters was het ondernemerschap geen keuze. De recessie maakte van een entitled generatie een hosselende generatie.

Opdracht- en werkgevers zijn op hun beurt entitled geworden. Zij krijgen meer voor minder, omdat werkloze millennials al lang het gevoel kwijt zijn ergens recht op te hebben.

Ik hoorde pas een opdrachtgever tegen een freelancer praten over de uitbreiding van een opdracht. Iets meer woorden hier, wat maken voor de website daar. Prima, zei de freelancer. Wat mag ik daarvoor factureren? Nou, zei de opdrachtgever met een glimlach, je collega doet dat er gewoon even gratis bij. Die ziet dat als een courtesy van de zaak.

De on demand economie, die millennials zo eigen is, tiert welig door deze dynamiek. Wie krap zit kan tientjes bij elkaar schrapen als UberPopchauffeur of Helpling-schoonmaker. In Silicon Valley, waar de meeste van die apps gemaakt worden en de tech-cultuur een stukkie voorloopt op de onze, hoeven mensen met een aardig inkomen hun huis niet meer uit. Apps als Rinse en Washio zorgen dat de was wordt gedaan en Instacart levert in een mum van tijd de boodschappen af. Inmiddels is er zelfs de app Alfred, waarmee je een on-demand assistent kan bestellen die zorgt dat al dat ge-app goed wordt afgehandeld. Door een afgestudeerde criminoloog, bijvoorbeeld, die geen werk op niveau kan vinden.

Een nieuw klassensysteem

De grote winnaar is de app-maker, aan wie door de app-arbeider een flink percentage van de omzet wordt afgedragen. De app-maker die het weliswaar erg druk heeft, maar die met zijn smartphone een wereld aan moderne dienstboden ter beschikking heeft. The Economist constateerde onlangs het ontstaan van een nieuw klassensysteem. De wereld zou niet verdeeld zijn tussen degenen die de productiemiddelen bezitten en degenen die voor ze werken, zoals Marx ooit voorspelde, maar tussen mensen met geld en geen tijd, en mensen met tijd en geen geld. De eerste groep is entitled, de andere niet.

Nederland is anders, maar ook hier zie je de scheefgroei van de de on demand economie. Zo rekende de Volkskrant eens voor wat het uurloon van een UberPopchauffeur is: tien euro. Dat staat in geen verhouding tot de omzetten van het bedrijf. Of kijk naar de pakketbezorgers van PostNL, die niet in dienst zijn, hun eigen auto moeten kopen en per afgeleverd pakket betaald krijgen. En als er iemand niet opendoet is dat niet het probleem van PostNL.

Één van die pakketbezorgers heeft PostNL nu aangeklaagd voor uitbuiting. Dat is een nogal grote stap, maar het zou mooi zijn als millennials op z’n minst weer een beetje entitled gingen doen. Zoals de freelancer aan wie werd gesuggereerd dat zijn extra werk een courtesy moest zijn. Hij kaatste onmiddellijk de bal terug: ‘dan moet ik toch eens met mijn collega gaan praten, want zo verziekt hij de markt.’

Echte banen bestaan niet. Niet echt meer. Om te slagen op de arbeidsmarkt zal je uiteenlopende vaardigheden moeten hebben, flexibel moeten zijn en jezelf moeten verkopen. Maar doe jezelf niet te goedkoop van de hand, want als we steeds maar genoegen nemen met minder, ziet de toekomst er karig uit.

Stel altijd even de vraag: waar is het subtropisch zwemparadijs?